Soms heb je zo'n dag waarop alles lukt wat je met een bal doet. Hans wil altijd dat ik zijn plastic spidermanbal heeeel hoog in de 'moom' schop, zodanig dat-ie ook in de boom blijft hangen. Ik geef het ding een trap, en hij blijft hangen. Normaal doe je daar toch twintig keer over. Daarna gooi ik het ding er met een tennisbal in één keer uit. "Nog een keer" roept Hans dan, en ik schopte de bal weer in de boom, hij bleef op dezelfde plek hangen en weer gooi ik het ding er met een welgemikte worp in één keer uit. (Soms sta ik tien minuten te gooien voor het een keer raak is.)
Of ik geoefend had, vroeg de buurman die de bal op meters na miste. Later, toen het tijd werd om naar binnen te gaan, gaf ik de bal een volleybal-achtige klap en het ding vloog door ons tuinhekje en stuiterde precies door de openstaande voordeur naar binnen. Weer kijken een paar mensen mij verwonderd aan. "Dat doe je ook geen tweede keer!" En dat laatste klopt inderdaad. Het is een raar fenomeen. Ik weet namelijk al dat zodra ik die bal trap, gooi, of een klap geef, dat-ie raak zal gaan, maar je kunt zoiets niet plannen. Misschien is het zelfs wel zo dat als je de bal raak ziet gaan, dat je hersenen daarna jou het gevoel geven dat die trap of gooi perfect was zodat het leek alsof je het al wist.
Alles valt in één keer op z'n plek. Soms weet je al dat je gaat scoren voordat je gescoord hebt. Er is dan even geen plek voor twijfel en onzekerheid. Het is gewoon de bal raken en hij kan eigenlijk maar één kant op, en dat is de kant die jij beoogde. Dit verschijnsel wordt vaak toeval genoemd, maar ik denk het niet. Het is vast dat onontdekte gebied in de hersenen dat je eens in de zoveel tijd mag aanspreken en dat er dan ook voor zorgt dat wat je wilt, gebeurt. Marco van Basten begrijpt vast wel wat ik bedoel als-ie dit leest en terugdenkt aan zijn doelpunt in de EK finale van 1988.