Geer en Goor

Nooit heb ik het willen kijken. Ik weet dat het al heel lang loopt want jaren geleden had een collega het er altijd al over en ik ergerde me dat ik het moest aanhoren. Humor waar je zelf flauw van werd. Moe. Niet leuk. Maar drie weken geleden kwam daar ineens verandering in. Waarom, ik heb geen idee. En flauw is het. Verschrikkelijk flauw. En plat. Geer en Goor horen flauw te zijn. Bepaald niet om te gieren.

En toch viel ik van de bank van het lachen. Als er poepgrapjes werden gemaakt. Als Joling naar de wc was geweest en Gordon moest nog. Dat hij de deur opendeed en zowat flauw viel en dat ook duidelijk liet merken. Of vanavond. Dat ze naast elkaar sliepen en dat Gordon klaagt over de warmte en Joling zich naar hem toe draait en een harde wind laat. Dat Gordon stikt van de lucht en Gerard van de lach. Dat hij nog even extra met de dekens wappert. Ik kwam niet meer bij. En u moet mij maar eens uitleggen wat er niet grappig is aan twee homo’s die naast elkaar in bed liggen, en de één een scheet laat in de richting van de ander? En dat de ander daar hoogst verontwaardigd op reageert? Wat is er in godsnaam niet grappig aan een scheet? Die opgesloten heeft gezeten in de buurt van poep en er daarom ook naar ruikt? En die een dom geluid maakt? Wat is daar nu niet grappig aan? Ik kan niks verzinnen wat lachwekkender is. En dan die strakgetrokken kop van Joling. Zijn wenkbrauwen blijven altijd in dezelfde positie, hoe hard hij ook lacht.

Nee, mijn humor is het niet. Te platvloers en te flauw. Maar Jozef Maria, wat lag ik in een deuk.

De stier van de lage landen

Stel nu eens dat het stierenvechten niet in Spanje maar in Nederland was uitgevonden. Hoe zou het er dan uitgezien hebben? Ten eerste hadden we niet ranke José gehad die in felgekleurd tenue en met achterovergekamde, gladde haren het strijdperk betrad, maar houten Klaas in boerenkiel. De stier was niet een zwarte, afschrikwekkende vechtstier uit de Spaanse binnenlanden maar een roodbonte bolle uit Klazienaveen. De stier zou geen lange hoorns hebben zo scherp als speren, maar botte, korte hoorns waarmee niemand werd doorboord. Klaas zou geen muleta gebruiken maar zijn blote armen om de nek van de stier leggen om hem niet meer los te laten. Geen banderilla’s met gemene weerhaken zouden de nek van de stier pijnigen maar houten klompen zouden in de zij van de stier schoppen. Een gevecht zou niet binnen twintig minuten eindigen met de dood van de stier, de stier van de lage landen zou na tien minuten verveeld gaan staan grazen in een hoek. Het publiek zou geen “olé”, maar “hup” roepen.

Zou een stier niet goed genoeg bevonden worden voor een gevecht, zou dat geen aantasting van de eer van de boer zijn. Want eer, daar zijn wij te nuchter voor. De stier zou simpelweg weer in de trailer gedreven worden en per Mercedes 190 terug naar de wei gebracht worden. Lamborghini zou zijn modellen niet Gallardo of Murcielago genoemd hebben, maar Sunny Boy of Lucas. Lamborghini zou waarschijnlijk standaard trekhaken monteren. Osborne sherry zou niet aangeprezen worden met een Spaans temperament maar met Drentse nuchterheid. Eigenlijk zou er geen zak aan zijn, dat hele stierenvechten niet.

Maar als Klaas de stier had overwonnen, dan zou hij Geertje ten dans kunnen vragen in het dorpshuis. En iedereen zou zeggen dat Klaas zo sterk als een paard was. En Klaas zou toch een soort van ego ontwikkelen terwijl de stier het geen bal interesseert of hij nou wint of verliest. Een win-win situatie. Behalve dan voor alle José’s in Spanje die hun moed en bloeddorst niet meer konden tonen aan het volk. Maar ja, je kunt wel winnen van een stier, maar als je toch een meisjesnaam hebt, word je toch achter je rug om uitgelachen. Misschien moeten we ze het gewoon eens vertellen in Spanje. Dat ze meisjesnamen hebben.

