De vaatwasser

De vaatwasser piepte drie keer ten teken dat het programma klaar was. Het was in de reclame van een programma dat ik zat te kijken en Linda zat boven in bad. Ik ruimde de vaatwasser uit, maar heel voorzichtig, zodat boven niet het gerammel van de pannen te horen was. Met een fluwelen hand schoof ik de pannen in elkaar en zette ze op hun plek. Het bestek kwakte ik niet in de la, maar legde alles geluidloos in het daarvoor bestemde bakje. Zelfs plastic bakjes waar ik normaal niet van weet waar ze horen te staan, gaf ik een plaats, zodat ze uit het zicht waren. De vaatwasser sloot ik daarna weer helemaal, zonder sporen achter te laten. Het is zo’n dingetje, die vaatwasser. Het is niet helemaal duidelijk wiens taak het is om hem uit te ruimen, dus als ik het doe wil dat niet zeggen dat ik daarna bewierookt wordt, want daarmee zou Linda aangeven dat het eigenlijk haar taak is, terwijl er de afgelopen maanden een duidelijke verschuiving in mijn richting heeft plaatsgevonden als het gaat om het uitruimen van de vaatwasser.

Maar goed, ik wist dus niet helemaal zeker of ze als ze beneden kwam de vaatwasser zou opentrekken en dan blij verrast zou zijn, (anders had ze me wel gehoord in de keuken) of dat ze mij zou vragen of ik de vaatwasser even wilde uitruimen. Het werd het laatste. Overdreven geërgerd en mokkend liep ik naar de vaatwasser. Voordat Linda de kans had om mij een veeg uit de pan te geven trok ik hem open en constateerde droog: “Oh, hij is al uitgeruimd.” Een eikel, dat ben ik volgens haar.

Auw.

Weet u wat de meest gevreesde vis ter wereld is? De witte haai? Nee. De Barracuda? Lachertje. De Piranha? Wederom fout. De meest gevreesde vis ter wereld is een visje van een centimeter of vijf lang dat voorkomt in het Amazonegebied en luistert naar de naam Candiru. Hij is ook bekend als Willy Fish of in het Nederlands, de plasbuisvis. De Candiru is een parasietvis waarvan wordt beweerd dat hij tegen een urinestraal op kwam zwemmen en zich zo een weg weet te banen in de urinebuis. Eenmaal daar aangekomen wurmt hij zich naar binnen en zet zijn weerhaken uit en leeft van het bloed die die actie veroorzaakt. Gruwelijk. Het kan zowel mannen als vrouwen overkomen. Natuurlijk zal de vis spoedig sterven als hij niet onder water is, maar hij zit daar wel vast en gaat niet meer weg. Het vrouwelijke lichaam overleeft het, omdat de weerhaken door aanwezige zuren worden opgelost en de vis weer verdwijnt zoals hij is binnengekomen, maar de arme man heeft die zuren niet en zal sterven aan een enorme ontsteking, mits hij naar het ziekenhuis gaat.

Ik vraag me af wie of wat een dergelijke sadistische vis bedenkt. Goed, als de vis in een urinebuis terecht komt is er sprake van een vergissing omdat hij op zoek is naar kieuwen van andere vissen. Net als dat een witte haai een mens aanvalt, dan is er ook sprake van een vergissing. Maar wat heb je daar aan als het leed al geschied is? Vissen zijn dom en maken dergelijke vergissingen. Ze zeggen wel eens dat elk beest nuttig is, maar deze mag van mij vanavond nog uitsterven. Wat kan het nut zijn van een parasiet? Hij houdt zichzelf in leven door het bloed van zijn gastheer zonder de gastheer te doden omdat ze dan geen bloed meer hebben. Als ik even snel redeneer: nutteloos. Zouden ze er niet zijn, zou niemand ze missen. Ze hebben het bij parasieten over een gastheer, maar onder een gastheer versta ik iemand die zijn best doet het zijn gasten naar zijn zin te maken. In dit geval vind ik het een onsmakelijk woord, gastheer. Slachtoffer of prooi was beter op zijn plaats geweest. Pechvogel desnoods.

