Seizoenen

Op een of andere manier hebben wij een gelukkige hand in het uitzoeken van mooi weer op vakantie. Met uitzondering van 2011 toen we in de Franse Alpen zaten, hebben we eigenlijk elke zomer mooi weer gehad tijdens de vakantie. Zelfs toen we drie weken naar Ierland trokken was het daar in jaren niet zo’n mooie zomer meer geweest. Waar ik aan te danken heb weet ik niet, maar feit is wel dat ik om me heen wel veel hoor over regen tijdens de zomervakantie. In 2011 was het niet eens zo slecht, maar toch had ik een wat ander gevoel toen ik thuis kwam. Mooi weer vind ik wel belangrijk, zeker in deze leeftijdsfase van de kinderen. Als de zon schijnt ziet alles er beter uit, dat is overal zo. In de zomer is het prachtig en kun je je nauwelijks meer voorstellen hoe de winter voelt, en vooral hoe kaal het in de winter is. Het is maar goed dat het geleidelijk gaat, die overgang.

Gisteren deed ik wat Google Streetview in Frankrijk, ik reed door de straten waar ik ooit geweest was. En ook de Franse Alpen zien er in de winter niet fijn uit. Hoe aantrekkelijk de zomer is, hoe kaal en verlaten het in de winter aan kan doen. Maar zonder de seizoenen zou de aarde er heel anders uitzien, misschien was er wel geen leven mogelijk. In elk geval zou Vivaldi niet zo uit de verf zijn gekomen. Ik zag vanmiddag nog zwaluwen laag boven een weiland vliegen, heel lang zullen ze hier niet meer zijn, nog even en ze vertrekken weer naar Zuid-Spanje en Noord-Afrika. Het is pas 17 augustus. Morgen zou mijn vader 70 zijn geworden, ware het niet dat hij maar 40 mocht worden. Het hoort heet te zijn op 18 augustus, zinderend heet voor Hollandsche begrippen. Je moet nog in de tuin kunnen liggen, en je hoeft je nog helemaal geen zorgen te maken over vertrekkende zwaluwen. Er moet een zwembadje staan, kinderen spelen buiten, ouders zitten tot ’s avonds laat in de tuin, in mijn hersenen heeft zich een beeld gevormd waarin de jaren ’70 de hemel voorstellen. Zomer, zwaluwen en alles wat daar niet bij past is verbannen. De werkelijkheid zal anders geweest zijn, maar wat geeft dat. Zeventig jaar, het is dertig jaar geleden dat ik hem voor het laatst zag. Maar nu zie ik hem vooral in de zomer. De narigheid is weg. Zijn ziekte is geweest. Wat blijft zijn de herinneringen aan de mooiste tijden, zomervakanties in Frankrijk, zoals de hemel moet zijn.

Een doekje voor het bloeden

Lacanau, Samedi le 19 Juillet 2014,

Jaren geleden schreef ik een logje waarin ik uitlegde waarom ik altijd een schone zakdoek bij me heb. Het was voor het geval ik een huilende prinses tegen zou komen, dan zou ik haar mijn zakdoek kunnen aanbieden. Vanavond was het zover. Ik liep met Tammar over de camping toen ze ineens struikelde en op haar knieën viel. Ze huilde maar ze bloedde ook. Dichterbij een prinses dan dit zou ik niet komen. Ik pakte mijn zakdoek en hield die tegen haar geschaafde knietje. Het hielp. Het bloeden stopte en ik begreep ineens waarom ik altijd die zakdoek bij me had gedragen. Voor mijn eigen prinses, al kon ik dat toen nog niet weten.

Wir mussen weiter.

