8.8. Het riviertje uit het vorige logje is op de meeste plaatsen ondiep. Toch kun je lang niet overal staan. Ik peilde ergens ongeveer drie meter. De bodem ligt bezaaid met keien en rotsen waardoor je zonder waterschoenen eigenlijk reddeloos verloren bent. Ik snapte er ook niks van als ik sommige mensen op blote voeten de rivier door zag waden. Hans kan nog niet zwemmen en tijdens ons visavontuur had hij geen zwembandjes bij zich. Aan de kant waar wij zaten te vissen was de rivier gelijk diep. Het was 32 graden en wij wilden zwemmen. Ik sprong in het water en vroeg Hans of hij zich aan mij vast wilde houden. Hij sprong mij achterna en klom op mijn rug. Zo zwommen we de 30 meter naar de overkant en terug. Ik voelde me lekker rebels. Vooral ook omdat 10 meter naast ons, er zat slechts een struik tussen, twee jonge, giechelende, maar vooral topless Françaises zonden. (van het werkwoord zonnen, niet van zondigen.) Hans had er geen oog voor. Ik trouwens ook niet want safety first.
Ook handig dat je geen zwembandjes hebt op een plek waar je aan het water bent. Ik lees het allemaal wel weer, kind getraumatiseerd én slecht behandeld.
LikeLike