In elk geval, ga nooit naar het Amazonegebied, als het toch moet, ga niet zwemmen, en als u toch gedwongen wordt, plas nooit in het water. Mocht het toch misgaan, laat u dan uit uw lijden verlossen door een school piranha’s. Waarom een grappenmaker een bepaalde spray Candira noemt, is mij een raadsel.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Vandellia_cirrhosa

Kou

poolvos

Ik kan ’s nachts al wakker worden als ik koude lucht die door het raam komt voel, ons leenkonijn is echter buiten in zijn hok. Er hangt een dekbed over zijn hok, daarover een plastic zeil, en daarover nog een plastic afdekhoes. Ik heb nog een kwak hooi in het slaaphok gegooid, nu moet hij zich toch warm kunnen houden. Niet dat het nu vorstvrij is daarbinnen want zijn water bevroor afgelopen nacht nog steeds, maar je moet wat. En ach, ik weet heus wel dat een konijn dat altijd buiten is er goed tegen kan, maar ik kan ’s nachts wakker liggen en denken aan het konijn dat rillend in zijn hok zit. De kans dat ik daarvan wakker lig is kleiner als ik gezorgd heb dat hij droog en beschut zit.

In het wild leven ook konijnen, maar die zitten diep onder de grond en bovendien met meerdere soortgenoten. Die hebben het niet koud, integendeel, die stinken hun hol uit. En dan lopen er nog allerlei beesten die geen hol hebben, tenminste niet één om in te wonen, die het ook overleven. Herten bijvoorbeeld. Of zwijnen. Vogels. Elk beest heeft zo zijn eigen manier om zich warm te houden, dat heeft de natuur goed geregeld. Nou ja, niet helemaal waar, het is gewoon een kwestie van de sterksten die overleefd hebben. De naakte poolbeer bijvoorbeeld, is allang uitgestorven. Heeft ook maar kort geleefd. Net als de dungeschubde ijsvis, hoor je ook niks meer van. Dat waren wat voorbeelden waaruit blijkt dat de natuur het ook niet altijd goed heeft.

Maar dan de mens. Sommigen kunnen door middel van jarenlange training een uur in een bak met ijsklontjes zitten. Sommige trainen dan nog harder en halen een uur en tien minuten. Maar echt opschieten doet dat natuurlijk niet. Een westers exemplaar van de mens overleeft nog geen twee minuten in ijskoud water. Hij rilt als hij van zijn huis door de sneeuw naar zijn auto moet lopen. Terwijl ieder weldenkend dier gek wordt van vreugde bij de aanblik van zoveel sneeuw. Nee, dat de mens het overleefd heeft en de naakte poolbeer niet, is vreemd. Je zou haast zeggen dat hij hulp van buitenaf gehad moet hebben. Maar goed. Als dit konijn weer naar zijn rechtmatige eigenaren terug gaat over een paar maanden, pas ik niet meer op een buitendier in de winter. Tenzij iemand een poolvos of een ijsbeer heeft, dan vind ik het niet erg.

Niet eerder lezen dan over zes dagen.

Als u dit leest is het 22 december en is de wereld niet vergaan. De Inca’s hebben het niet bij het rechte eind gehad en eigenlijk vermoedde u dat al wel. Maar toch, helemaal lekker zat het niet. Elk jaar is er wel een onheilsprofeet die de aandacht naar zich toe trekt met een einde van de wereld voorspelling. Des te vaker je het hoort, des te minder aandacht je eraan besteedt. Maar deze keer waren het wel de Inca’s en zonder dat we weten waarom moest daar toch wat meer geloof aan gehecht worden dan aan een nog levende sekteleider. Want een uitgestorven indianenstam, zo is ons ingeprent, had meer kennis dan wij voor mogelijk houden. Is absoluut niet zo hoor, het waren gewoon primitieve bijgelovigen, die Inca’s. Waren het de Maya’s geweest dan was het een heel ander verhaal.

Ik ben ook bijgelovig geweest. Best wel behoorlijk zelfs. Maar meer zoals een voetballer dat is. Zo had ik een ongeluksonderbroek. In plaats van hem weg te gooien liet ik hem altijd ongebruikt in de kast liggen. Ik had een gelukssteen die me ongelukkig maakte omdat ik afhankelijk van dat ding werd. Op een nuchtere dag heb ik hem 100 meter ver weg gekeild. Ik nam bepaalde routes om het gevaar te bezweren. Op vrijdag de dertiende durfde ik geen vrij te nemen uit angst dat ze mijn bijgeloof zouden doorzien, maar liefst had ik het wel gedaan. En verder had ik nog enkele “if then” constructies bedacht.