Sperweruil

Wat ik me nu afvraag als ik een horde vogelaars van heinde en verre zie afkomen op een zeldzame vogel: hoe weten ze dat dat die vogel daar blijft? Als ik een bijzonder vogeltje zie in de tuin en ik roep Linda, is de vogel alweer gevlogen. En dan heb ik het nog maar over een roodborstje of een Vlaamse gaai. Maar een Sperweruil, prachtig beest trouwens, blijft kennelijk zitten waar hij zit totdat mensen uit Tilburg de reis naar Zwolle hebben voltooid om zich te laten bewonderen. Ik vind het trouwens een vreemde hobby, vogelaar. Een soort vliegtuigspotter maar dan van Groen Links. Neemt niet weg dat ik het ook wel interessant vind, zo’n uil, maar ik laat het graag aan anderen om hem op de foto te zetten. Dan zoek ik het later wel op op internet.

De meest zeldzame vogel die ik ooit gezien heb moet de ijsvogel zijn. Er schijnen er ongeveer 200 te zijn in Nederland. En pas laat in mijn twintiger jaren zag ik mijn eerste ooievaar. Toen nog heel bijzonder, maar tegenwoordig niet meer zo. Wat wel noemenswaardig is, u wist het waarschijnlijk niet, is dat het geboortecijfer en de ooievaarspopulatie in een land een identiek verloop hebben. Zo was rond 1980 het aantal ooievaars in Nederland gedaald tot een dieptepunt, maar vanaf dat moment nam de populatie en het geboortecijfer weer toe. Sommigen zeggen dat dit aantoont dat correlatie niet altijd een causaal verband hoeft te hebben. Nuchter, maar ook star. Want natuurlijk is er een causaal verband als er correlatie is. In dit geval is het alleen andersom. Een kind wordt geboren, de buren zetten een lok-ooievaar in de tuin en wat gebeurt er? Simpel toch? Zo is er altijd een causaal verband, maar moet je soms even andersom denken.

Zo is er dus ook een causaal verband tussen de verblijftijd op één plek van een vogel en de zeldzaamheid van die vogel. Want ja, een mus blijft niet zitten en een sperweruil wacht tot alle vogelaars hem hebben gezien. In het hoge Noorden is het andersom. Daar is de mus zeldzaam en blijft dus veel langer op één plek zitten. Dit is overigens een voorspelling die volgt uit het gestelde causaal verband. Maar wat is nu het causale aan het verband? De zeldzame vogel neemt de nieuwe omgeving in zich op. Als een toerist in een vreemde stad die blijft daar om alles te bekijken terwijl de lokalen in en uit krioelen.

Over mussen gesproken, nog zo’n leuk weetje: Een mus in de handen van een jonge vrouw staat symbool voor wulpsheid. Een mus in de bek van een kat staat symbool voor levenloosheid van de mus, maar dat terzijde. In het tweede geval is het causaal verband misschien wat duidelijker dan in het eerste, maar er moet ook een causaal verband zijn tussen de wulpsheid van een jonge vrouw en de mus in haar hand. Ik raak daar tenminste enorm opgewonden van, een jonge vrouw met een mus in haar hand. Ik sta niet voor mezelf in mocht ik haar tegenkomen.

Sir_Edward_John_Poynter_lesbia_and_her_sparrow

Eindig de dag met een stralende lach.

