Naar de kapper gaan is voor de jongen die ik was en voor de man die ik ben een redelijk gênante gebeurtenis. Voor de jongen die ik was omdat ik het stom vond in de stoel te zitten en elke keer weer hetzelfde antwoord te moeten geven op de vraag: "Hoe moet het geknipt worden?" Want ik zei altijd wat mijn moeder me gezegd had: "Hetzelfde model alleen een stukje korter." "Oren vrij?" "Ja, oren vrij." En daar zat je dan, te wachten tot de kapper zei: "zo, dan kun je er weer een poosje tegen", en je weg kon om thuis met de kam en water te corrigeren waar de kapper zijn best op had gedaan.
Tegenwoordig is het gênant omdat kapsters altijd dezelfde vragen stellen. "Wat een weer hè?" "Heb je nog iets gedaan in de vakantie?" "Zo, dat is hard gegaan, zeker alweer een behoorlijk poosje geleden?" Ik merk wel dat ik voorkeur voor twee kapsters heb. Die praten je niet je oren vrij maar knippen ze vrij. Of ze stellen vragen over de kinderen, altijd leuk, want die hebben ze zelf ook. En op de vraag "wat is de bedoeling?' zeg ik allang niet meer: "Hetzelfde model, alleen een beetje korter." Welnee, ik zeg meestal: "Wat kun je er nog mee?" En vandaag, ik was in een extra lollige bui en zei: "Redden wat er te redden valt."
Wat is er hard gegaan? Het groeien of het kalen? 😛
LikeLike
Moet jij niet eens even informeren of de mannen in jouw huis nog wel bier genoeg hebben?
LikeLike
Is dit een variant op: Mens ga toch koken! ? (Fortuyn tegen van Scherrenburg). Zulke dingen kunnen mannen alleen nog bedenken als vrouwen de mannen te slim af zijn. Wat we meestal zijn. Ha!
LikeLike
Koop een tondeuse en laat je voortaan door Linda helpen, die onder de hand wel uitgevraagd zal zijn. Waarmee het knippen harder opschiet en de tijd en de tondeuse zo zijn terug verdiend. Hier spreekt een ervaringsdeskundige.
LikeLike