Overigens is bijgeloof maatschappelijk geaccepteerd. Het komt overal voor. Neem een thuisvoetballende ploeg. Iedereen gelooft, of weet eigenlijk zeker, dat thuis voetballen een voordeel oplevert. Niemand weet hoe het precies werkt, maar de statistieken tonen aan dat het werkt. De tegenstander is kennelijk geïntimideerd en komt niet tot zijn beste prestatie. Zo hebben de Duitsers ons in 1974 van de wereldtitel beroofd, en hebben ze in 1945 verloren, omdat ze uit speelden.

Als u denkt dat ik wartaal uitsla, dan kan dat kloppen. Ik heb vandaag morfine in lichte dosis voorgeschreven gekregen wegens rugpijn met uitstraling naar mijn linkerbeen. Al twee nachten slecht geslapen en nu hallucineer ik waarschijnlijk een beetje. Neemt u mij vooral niet kwalijk. Maar misschien merkt u geen enkel verschil, en ontbreekt de samenhang als altijd. Ook in dat geval heet ik u welkom in de nieuwe tijd.

12-12-12-12-12

Zo, en nu is het afgelopen met die datum flauwekul. Wat een geluk dat een jaar maar 12 maanden heeft, anders ging het nog een poosje door met stelletjes die trouwen op een datum die een mooi symetrisch getal geeft. 12-12-12, het is wel makkelijk te onthouden, dat wel. Ik ben zelf getrouwd op 27-01-05. Tel je dat bij elkaar op, dan krijg je 33. Deel 33 door mijn geboortedatum 22-09-69 (100) en je krijgt 0.33. Ha! Zo vergeet ik mijn trouwdatum nooit.

Het tijdstip van 12 over 12 is volledig langs mij heen gegaan vandaag. Ik zag later op facebook dat anderen er wel aan hadden gedacht, dus ik moet nu wachten tot 1 januari 2101 voordat ik weer zo’n magisch moment mee kan beleven. 131 hoef ik maar te worden. Voor iemand uit 1969 die elke dag appels gegeten heeft moet dat toch makkelijk te doen zijn. Vroeger kreeg ik vitamine c-pillen, fluorbehandelingen en ik heb mijn hele jeugd aan sport gedaan. Nu is het dus een kwestie van wachten en niet onder een auto komen.

Er stond in de krant dat een man van 103 zijn rijbewijs weer voor vijf jaar verlengd had. Reed al 80 jaar schadevrij en op zijn negentigste nog in zijn eentje naar Parijs. Een typische laatbloeier. Ik deed dat onlangs nog en toen was ik pas 43. En heeft u er iets over in de krant gelezen? Nee, dacht het niet. Maar 103 en je rijbewijs nog voor vijf jaar verlengd krijgen? Grote klasse, dan spreken we van Vitaal. Met een grote V. Wat zijn geheim was stond er helaas niet bij. Het is waarschijnlijk een kwestie van altijd op het juiste moment op de goede plaats zijn. Let maar op, Parijs is de goede plaats. Als u zorgt dat u daar bent op 01-01-01, dan zult u zien dat u ook zo oud wordt.

Skyfall

Alletwee de kinderen logeerden bij familie, waardoor het idee ontstond naar de film te gaan, maar niet voordat we uit gingen eten. De Chinees, daar houden wij van. Ik hou ervan om allerlei nieuwe dingen te proberen, vandaar. Dus ik pak de kaart, ga op zoek naar de meest ingewikkelde gerechten met inktvis uit de Marianentrog, geflambeerde kwal en gedroogde gifslang, en uiteindelijk bestel ik nummer 31, de combinatieschotel met Babi Pangang, Saté en Koe Loe Yuk.

Daarna reden we naar de bioscoop om daar met hooggespannen verwachting de nieuwe James Bond te gaan zien. James Bond is een briljante creatie die al meer dan vijftig jaar meegaat zonder dat het personage aan slijtage onderhevig is. De films gaan met hun tijd mee, maar altijd wordt teruggegrepen op dezelfde klassiekers. De woordspelingen, de Aston Martin, de gadgets, de Wodka Martini, Q en M. What the hell took you so long, 007?