Vandaag was een dag waarop veel tegen zat en aan het einde ervan realiseerde ik me ook nog dat de zon over de helft van zijn leven is. Je kunt je dat van jezelf soms ook realiseren maar tegen die tijd ben je er al ver overheen. Ik ben 44 en hou moed. “Hij heeft het meeste brood al op,” zeggen ze hier als ze bedoelen dat iemand over de helft is. Maar de zon over de helft, da’s verontrustend. We kunnen natuurlijk onze kop in het zand steken, maar hoeveel generaties is het nu helemaal, tot de zon opgebrand is? Nog vier miljard jaar, da’s helemaal niet zoveel generaties meer, zeker niet nu mensen ouder worden, vroeger aan seks beginnen en steeds vaker chronisch ziek zijn. Als deze trends zich doorzetten dan schat ik dat over 23,7 miljoen jaar mensen gemiddeld 27551 jaar oud worden, in de baarmoeder al porno op internet bekijken en 488% van de bevolking chronisch ziek is.

Hoe de wereld er over 4 miljard jaar uitziet durf ik niet helemaal te voorspellen. Goed, ik weet wel dat de mens ongeveer alles heeft uitgevonden wat er uitgevonden kon worden, hooguit worden wat principes nog licht verbeterd, maar grotendeels is het een beetje slap voortborduren op bestaande principes. Nee, het wordt geen inspirerende, woelige tweede helft, zoals dat in een mensenleven ook vaak niet het geval is. Een beetje uitzingen en tevreden zijn, dat is het wel zo’n beetje. En al lijkt het de ver van mijn bed show, eens komt de dag dat de zon op is. En dan? Dan loopt een verre nazaat van u tegen een ramp voor de mensheid (nog een paar personen) op. Ze zeggen wel dat we tegen die tijd op een andere planeet wonen, maar Einstein zelf heeft gezegd dat we die nooit gaan bereiken omdat ons leven eenmaal niet lang genoeg is om zo’n reis te ondernemen. Zelfs niet als we 27551 jaar worden. Het heelal is tegen die tijd nog groter dan het nu al is, want het dijt uit. Waarin het uitdijt, dat weet niemand. Misschien moet het onderzoek zich daar maar op richten omdat dat wellicht de sleutel tot overleven bevat?

In elk geval, ooit houdt het op. Ooit is alles leeg, kaal, verlaten, en nog iets ooiter en er is geen spoor meer van dat wij bestaan hebben. Net als dat er nu geen spoor meer is van de rijke beschaving van de planeet Ziumelania, hoewel die toch echt op spaceshuttle afstand van ons verwijderd lag. Die verre nazaat dus, die een wisse dood tegemoet gaat omdat de zon op een dag stopt, daar maakte ik mij zorgen over. Hij bevat wel 1 miljardste van mijn DNA, tenslotte.

Maar wat heb ik nu ontdekt? Het aantal zaadcellen van een man is alleen al het afgelopen decennium afgenomen met 30%. Het zogenaamde vingerhoedje neemt in snel kracht af. U hoeft geen rekenwonder te zijn om in te schatten dat het aantal zaadcellen veel eerder het nulpunt bereikt dan dat de zon op is. En aangezien je minimaal 40 miljoen zaadcellen nodig hebt om 1 eitje te bevruchten -hoezo kieskeurig- is het einde nabij. We schijnen nu op 200 miljoen gemiddeld te zitten. Ik heb becijferd dat over pakweg vijfhonderd jaar, de man nog slechts over 1 zaadcel beschikt. Om je dan nog voort te planten is volgens de kansberekening moeilijker dan twee keer de lotto te winnen en tijdens het ophalen van de prijs ook twee keer door de bliksem getroffen te worden. Dus dat wordt lastig. Maar goed, het probleem van de verre nazaat lost zich dus op. Een zorg minder. Over 600 jaar is het afgelopen met ons.