Ik ga het proberen achter me te laten, het verlies van de halve finale tegen Argentinië. Maar mijn gifbeker moest eerst nog leeg want de Duitsers wonnen de finale op Duitse wijze met een doelpunt in de slotminuten. Denk niet dat ik een grapje maak als het over WK finales en Duitsland gaat. Vanochtend sloeg ik de krant open en ik kon hem wel aan stukken scheuren. Een artikel over waarom Duitsland overal het beste in is. Auto’s, politiek, voetbal, intelligentie, vriendelijkheid, ik moest het lezen maar de tranen sprongen zowat in mijn ogen. Ik haat ze, ik haat ze, ik ga er nooit meer heen, dat dacht ik. Ik ben zo afgunstig dat het niet mooi meer is. Ik zei nog tegen Linda, dat ik op Facebook had willen zetten dat er nog een kans was dat het vliegtuig neer zou storten, maar dat zou te ver gaan. Dat vind ik zelfs. Hooguit dan die vervloekte Mario Götze die eruit ziet alsof hij een hooggeplaatste vader heeft. Het meest pijn doet het me nog dat ik vrijwel alleen sta in mijn strijd, mijn buurmannen hadden gewoon een shirt van die Mannschaft aan. Daar zou je toen ik jong was nog op zijn minst voor worden kaalgeschoren. Hoe heeft het zover kunnen komen met dit land dat we in slaap gesust zijn, klaar om ingelijfd te worden door de grote Germaanse broer? Het moet de feestgeneratie van nu zijn, die vrede sluit met iedereen die een luidruchtig bierfeest organiseert.

De WK finales zijn niet zomaar wat. Ze maken deel uit van de geschiedenis en hebben gunstige invloeden op het welzijn van een land. WK finales zijn voor mij een “trip down to memory lane.” Vanaf 1974 weet ik ze allemaal nog, en elk WK brengt me een herinnering. Gisteren kwam ik er weer pijnlijk achter dat ik mijn vader mis. Hij had deze ellende voor mij kunnen relativeren. Als hij er nog zou zijn zou ik niet zo’n hang naar het verleden hebben. Dan zou ik een wat gezondere kijk op het WK hebben.

Ik zag het beeld van honderdduizenden Duitse supporters in Berlijn, wachtend op hun helden. Het vliegtuig met die Mannschaft vloog laag over de menigte, bij wijze van groet. Ik moest toegeven dat dat mooi was. Nee, niet mooi, het was prachtig. Wat zou ik graag voor Nederland gewild hebben wat Duitsland daar deed. Stel je voor, het vliegtuig met daarin Robben, Van Persie c.s vliegt over een oranje blije menigte omdat het ons e i n d e l i j k gelukt was. Ik zou het niet droog houden. Ik zou huilen van geluk. Ik ga nu weer vrede sluiten met de buren. Duitsland is geen onterechte winnaar. Und jetzt Schluss mit der Weltmeisterschaft, we gaan weer verder. Maar dat u even weet dat het me ernst was.

Full Pull

Op de radio hoorde ik dat de man die 31 jaar geleden in Delfts café zes mensen doodschoot, geen recht heeft op onbegeleid verlof. Eerst flitste die 31 jaar door mijn hoofd en vervolgens realiseerde ik me dat ik nog precies wist dat het gebeurde. Tenminste, mijn aardrijkskundeleraar destijds had het over schuttersbier en kogelbiefstuk, ook in het pré-facebooktijdperk had met al behoefte aan het afwentelen van ellende. Maar het is 31 jaar geleden en ik weet het nog! Een eeuwigheid. Ik was dertien en zat op de Mavo. Wat ik leerde met Aardrijkskunde is overigens volledig weg.

Toen ik geboren werd in 1969, toen was 31 jaar geleden 1938. Ik bedoel maar. WO II moest nog beginnen in dat perspectief. Het is onvoorstelbaar hoe oud ik dus al ben en hoe dichtbij de geschiedenis is. Het had niet veel gescheeld of ik had die hele ellende kunnen voorkomen, zo dichtbij was ik. Dichter dan vandaag was ik nooit bij de oorlog. Toen ik klein was, was ik er ver van verwijderd. Het was al lang geleden en als kind had je dat niet aan je hoofd. Wist jij veel dat het om je heen nog barstte van de loslopende nazi’s? Nu ja, nu zijn ze weg en vrijwel uitgestorven.

Nee, het leven vliegt voorbij als een tractorpull. Je start voortvarend en vol energie, maar langzaam wordt de last zwaarder en kom je met dezelfde energie minder hard vooruit om uiteindelijk te bezwijken onder de gewichtsverplaatsing. Slechts enkelen halen een full pull. Ik denk nog vaak aan mijn start. En kijk eens hoe ver ik al ben! Al zeker 44 meter en nog steeds gaande. Misschien kan ik wat vals spelen met het gewicht? Of de motor wat opvoeren? Feit is wel dat de start en finish ver weg zijn en dat je niet weet of je tussentijds stil zult vallen. Midlife crisis is pure heimwee. Je bent het verst verwijderd van zowel start als finish. Ergens in het midden, daar ploeter je voort. Niks om je zorgen over te maken. Maar 31 jaar geleden, da’s toch wel even schrikken.

