Vijftien jaar geleden probeerde ik bij te verdienen als amateur-goochelaar. Het is mij slechts één keer gelukt om een vrouw door te zagen. Ik verschil nog steeds met beide helften van mening of de truuk nu ge- of mislukt is.
In elk geval, het werd mij verboden om ooit nog de goochelkunst te beoefenen, of zelfs maar goochelaarsgereedschap in mijn bezit te hebben. Mijn witte konijn, Youp, heb ik hier in het bos losgelaten, tijdens een strenge winter, zodat hij niet zo zou opvallen in de sneeuw en niet tegelijk ten prooi zou vallen aan een vos of een poema.
Ik mocht ook geen goochelvoorstellingen meer bezoeken. Kortom, mijn veelbelovend talent werd door overheidsingrijpen om zeep geholpen. Door één klein onbetekenend foutje.
En nu zie ik ze op tv hun kunsten vertonen, Hans Klok, David Copperfield, Christian Farla (die laatste heb ik net ook maar gegoogeld, want ik had er nooit van gehoord en slechts twee tovenaars noemen komt zo over alsof je weinig van het onderwerp weet) en meer. Hele treinstellen laten ze verdwijnen. Het vrijheidsbeeld! De Twin Towers!
En ik heb geen idee hoe ze het doen. Of gewoon een simpel truukje als een laken over een tijger heen gooien en hem dan laten veranderen in een heel strak tijgerpakje met stoeipoes erin?
De beste truuks zijn die waardoor je je gaat afvragen of iets echt is of een truuk. Een oude goochelaarscode is dat je elkaars geheim niet verklapt.
Maar aangezien de meesten van u bij mijn weten geen goochelaar zijn: vertel mij in de reacties van zoveel mogelijk truuks hoe ze het doen. Offenheit muss sein. En mij irriteert het al jaren dat ik de truuks niet doorzie!