Illusionisten

We keken een documentaire op National Geographic over razendsnelle roofdieren. Het is verbazingwekkend wat er in de natuur allemaal is, en hoe het heeft kunnen ontstaan. We kennen allemaal wel het jachtluipaard dat in 3 seconden tot 100 kan versnellen. Maar er zijn spinnen en vissen die in een hinderlaag gaan liggen en in de tijd dat je met je ogen kunt knipperen uit hun hinderlaag schieten, de prooi grijpen en weer terug hun hinderlaag ingaan. Als je het niet vertraagd zou afspelen zou je niet weten wat er gebeurde. Er was een salamander die in 4 milliseconde zijn tong katapulteert, een termiet grijpt en in zijn bek stopt. 4 duizendste van een seconde! Sneller dan dat de snelste Ferrari kan schakelen. Er gebeurt allerlei onverklaarbaars in de natuur buiten Nederland. Ons gevaarlijkste dier is waarschijnlijk de teek. Ik ben vroeger door twintig teken tegelijk gebeten, en ik ben er alleen maar sterker van geworden. Maar hebt u wel eens gehoord van de pistoolgarnaal? Die een luchtbel kan afvuren die de prooi met een schokgolf buiten gevecht stelt? Of van een onderwaterslang (dit is is niet de officiële Latijnse benaming) die weet waar zijn prooi naar toe vlucht en daar simpel zijn bek openhoudt om hem te grijpen? Of een secretarisvogel die zijn prooi dood stampt? Een sidderaal die een kaaiman doodt met een stroomstoot van 600 volt?

Er zijn zoveel onbekende dieren en jachtmethoden dat het mij niet zou verbazen als er ook een beest is dat zijn prooi dood piest met een dodelijke straal urine. Of dat er een ijsvis is die zijn prooi bevriest in een seconde. Het intrigeert mij wat er allemaal mogelijk is op deze aarde. Zoals de razendsnelle zwarte mamba die genoeg gif heeft om een volwassen man binnen een aantal minuten te doden, en vervolgens een muis vangt. En dat die muis nog 10 seconden leeft, dat klopt niet met de tijd die een man nodig heeft om dood te gaan. En vervolgens is er weer de mangoeste die nog sneller is dan de razendsnelle mamba, en bovendien bijna ongevoelig voor zijn gif. Als de mamba is uitgeput slaat hij sneller dan snel toe en met één precisiebeet is de slang naar de eeuwige jachtvelden.

Dat de mens heeft kunnen overleven zonder natuurlijke wapens mag een wonder heten. Want de hersenen behoeden ons dan nu wel voor gevaren, maar hoe was dat 200.000 jaar geleden? Je kon niet snel even je geweer trekken als er een sabeltandtijger aankwam, want die moest je nog uitvinden. Je kon hem ook niet dood denken met je grote hersenen. En hersenen kunnen je behoorlijk in de weg zitten omdat ze je maar op één manier toestaan te denken, en dat is de meest gebruikelijke manier. Als je razendsnel gefopt wordt dan heb je dat niet door. En dan kunnen ze het honderd keer uitleggen op youtube, maar de uitleg klopt gewoon niet. http://www.youtube.com/watch?v=J0Uf5t6Zl0I Volgende maand ga ik met Hans naar Hans Klok, en dan sta ik er met mijn neus bovenop en ik ga niet naar huis voordat ik alle trucs snap.

Een kijkje in de slaapkamer van…Mack

Er zijn wereldproblemen, er is denken over de zin van het leven, moet je rechts zijn of juist links, het komt van tijd tot tijd een keer voorbij. En net als ik het antwoord gevonden denk te hebben komt er iets op tv dat mij mijn mening doet herzien. Daar gaat mijn kans op een allesomvattend logje dat haarscherp uiteen zet hoe een maatschappelijk probleem moet worden opgelost. Misschien moest ik me maar uitsluitend bemoeien met het alledaagse, het burgerlijke, het Nederlandse. Ik ben tenslotte Nederlander in hart en nieren en ook nog in sommige andere organen. Dus dan kun je het over het weer hebben, of over een programma op SBS 6, maar je kunt ook een inkijkje tonen in een typisch Nederlandse slaapkamer.