De Reünie.

De Reünie, dat vind ik nu een prachtig programma in dit tijdperk van nietszeggende televisies. Het gaat over mensen en over hun belangrijkste levensgebeurtenissen. Je kunt je spiegelen aan de statistieken van een klas, waarvan het gemiddelde het gevolg is van vele uitzonderingen. Afgelopen zondag was er het verhaal van Jorne Langelaan, midden dertig, kapitein van het schip Tres Hombres, en tevens eigenaar van de vloot, nu nog bestaande uit enkel het genoemde schip. Jorne had het plan om een CO2 vrij vrachtschip te exploiteren en bouwde daarom een zeilschip. Met het zeilschip vaart hij samen met de bemanning over de wereld en vervoert ouderwetse goederen als cacao en rum. En niemand in de klas was verrast omdat Jorne nu eenmaal altijd al Jorne was. Hij maakte zijn droom al vroeg in zijn leven waar en ging zijn eigen weg. Jorne ziet er ook uit als een zeeman uit ver vervlogen tijden. Wat ik aantrekkelijk vind in Jorne is dat het kennelijk vanaf zijn jeugd al vaststond dat hij dit zou gaan doen. Dat hij deze keuze maakte en nu kapitein is op een ouderwets zeilschip. Dat hij eruit ziet als een kapitein. Dat hij, als hij een glas rum inschenkt, er voor zorgt dat ik ook rum wil drinken, terwijl ik niet eens weet hoe dat smaakt. Dat als hij een sigaar aansteekt, je denkt dat een sigaar gezond is. Hij is mijn tegenpool. Ik deed maar wat mij overkwam, maar  hem overkwam wat hij deed. Jorne, de rust zelve en dan ook nog eens een mooie jongen die zijn droom al deels heeft waargemaakt en nog steeds najaagt. Ik, kalende veertiger met kantoorbaan. Het is dat ik weet dat God alle mensen even lief heeft, anders zou je er jaloers op worden. jorne jorne 2

Dag Bob

Gisteren om deze tijd leek hij nog kerngezond, nu is hij dood. Amper drie weken na Sophie hebben we vanavond Bob in laten slapen. Vrijdag is hij nog geopereerd aan zijn gebit en hij was aan het opknappen. Maar vanmiddag begon hij snel te ademen en dat was vreemd. Het ging ook niet meer over dus belden we de dierenarts. Liefst ga je niet op zondagavond dus we keken het nog even aan, ook omdat onze eigen dierenarts geen dienst had en we een half uur moesten rijden. Maar ineens beseften we dat het ernstig kon zijn en dat we anders misschien midden in de nacht zouden moeten. Ik had op de heenweg nog eigenlijk niet goed in de gaten dat het einde dienst zou zijn. De dierenarts heeft een röntgenfoto gemaakt en vertelde me een aantal dingen die ik niet goed begreep, alleen dat het ernstig was. Het leek op een uitgebreide longontsteking, maar toch was ze erg onzeker. Het kon ook een probleem met het hart zijn waardoor nu een complicatie van de operatie optrad. Ze zou hem kunnen behandelen maar dan zou hij vannacht alleen in een zuurstoftank zitten en de prognose was uiterst onzeker. Ik kon hem ook meenemen na een spuit met antibiotica maar dan zou hij weer niet in een zuurstoftank zitten. De andere optie was in laten slapen en ik wist eigenlijk wel genoeg. Ik belde Linda om het uit te leggen en ze was het er mee eens. De dierenarts bevestigde dat het een  reële beslissing was waar ze ook achter stond.

