Hoewel pas 4% van het heelal begrepen wordt door de wetenschap, zijn er genoeg mensen die, niet gehinderd door kennis van wat zij niet weten, stellig zijn over hoe de kosmos in elkaar zit. Wetenschappers die begrijpen dat 96% volstrekt onbekend is, beperken zich dan ook vaak tot wat we wel weten. Het is de kennis die ze bescheiden maakt. Daar komt bij dat er niemand is die begrijpt wat er buiten ons heelal is, laat staan dat er iemand is die begrijpt wat er voor de oerknal was. Toch is het allemaal niet zo onbegrijpelijk als men soms denkt.
Ik begin dit college met uit te leggen wat er voor de oerknal was. Zoals u weet was dit heelal 13,7 miljard jaar geleden niet groter dan een flinke stuiterbal. Alles zat met een enorme kracht opeengepakt. Er was geen ruimte tussen het ene en het andere deeltje. Maar wat hield die stuiterbal nu bij elkaar, en hoe is die bal eigenlijk ontstaan? Daarvoor gaan we terug in de tijd tot 1 seconde voor de oerknal. Tenminste, dat is de fout die veel mensen maken bij het beredeneren van de oerknal. De tijd is een eigenschap die is ontstaan uit de oerknal, dus voor de oerknal was er geen tijd. We kunnen dus ook niet terug tot 1 seconde voor de oerknal. Vergelijk het met dat een deeltje niet sneller dan het licht kan, dat is dezelfde natuurkundige wet die ervoor zorgt dat je niet voor de oerknal kunt komen. In formulevorm: de wortel uit E = mc². We moeten dus aannemen dat de tijd niet verder terugkan dan 13,7 miljard jaar geleden.
Hoe omzeilen we dat nu? Stel nu dat er op dit moment buiten ons heelal, een nieuwe oerknal plaats vindt, dan kunnen we dus zeggen dat die knal plaatsvond op 13 november 2012. Zo is het met onze eigen knal ook, die vond plaats op 49-alenti-33-b. Dat is de tijdsaanduiding in het hiernaast gelegen heelal, genaamd haleel, op het moment dat onze oerknal plaatsvond. De waarnemers uit haleel konden dus wel precies aangeven wanneer onze knal plaatsvond en voor hen is het dan ook een koud kunstje om terug te gaan naar één seconde voor dat tijdstip. Echter, dat lost het probleem maar gedeeltelijk op, want hun haleel moet ook weer een begin hebben. En daar zit de grote denkfout. Het begin. Er bestaat geen begin. Het begin is door de mens uitgevonden, maar we moeten ons er bij neerleggen dat er eenmaal dingen zijn die er altijd al geweest zijn, en die er altijd zullen blijven, zolang ze maar waargenomen worden. Ze zijn niet ontstaan, geschapen, verwekt of opgericht, ze zijn er. Uw eigen bewustzijn bijvoorbeeld, dat is er. Het is de 4%. U heeft geen idee wanneer het ontstaan is, want het was er ineens, en toen het er nog niet was, wist u dat niet. Uw moeder (haleel) denkt wel dat ze u kan vertellen wanneer uw bewustzijn is geschapen, maar ze heeft geen flauw idee. Het was er plotseling, en niemand kan vertellen wanneer. Ja, ongeveer. 13,7 jaar geleden als u nu 14 bent. Uw onderbewustzijn, dat 96% van uw geest in beslag neemt was er altijd al. Niemand weet waar het is, alleen dat het er moet zijn, want u bent er immers niet altijd bij. Sterker nog, als we het onderbewustzijn gaan onderzoeken moeten we concluderen dat het ooit 100% was, maar dat het een klein stukje van zichzelf heeft prijsgegeven, namelijk vier procent.
Nu zijn we bijna bij de eindconclusie. Het heelal was er altijd al in de vorm van donkere materie, maar bij de oerknal ontstond gewone materie. Niemand weet precies wanneer, alleen ongeveer. Zelfs de waarnemers uit haleel weten het niet precies. Ze stonden er wel bij toen het gebeurde, maar ze konden er niet in kijken, zoals wij dat wel kunnen. Ineens waren wij ons bewust van ons eigen heelal, terwijl het er altijd al was, en het moment van bewustwording noemen wij het begin. Want anders begrijpen we het niet. Maar vanaf nu dus wel. Het was een kleine moeite.