Lang heb ik het koud gehad in mijn huwelijk met Linda. Kil een eenzaam lag ik in mijn bed, want Linda slaapt het liefst het hele jaar met het raam open. En ik slaap bij de raamkant, het verst bij de deur vandaan, want dat is de mannenkant. Ik weet niet waarom, maar mijn vader sliep daar ook, dus hoort dat zo. Als het aan mij lag stond het raam de hele dag open, totdat we gaan slapen. Ik heb het uiteraard over herfst en winter, want ’s zomers zijn we het wel eens. Ik kan ’s nachts wakker worden van kou. We hebben een elektrisch onderdeken maar ik ben daar in tegenstelling tot Linda nooit een groot fan van geweest. Dat maakt het te benauwd, het voelt kunstmatig aan, het is niet mijn ding, om er maar eens een typisch Nederlandse uitdrukking tegenaan te gooien.

Maar nu is er de oplossing. Zo simpel en vanzelfsprekend dat je je afvraagt waarom je er niet eerder op bent gekomen. Linda kocht voor mij een pyjama! Met Kermit de Kikker erop, dus ze wilde wel even het kinderachtige ervan onderstrepen, maar het stond mij geweldig! En ik sliep zacht, de hele nacht met het raam open en de elektrische onderdeken uit. En omdat het zo’n succes was kocht ze er twee bij. Gewone, neutrale pyjama’s maar ook die staan geweldig. Ik heb een echt pyjamalijf. Ik slaap weer als een roos, de pyjama houdt mij veel beter warm als het t-shirt en ik voel mij niet meer kil en eenzaam. Er zijn er natuurlijk onder ons die naakt in een ijskoud bed slapen, maar dat maakt op mij geen indruk. Ik en mijn pyjama, wij hebben dertig jaar gescheiden geleefd, maar wij maken weer indruk.

Deal?

Ooit spraken wij, Linda en ik, af dat we gingen trouwen. Hans was op komst en het was handiger om te gaan trouwen. Linda belde mij op mijn werk dat ze de datum had vastgezet. Het was geen big deal, we trouwden op een doordeweekse dag en er was geen groot feest. Keuzes. Anderen doen het anders, en dat is maar goed ook. Maar dat huwelijksaanzoek, dat kan toch soms gênant zijn. Zoals mijn vrouwelijke collega laatst vertelde. Haar man is wél romantisch dus hij had haar mee naar een restaurant genomen. Hij had wat obers geïnstrueerd, maar waarover dat weet ik niet precies. Midden in een vol restaurant was hij naar haar toe gelopen, op zijn knieën gegaan en heeft haar ten huwelijk gevraagd. Uiteraard zei ze ja, en de overige gasten die het schouwspel aanschouwden, applaudisseerden.

Mijn collega vertelde toen haar vriend opstond dat ze schrok en zei: “ga zitten!” En toen hij op zijn knieën ging de blinde paniek toesloeg. Ze dacht: “ga staan en ga weer op je plek zitten, gek, iedereen kijkt!” Maar het was te laat, de vraag kwam en ze moest wel ja zeggen. Hoe kun je ook anders in zo’n situatie? Ze had er nog niet op gerekend en vond het ongehuwd ook prima, maar ze was overvallen. Niet dat ze niet met hem getrouwd wilde zijn, maar het was de manier waarop.

Haar man is echter na 1 jaar huwelijk nog steeds van de verrassingen, zo had hij voor haar verjaardag weer een restaurant gereserveerd, en stiekem wat vrienden uitgenodigd. Prima, je moet blijven wie je was, anders trouwt je vrouw uiteindelijk een ander dan wie ze in gedachten had toen ze je nog niet zo lang kende. Deze tactiek van het overbluffen in de openbaarheid kan goed uitpakken. Het maakt niet uit of u haar pas drie kwartier kent. Het is de overbluffingsmethode die u zal helpen die allerschoonste aan u te ringen. Een vrouw een vrouw, een jawoord een jawoord.

