Ergens begin jaren tachtig was er een bijeenkomst in de aula van de school. Er kwam iemand van de Rabobank het een en ander vertellen over het bankwezen. Het was een vriendelijke man in pak die een praatje hield voor een stuk of vier klassen tegelijk. "Wie weet waar de naam Rabobank vandaan komt?" was zijn vraag aan de leerlingen. Vier wijsvingers gingen omhoog waaronder de mijne. En hij zou mij de beurt geven. Of ik heette geen Mack meer.
Om de aandacht te trekken moest je vroeger je vinger als een raket de lucht in steken zodat je schouder bijna uit de kom vloog, en hoe strakker je je arm omhoog hield, hoe groter de kans dat je de beurt kreeg. Als je echt per se de beurt wilde moest je je vinger ook nog rondjes laten draaien maar die techniek was voor de "studies" (Brabants scheldwoord voor iemand die goed kan leren, en tevens het bewijs dat Brabanders niet ambitieus zijn.) En ik was geen "studie".
Tot mijn grote teleurstelling kreeg Wim, mijn klasgenoot de beurt maar die zei dat het een mengeling was van een Duitse bank en de Boerenleenbank.
"Ha, fout." dacht ik, "Gaat die even af* voor vier klassen tegelijk!"
"Wat een sukkel, het moet zijn: Amsterdam-Rotterdambank".
"Dat is correct" zei de vriendelijke man in het pak en ging door met zijn verhaal.
Ik voelde als enige schaamte. Het oog van de naald. Ik stond vooraan, mijn vinger was prominenter in de lucht dan die van Wim, mijn gezicht straalde uit dat ik wilde pronken met mijn veren en toch werd ik behoed voor een afgang in de nabijheid van zoveel leerlingen. Tot op de dag van vandaag denk ik dat ik toen ben behoed door een hogere macht. Eentje die mij iets over bescheidenheid wilde bijbrengen denk ik. Een soort God's dienst.
*De Mavo was een school waar je afging als je fouten maakte, in tegenstelling tot de Havo, dat was een school waar je af ging als je fouten maakte.