Skyfall begint met een achtervolgingsscène die een van de betere uit de filmgeschiedenis is. De beste achtervolgingsscène zat volgens velen in “Ronin” met Robert de Niro, maar mijn persoonlijke favoriet zat in “Against all odds”, of anders in “Never say Never again”. De achtervolging in deze film moet je niet vanaf de voorste rijen volgen, daarvan word je wat onzeker over je oogreflexen. Uiteindelijk gaat Bond de strijd aan met een briljant neergezette, bijna nichterige boef die het op M heeft gemunt. Omdat de boef in het digitale tijdperk heer en meester is, keert Bond terug naar daar waar hij is geboren en waar de tijd heeft stilgestaan, Schotland. Werkelijk overweldigende beelden van een Aston Martin DB5 die rijdt door het onwaarschijnlijk mooie Schotse landschap, om uiteindelijk de boef uit te dagen in het landgoed waar hij geboren is, Skyfall.

Eindelijk weer een film met een heldhaftig personage. Ik heb dat een tijdje gemist, maar ik voel het als ik de bioscoop verlaat en James Bond bezit van mij heeft genomen. Ik merk het aan de vijanden die ik om me heen spot, aan de omgeving die ik analyseer en als ik denk aan het niet aanwezige pistool in mijn binnenzak. Ik race met mijn diesel de parkeergarage uit, wat natuurlijk al nergens op slaat, een held in een diesel, maar als ik dan ook netjes voor de slagbomen wacht in plaats van er dwars doorheen te beuken, neemt de werkelijkheid weer van mij bezit en fluister ik nog snel: Webber, Mack Webber.

Nu wil ik nog een landgoed in Schotland en een jachtgeweer.
castle

Parijs

Ik ben dus terug van een retourtje Parijs. Nou ja, Parijs, een buitenwijk. Druk daar, niet normaal. De navigatie zei: hier afslaan, dus ik deed het. Daarna ging hij gelijk herberekenen en wist ik dat ik een verkeerde afslag had. Dat kan in Parijs gelijk staan aan nooit meer terug keren, en even had ik dat gevoel ook, toen de navigatie mij een straat wilde laten ingaan waar ik niet in mocht. Ik ben een stuk stressbestendiger dan vroeger, maar dit was toch wel een uitdaging. Gelukkig kon ik een rondje rijden en stond ik even later weer bij de afslag waar het fout was gegaan. Daarna ging ik twijfelen omdat de navigatie elke keer het tijdstip dat ik aan zou komen verlegde. Ik kwam op drie minuten, maar dichterbij lukte steeds niet. Dat bleek echter aan de file te liggen.

Apart hoor, zo’n B&B in een Parijse buitenwijk. Het had wel wat van Apeldoorn weg. Veel groen, dure huizen en een rustige buurt. € 110 voor een nachtje in een klein bed, en een ontbijtje met stokbrood en een croissantje. Voor dat geld ben ik twee keer in bad geweest en heb ik de badspullen ook gebruikt. Ja, komop zeg. Ik werd vanochtend vier uur wakker en heb geen oog meer dicht gedaan. Paris ‘s’éveille. Maar ik dacht aan wat mijn moeder altijd zei, als je ligt, rust je ook uit.

Na het werk joeg ik de parkeergarage uit en het noodlot sloeg toe; de navigatie was dood. Wat ik ook probeerde, geen leven meer in te krijgen. Moet u zich eens voorstellen, je bent in Parijs en je navigatie houdt er mee op. Ik stopte ergens aan de kant om het even op me in te laten werken. Zou ik hier voor altijd moeten blijven? Er was ook geen ster aan de hemel waar ik me op kon oriënteren. En al had de hemel vol gestaan met sterren, dan nog was er geen ster waar ik me op kon oriënteren. Om een lang verhaal kort te maken, ik reed gewoon de weg terug die ik de avond daarvoor had gereden. Ik herinnerde me de namen en al redelijk snel zag ik Lille. Lille, werd mij altijd geleerd, is een voorstad van Parijs. Ja ammehoela. Lille ligt bijna in België. In België ging het nog een keer mis, iets met Gand en Gent, maar verder ben ik zonder stoppen van Parijs naar een benzinestation even over de Rijn gekacheld. Het aantal resterende kilometers dat ik volgens de computer nog kon rijden, was de hele weg al gelijk aan de afstand die ik nog moest. Ik had ook geen zin om te tanken, maar ik zag al aankomen dat ik net voor Vaassen zou stranden. Zal je altijd zien. Maar goed, het navigatiesysteem is een wonder der techniek, maar tijdens het beleg van Alésia hadden we ook geen navigatie.

Als een man.