Dit brengt mij op een idee waarmee ik eindelijk ook rijk ga worden, maar dan moet u het niet van me pikken. Ik begin ook zo’n geile datingsite en noem het huwelijksaanzoek.nl. Ik plak er een plaatje van twee bovennatuurlijk knappe, blije mensen op die elkaar daar gevonden hebben. Vervolgens schrijven drieëneenhalfmiljoen lelijkerds zich in en voor het oog van die meute kan iemand een vrouw digitaal ten huwelijk vragen. Gadegeslagen door zovelen zal zij niet durven weigeren. U zoekt de minst lelijke uit en ik loop binnen. Deal?

Op zijn plaats vallen

Er vielen vandaag een aantal dingen op zijn plaats. Een overbuurvrouw die ik al wat langer ken, maar de laatste tijd wat beter omdat haar dochter in het voetbalelftal van Hans zit, en die er goed uitziet, strak haar heeft, make-up gebruikt en een goed figuur heeft, blijkt stewardess te zijn bij KLM. Dat laatste wist ik tot vandaag niet maar het was precies wat er aan schortte tot gisteren. Ik zag haar zo voor me op het vliegveld, lopend in haar hemelsblauwe stewardessenpak, tussen nog wat stewardessen en twee piloten.

Een andere voetbalmoeder heeft altijd gehockeyed hoorde ik vandaag en ook dat klopte exact met haar figuur en gezicht. Toen ik het nog niet wist was er ook niks aan de hand, maar dit maakte het plaatje kloppend. Ik kon haar haast zien rennen met een stick, poloshirtje en rokje. Ze zou zo in het Nederlands damesteam passen.

Een paar weken terug had ik het met haar man, een vrolijke, goeduitziende, jonge sportieve man. Hij komt vaak zijn kinderen naar school brengen in hardloopoutfit. Ik vond het altijd een tikje aanstellerig, totdat ik hoorde dat hij rechercheur was. Hoe ik verbanden leg weet niemand, maar ik snapte ineens dat hij in conditie moest zijn voor zijn werk. Het valt allemaal op zijn plaats.

De stewardess en de hockeyspeelster vroegen wat ik deed. Waarop ik aangaf dat ik boekhouder was. Voor hen stortte de wereld in. Ik zag ze schrikken. Ze hadden alles verwacht, rockster, piloot, commando, astronaut, F1 coureur, maar boekhouder, nee dat niet. Zij zitten met losse puzzelstukjes, terwijl de mijne in elkaar pasten.

Zweden

Zondagmiddag vertrek ik voor een paar dagen naar Helsingborg. U weet vast dat ik enorm van reizen hou. Dat avontuurlijke, dat op jezelf aangewezen zijn, dat gaan en maar zien waar je uitkomt, dat is mij op het lijf geschreven. Het zou mij niet verbazen als de schepper van Douwe Dabbert (Deens-Gammelpot, Indonesisch-Pak Janggut, Spaans-Bermudillo, Portugees-Danny Doodle, Duits-Timpe Tampert, Pools Daniel Dudek, Zweeds Teobald, Luxemburgs-Nicky Bommel) zich door mij heeft laten inspireren. Ik red me overal met slechts mijn knapzak. Geen zee is me te diep, geen berg me te hoog, geen brug me te ver en geen land mee te bezeilen. Mijn slaapplaats is onder de sterren. Uren zou ik kunnen vertellen over mijn reizen. Maar ja, ik ben geen opschepper en bovendien zou ik u toch maar vervelen met mijn avonturen in verre landen. Het is dat de zwaartekracht mij op deze planeet houdt, anders had ik Mars ook al bezocht.

Er is trouwens een project gaande waar mensen zich in kunnen schrijven voor een enkeltje Mars. Voorgoed. En het loopt storm. 78.000 mensen willen de aarde voorgoed verlaten om de rest van hun leven op Mars door te brengen. Nu zal dat niet al te lang zijn, de rest van je leven op Mars, maar toch. Er komen huizen om te wonen en het begint met 4 mensen. Over een aantal jaren moet Mars bevolkt zijn, en het schijnt de bedoeling te zijn dat Mars een eigen dampkring krijgt. Het lijkt me wel een uitdaging, van die dampkring. Bovendien moet je van fris houden, maar ach, wie houdt er nou niet van fris? Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat hij de smog van Peking verkiest boven lekkere frisse Alpenweiden.