Het narcosemiddel was eigenlijk al voldoende. Toen hij in slaap was, stopte zijn ademhaling ook. Hij heeft nog wel een spuitje in zijn hart gekregen om de hartslag te stoppen. Ik zat er met betraande ogen bij. Morgen moeten we het de kinderen vertellen, die al sliepen. Hans heeft nog wel meegekregen dat het niet goed met Bob ging, en maakte al een opmerking dat hij straks Sophie achterna ging. En dat hij mee wilde naar de dierenarts, waarvan we op dat moment nog niet eens wisten of we zouden gaan. En nu heeft niemand afscheid van hem kunnen nemen, behalve ik. Sophie kreeg nog een mooie tekening mee, maar voor Bob ging het te snel. Het is onvoorstelbaar, gisterenavond om deze tijd liet hij zich nog uitgebreid aaien door de visite, en nu is hij er ook al niet meer. Niet eens meer een foto kunnen maken van de liefste kat die we ooit hadden.

Dag Sophie

sophie snoepjes tekening sophieEen kleine twee weken heeft ze het nog uitgehouden, poes Sophie. Vandaag lieten we haar inslapen wegens een ongeneeslijke erfelijke en dodelijke nierziekte. Haar nieren waren haar aan het vergiftigen en ze maakte grote vochtzakken aan, die inmiddels keihard waren geworden. Ze is maar 11 geworden, dit kleine katje waarvan ik dacht dat ze stokoud zou worden. De laatste maanden werd ze magerder en twee weken geleden gingen we naar die dierenarts die al voelde dat er iets goed mis was. We lieten nog een foto maken om te kijken of het echt goed mis was, en dat was het. Alleen op dat moment zei de dierenarts dat hij geen idee had hoe lang het nog zou duren, kon nog wel een half jaar zijn. Maar ze leek het doodsvonnis te begrijpen en ging versneld achteruit. Het was tijd om te gaan.

Hans en Linda hadden er het meeste moeite mee. Tammar een beetje en ik had me wat afgesloten. Gisterenavond lag ze hier naast me op zolder en toen ik naar beneden ging lag ze gekruld, alsof ze haar laatste nacht nog redelijk lekker lag. Vanochtend ging ik voor ik naar mijn werk ging nog even bij haar kijken, het was immers de laatste keer en ik aaide haar. Even later kwam ze naar beneden en ging de kattenbak op. Daarna ging ze bij haar voerbak zitten en ik heb haar nog een plakje worst gevoerd. Ik vond het zielig maar het was beter zo.

Vlak voor Linda en Hans naar de dierenarts gingen zag ik een status op facebook. Een foto van Sophie die voor het laatst snoepjes kreeg en een tekening van Hans die met haar meegaat als ze gecremeerd wordt. Die tekening brak me. Ik zat op mijn werk en dacht aan al die keren dat Sophie bij Hans op bed lag als hij ging slapen. En vanavond toen ik hem naar bed bracht lag hij alleen op zijn kussen te huilen. Dat is wat het zo dramatisch maakt. Sophie is beter af zo en haar afwezigheid is kortstondig pijnlijk. Maar het jongetje dat zijn lievelingskat moet missen dat doet mij zeerder. Ik had voor beiden een schetsblok gekocht om de pijn te verzachten. Het hielp wel even tijdelijk. Het zijn geen rampen, maar grijpt me toch meer aan dan ik dacht. Morgen is het wel weer over. Dag Sophie, ik vond je stiekem best leuk.

Een kerstverhaal

Vandaag besloot ik dat het kerstmis was. In huis hangen nog steeds door de kinderen gemaakte kerstdecoraties en we hadden destijds een film opgenomen die ik nog niet gekeken had, A Christmas Carol. Ik vond het een mooie dag om die samen met de kinderen te bekijken. Het was de Disney uitvoering uit 2009, een van de betere. Hij was ondertiteld dus nog wat lastig te begrijpen voor Hans en Tammar maar ik kon ze uitleggen waar het over ging. Over een chagrijnige, gierige oude boekhouder die zijn kantoor niet uitkwam en die niet geïnteresseerd was in zijn medemens. Hij kreeg bezoek van zijn vroegere compagnon en van drie kerstgeesten om hem te waarschuwen voor het lot dat hem te wachten stond als hij zijn leven niet beterde. Het is mijn favoriete kerstfilm en Hans vond hem geweldig. Hij liet blijken dat hij snapte wat er gebeurde. Tammar zat tegen mij aan en vond het wat eng allemaal met die geesten. Op een gegeven moment haakte ze ook af maar ik had het juiste gevoel te pakken. Zondagochtend samen met de kinderen een mooie film kijken. Dat is waar het allemaal om te doen is als je vader bent.