Bij het minste of geringste ontstaat er tegenwoordig massale verontwaardiging, soms uitlopend op een opstand. Ik weet zo gauw geen voorbeeld, maar het is echt waar. Oh ja, toch. Een tekening van een Deense cartoonist in de krant kan zomaar je doodvonnis betekenen. Een film over het lijden van Christus werd door joden als beledigend ervaren omdat zij er wat negatief op zouden worden afgeschilderd. Als Sinterklaas weer in het land is ontstaat er geheid discussie over de kleur van de Pieten. Maakt er een SGP’er een opmerking over het verband tussen verkrachtingen en zwangerschappen is het land te klein. Blijken er niet genoeg vrouwen aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven te opereren, wordt er een campagne van de rijksoverheid opgezet. Eigenlijk zijn er voorbeelden genoeg.

Er is slechts één groep die het onheil dat over hem komt gelaten aanvaardt als een man: rapapaa rapapaa…De Nederlandse man! Want sodeju, ik kijk al zeker dertig jaar reclames en altijd wordt hij afgeschilderd als een domme sul of als een spelend kind. En altijd heeft hij een verstandige vrouw, vele malen knapper dan hij, die hem uit de nesten redt. Hij racet met een afstandbestuurbare auto over de reet van zijn vrouw, of hij hangt een beetje de showpik uit maar botst dan met zijn Aston Martin op een tractor, hij wordt meegesleurd door een grote hond of hij doet een jammerlijke poging om Sinterklaasinkopen te doen. Punt Com. Ik krijg er het Claire Huxtable gevoel van. Die wist ook altijd op een subtiele manier alles beter. Met d’r irritante lach om d’r man! Nou, zonder Cliff was ze helemaal niks! Poeh! Maar verder aanvaard ik deze kleineringen als een man.

Bewustwording

Hoewel pas 4% van het heelal begrepen wordt door de wetenschap, zijn er genoeg mensen die, niet gehinderd door kennis van wat zij niet weten, stellig zijn over hoe de kosmos in elkaar zit. Wetenschappers die begrijpen dat 96% volstrekt onbekend is, beperken zich dan ook vaak tot wat we wel weten. Het is de kennis die ze bescheiden maakt. Daar komt bij dat er niemand is die begrijpt wat er buiten ons heelal is, laat staan dat er iemand is die begrijpt wat er voor de oerknal was. Toch is het allemaal niet zo onbegrijpelijk als men soms denkt.

Ik begin dit college met uit te leggen wat er voor de oerknal was. Zoals u weet was dit heelal 13,7 miljard jaar geleden niet groter dan een flinke stuiterbal. Alles zat met een enorme kracht opeengepakt. Er was geen ruimte tussen het ene en het andere deeltje. Maar wat hield die stuiterbal nu bij elkaar, en hoe is die bal eigenlijk ontstaan? Daarvoor gaan we terug in de tijd tot 1 seconde voor de oerknal. Tenminste, dat is de fout die veel mensen maken bij het beredeneren van de oerknal. De tijd is een eigenschap die is ontstaan uit de oerknal, dus voor de oerknal was er geen tijd. We kunnen dus ook niet terug tot 1 seconde voor de oerknal. Vergelijk het met dat een deeltje niet sneller dan het licht kan, dat is dezelfde natuurkundige wet die ervoor zorgt dat je niet voor de oerknal kunt komen. In formulevorm: de wortel uit E = mc². We moeten dus aannemen dat de tijd niet verder terugkan dan 13,7 miljard jaar geleden.