Zweden, zo kom je er nooit, zo zit je er een paar keer per jaar. Per is trouwens een echte Zweedse naam. Net als Markus, Imre en Magnus. En Stig natuurlijk. Some say that in his wallet, he keeps a photograph of his wallet. Het is helemaal geen verkeerd land hoor. De mensen ook niet, helemaal niet verkeerd. Ook hun Vikingen waren niet de meest gevreesde. Volgens de Denen waren het zelfs een beetje Sissie Vikingen. En volgens de Noren is de Zweedse taal gewoon Noors maar dan wat “gay” uitgesproken. Er zit wat rivaliteit tussen de Scandinaviërs. Wij Nederlanders kunnen goed met ze opschieten. Ze beschouwen ons als een zuidelijk land, en denken dat wij Laid-Back zijn. Ik keek er ook van op toen ik het hoorde en vroeg me af hoe gestructureerd zij dan wel niet moesten zijn, om ons als zodanig te kwalificeren. Maar dat valt reuze mee. Ze zijn gewoon net als wij. Het enige aparte dat ik heb gemerkt is dat drankverslaving een taboe is in Zweden. Je kunt dus niet zeggen: ga mee een biertje drinken, je dient te zeggen: ga mee wat drinken. Je kunt immers met een drankverslaafde te maken hebben. Nou ja, als dat alles is.

De natuur vecht terug.

Het razendspannende boek dat ik aan het lezen ben gaat over iemand die het verleden probeert te veranderen. Maar het verleden laat zich niet graag veranderen en vecht terug. De hoofdpersoon wordt op allerlei manieren tegengewerkt zodat het verleden niet veranderd kan worden. Iets dergelijks gebeurt ook als je probeert in te grijpen in de natuur. Zoals ik twee weken geleden. Ik heb namelijk een glazen bak met guppen. Voor de vakantie zaten daar acht vissen in die allemaal groot geworden zijn nadat ze bij mij begonnen waren als 3 milimetervis. Door een wonderlijke speling van de natuur bleken het zeven mannetjes en één vrouwtje te zijn. En dat is een verkeerde verhouding omdat mannetjes geneigd zijn op vrouwtjes te jagen. De juiste verhouding is twee vrouwtjes op ieder mannetje. Na de vakantie zaten er ineens vijf nieuwe 3 milimetervisjes in. Ik besloot wat aan de verkeerde verhoudingen te doen en kocht een klein kweekbakje waar de kleintjes in konden, voordat die werden opgegeten door de grote. Twee mannetjes gaf ik weg aan de buurvrouw, omdat die juist vrouwtjes had bijgekocht maar sindsdien waren al haar mannetjes doodgegaan. Ik had er dus nog zes over, één vrouwtje en vijf mannetjes. Daarna kocht ik er vier vrouwtjes bij.

Vanaf dat moment ging het mis. Eerst stierven er twee mannetjes. Ik had toen vijf vrouwtjes en drie mannetjes. Prima verhouding. Toen verdwenen er langzaam vissen. De katten waarschijnlijk. Ik had nog twee mannetjes en drie vrouwtjes. Prima verhouding. Toen ging er nog een vrouwtje dood. Daarnet ging er weer een vrouwtje dood. Nu heb ik nog één vrouwtje en twee mannetjes. (even afgezien van de 3 milimetervisjes waarvan we nog niet weten wat het zijn). Nu is mijn conclusie dat de natuur zich niet graag laat veranderen. Ze vecht terug. Als zij vindt dat er meer mannetjes dan vrouwtjes moeten zijn, dan is dat zo. Dan kun je wel denken dat je in gaat grijpen, maar de natuur is sterker. Ze fluistert zelfs de katten in dat ze moeten helpen de verhoudingen te herstellen.