Momenteel ben ik een vrij nutteloze vader die al vanaf de echte kerst pijn in zijn rug heeft en niet veel kan. De rugpijn voel ik niet meer maar het is de uitstraling naar mijn linkerbeen. Erop staan gaat amper alleen zitten en liggen gaat, hoewel ik vannacht wakker werd van een pijnlijk been. Ik klaag niet, het gaat weer over, niks aan de hand. Ben gewoon twee maanden per jaar minder valide, dat is alles. Mijn hoofd werkt nog goed, en maakt al plannen om mijn lichaam beter bestand te maken tegen deze laffe aanval in de rug. Maar dan moet het eerst beter worden.

Maar het is kerstmis vandaag. We hadden bezoek en haalden friet. Mijn zwager reed en ik zette de cd aan, een Elvis kerst cd die er ook sinds kerst niet meer uit geweest is. Maar wat geeft dat, die kun je het hele jaar draaien en zwager en ik hebben al besloten dat deze cd mee gaat tijdens de zomervakantie naar Frankrijk. Je kunt er geweldige imitaties bij doen, ik van Elvis, hij van de Jordanaires. Je komt er van in een prima kerststemming. Ik ga zo nog even naar de nachtmis en morgen beter ik mijn leven. disney_a_christmas_carol_wallpaper-wide

Afgezant

Toen mijn vader ziek was en nog streed voor zijn leven was hij onder behandeling in het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam. Een fabriek waar men destijds kennelijk het beste kon bieden op het gebied van medische wetenschap. Toch ging het daar goed mis, op meerdere vlakken. Geen goed bed voor mijn vader die ook rugpatiënt was, zodat mijn moeder met zijn speciale matras naar Rotterdam moest sjouwen en zelf maar moest zien hoe die matras op mijn vaders kamer kwam. Mijn vader en moeder hadden er een keer een afspraak op maandagochtend om acht uur. Mijn moeder had al geprobeerd of het later kon want ze wist niet hoe ze het moest redden om op die tijd daar te zijn en ons naar school te brengen. Ze had gevraagd of ze kon ruilen met iemand die uit de buurt kwam, maar het ziekenhuis was onvermurwbaar, acht uur maandagochtend. Toen ze daar zaten werden ze om half negen ontvangen. De behandelend arts zei alleen maar dat hij niks meer voor mijn vader kon doen, waarop mijn vader moest huilen en hij een laagje water in een plastic bekertje kreeg. Een kwartier later konden ze weer naar huis. Geen goed woord heeft mijn moeder over voor het Dijkzigt ziekenhuis, maar wat een verademing dat ze later aan de VU terecht kwamen bij professor van der Meer. Een ziekenhuis op gereformeerde grondslag en of het daarmee te maken had weet ik niet, maar iedereen leek er veel vriendelijker. Menselijker. Dat gold in het bijzonder voor de professor die mijn vader uiteindelijk heeft geholpen bij de zachte dood. In 1985 lag dat nog moeilijker dan nu, en zeker in een gereformeerd ziekenhuis. Vijf artsen moesten het ermee eens zijn, en omdat mijn vader had gezegd dat hij niet wilde dat zijn kinderen hem nog verder moesten zien aftakelen dan hij op dat moment al afgetakeld was, kreeg hij ze mee. Hij woog nog maar net meer dan veertig kilo (1,85) dus veel meer dan twee weken zou het niet geduurd hebben.

De recherche kwam later bij ons aan de deur om te checken of aan alle regels voldaan was, een Amerikaanse filmploeg is bij ons thuis geweest om een uitzending te maken over euthanasie, maar achteraf denk ik om Nederland in een kwaad daglicht te stellen, en mijn moeder had het privé telefoonnummer van de professor gekregen. Ze is later op zijn uitnodiging nog naar een lezing van hem geweest omdat daar onder andere “haar geval” aan de orde kwam. Een man op wie ze enorm gesteld was. Een verlosser in zware tijden.