Hoe omzeilen we dat nu? Stel nu dat er op dit moment buiten ons heelal, een nieuwe oerknal plaats vindt, dan kunnen we dus zeggen dat die knal plaatsvond op 13 november 2012. Zo is het met onze eigen knal ook, die vond plaats op 49-alenti-33-b. Dat is de tijdsaanduiding in het hiernaast gelegen heelal, genaamd haleel, op het moment dat onze oerknal plaatsvond. De waarnemers uit haleel konden dus wel precies aangeven wanneer onze knal plaatsvond en voor hen is het dan ook een koud kunstje om terug te gaan naar één seconde voor dat tijdstip. Echter, dat lost het probleem maar gedeeltelijk op, want hun haleel moet ook weer een begin hebben. En daar zit de grote denkfout. Het begin. Er bestaat geen begin. Het begin is door de mens uitgevonden, maar we moeten ons er bij neerleggen dat er eenmaal dingen zijn die er altijd al geweest zijn, en die er altijd zullen blijven, zolang ze maar waargenomen worden. Ze zijn niet ontstaan, geschapen, verwekt of opgericht, ze zijn er. Uw eigen bewustzijn bijvoorbeeld, dat is er. Het is de 4%. U heeft geen idee wanneer het ontstaan is, want het was er ineens, en toen het er nog niet was, wist u dat niet. Uw moeder (haleel) denkt wel dat ze u kan vertellen wanneer uw bewustzijn is geschapen, maar ze heeft geen flauw idee. Het was er plotseling, en niemand kan vertellen wanneer. Ja, ongeveer. 13,7 jaar geleden als u nu 14 bent. Uw onderbewustzijn, dat 96% van uw geest in beslag neemt was er altijd al. Niemand weet waar het is, alleen dat het er moet zijn, want u bent er immers niet altijd bij. Sterker nog, als we het onderbewustzijn gaan onderzoeken moeten we concluderen dat het ooit 100% was, maar dat het een klein stukje van zichzelf heeft prijsgegeven, namelijk vier procent.

Nu zijn we bijna bij de eindconclusie. Het heelal was er altijd al in de vorm van donkere materie, maar bij de oerknal ontstond gewone materie. Niemand weet precies wanneer, alleen ongeveer. Zelfs de waarnemers uit haleel weten het niet precies. Ze stonden er wel bij toen het gebeurde, maar ze konden er niet in kijken, zoals wij dat wel kunnen. Ineens waren wij ons bewust van ons eigen heelal, terwijl het er altijd al was, en het moment van bewustwording noemen wij het begin. Want anders begrijpen we het niet. Maar vanaf nu dus wel. Het was een kleine moeite.

Hypnopompie

Ik droomde vannacht dat de sterspeler van Barcelona, Lionel Messi was overleden. Het was zo echt dat toen ik wakker werd, ik nog even in die veronderstelling bleef, en ook nog op zoek ging naar het bericht in de krant. Gelukkig was het niet zo, maar waar komt zo’n droom nu weer vandaan? Ik denk nooit aan Messi, heb hem niet in mijn heldenlijstje staan, eigenlijk heb ik niks met hem, behalve dan dat ik het een geweldige voetballer vind. Ik was blij dat ik hem vanavond weer zag scoren. Dromen zijn wonderlijke gebeurtenissen. Ik droom meestal wel positief. Heel soms heb ik iets wat op een nachtmerrie lijkt en schrik ik even wakker, maar dan verjaag ik het paard en slaap door. Zelf dicht ik de droom een voorspellend karakter toe. Tenminste, als het me uitkomt, anders niet. Ik denk ook dat als ik over iemand droom, dat diegene over wie ik gedroomd heb, dat meegekregen heeft. Tenminste, als het me uitkomt, anders niet. Ik weet ook precies waarom ik dat doe. Ik hou de magie in stand. Een wereld waar alles door de wetenschappers verklaard kan worden en waar geen wonderen meer gebeuren is een uitgebluste, zinloze wereld. De enige manier waarop het leven zin heeft is als je kunt dromen. Dromen, hopen, in wonderen geloven, het zijn misschien dezelfde dingen. Wonderen bestaan, maar je moet ze wel geloven.

Natuurlijk kan het wonder altijd verklaard worden door toeval of door een natuurkundig verschijnsel, maar waarom is toeval geen wonder als het toeval jou overkomt? Toeval is geen toeval maar het is de voorspellende gave van de mens. In het parallelle universum heeft de gebeurtenis die jou staat te overkomen zich al afgespeeld, en via een wormgat is die informatie al tot in je onderbewuste doorgedrongen. Vervolgens is het een koud kunstje voor je onderbewustzijn om de gebeurtenis door te spelen aan je bewustzijn, en ineens komt de gedachte aan iemand bij je op, en vijf seconden later komt diegene ook aanlopen. Ik denk dan aan toeval, telepathie of misschien wel aan een wonder. Niks van dit alles, het is gewoon volledig verklaarbaar vanuit het parallelle universum. Slaapverwekkende materie. De titel van dit logje dekt de lading niet goed, maar ik gebruik graag een moeilijk woord waarvan ik zelf de betekenis niet ken, en waarvan u dan vervolgens denkt: “Zo, die Mack! Die weet nog eens wat.”