Dit allemaal heb ik niet uit eigen ervaring verteld. Het zijn de verhalen van mijn moeder. Wij werden angstvallig buiten dit alles gehouden destijds. Wij mochten een week van school blijven maar daarna moesten we weer door. Wat ik wel uit eigen ervaring weet is iets wat mijn moeder ook ervoer toen ze na het overlijden naar huis werd gebracht. De wereld draaide gewoon door, niemand bekommerde zich om wat er zich zojuist had afgespeeld. Ik vond het ook vreemd dat er destijds op het journaal geen melding van werd gemaakt. Of misschien meer dat er van andere zaken wel melding werd gemaakt.

En zo gaat het sinds die winterdag in 1985 nog elke dag. Elke dag is er diepe ellende ergens in Nederland, en we hebben er geen weet van. We hoeven er ook niet bij stil te staan, dat is een onmogelijke opgave en het dient ook nergens toe, maar het laat zo duidelijk zien dat ellende relatief is. Relativeren, dat hoorde ik vaak. Ik heb het in de loop der jaren wel enigszins geleerd, maar ik wind me soms nog steeds op over kleinigheden. Mensen die je het gevoel geven dat je er niet alleen voor staat in zware tijden, zoals de professor, ze vallen niet op want het zijn stille helden. Maar als je er ooit mee in contact gekomen bent, met zo’n te hulp schietende afgezant van God, ja dan kun je volgens mij niet anders dan de boodschap voort te zeggen. Dus doe ik dat maar.

Een gezicht.

In 1984, toen mijn vader maag-darmkanker kreeg was je niet best af met een dergelijke diagnose. Op meerdere vlakken niet. Niet op het medische, en niet op het vlak van nazorg. Je was ten dode opgeschreven en negen maanden later, de tijd die nodig is vanaf verwekking tot geboorte, was het afgelopen. En al die tijd was er nauwelijks hoop. Zo was dat in die tijd. Nu is de medische wetenschap een stuk verder en is er meer mogelijk. En inderdaad, ik heb meegemaakt dat mensen die dezelfde diagnose kregen een stuk langer leefden. Sommigen spreken al van een chronische ziekte.

Ondanks dat ik geen arts ben, er geen verstand van heb, zou ik dat toch ernstig willen tegenspreken. Mensen die de diagnose krijgen leven inderdaad langer. Maar ik zou het haast oneerbiedig “rekken” willen noemen. Het klinkt aanlokkelijk natuurlijk als je vijf jaar extra krijgt in plaats van negen maanden. En dat is het ook. Maar vaak is het niet zo dat je vijf gezonde jaren krijgt en dan ineens weg bent. Het aftakelingsproces wat eerder negen weken of maanden duurde, duurt nu vijf jaar. Vijf jaren met beperkingen. En het lijken mij angstige jaren. Jaren waarin je in de gaten wordt gehouden, waarop op scans niks te zien is, maar waarin je je grote zorgen maakt als je ook maar het minste of geringste voelt. Bestralingen en chemotherapie, het bestond toen ook al, alleen nu slaat het vaker en beter aan. Dat heeft vooral te maken met het feit dat men is in gaan zien dat niet twee soorten kanker hetzelfde zijn, en dat je elke vorm anders aan moet pakken. Maar het neemt niet weg dat het helaas nog vaak gebeurt dat er een tijd lang goede resultaten te zien zijn met afnemende tumoren en dan ineens op een kwade dag, als je bijna weer vertrouwen hebt opgebouwd, bam, uitgezaaid en niks meer aan te doen. En de dokter weet weinig anders uit te brengen dan: dit hadden we niet zien aankomen.

Natuurlijk is er grote vooruitgang geboekt, daar wil ik helemaal niks aan afdoen, maar veilig ben je allerminst met de diagnose kanker. En je hoort zo weinig verhalen van mensen die wel genezen zijn. Een vriendelijk en kundig arts, daar ben je het beste mee af. Die had mijn vader. Ik heb hem nooit ontmoet, maar de verhalen waren altijd lovend. Ik gok dat dit hem is, maar ik kan er faliekant naast zitten. De naam klopt, de tijd dat hij aan de VU werkte ook. Het is voor het eerst dat ik hem zie op een foto. Dit moet haast de man zijn die mijn vader zo goed heeft begeleid in die tijd. De man over wie ik vroeger altijd de lovende verhalen hoorde heeft ineens een gezicht. Een goed gezicht. Een aansprekend gezicht. Dit moet haast de man zijn die mijn vader voor verder ondraaglijk lijden heeft behoed. Eindelijk heeft hij een gezicht.