Balgevoel

Soms heb je zo'n dag waarop alles lukt wat je met een bal doet. Hans wil altijd dat ik zijn plastic spidermanbal heeeel hoog in de 'moom' schop, zodanig dat-ie ook in de boom blijft hangen. Ik geef het ding een trap, en hij blijft hangen. Normaal doe je daar toch twintig keer over. Daarna gooi ik het ding er met een tennisbal in één keer uit. "Nog een keer" roept Hans dan, en ik schopte de bal weer in de boom, hij bleef op dezelfde plek hangen en weer gooi ik het ding er met een welgemikte worp in één keer uit. (Soms sta ik tien minuten te gooien voor het een keer raak is.)

Of ik geoefend had, vroeg de buurman die de bal op meters na miste. Later, toen het tijd werd om naar binnen te gaan, gaf ik de bal een volleybal-achtige klap en het ding vloog door ons tuinhekje en stuiterde precies door de openstaande voordeur naar binnen. Weer kijken een paar mensen mij verwonderd aan. "Dat doe je ook geen tweede keer!" En dat laatste klopt inderdaad. Het is een raar fenomeen. Ik weet namelijk al dat zodra ik die bal trap, gooi, of een klap geef, dat-ie raak zal gaan, maar je kunt zoiets niet plannen. Misschien is het zelfs wel zo dat als je de bal raak ziet gaan, dat je hersenen daarna jou het gevoel geven dat die trap of gooi perfect was zodat het leek alsof je het al wist.

Alles valt in één keer op z'n plek. Soms weet je al dat je gaat scoren voordat je gescoord hebt. Er is dan even geen plek voor twijfel en onzekerheid. Het is gewoon de bal raken en hij kan eigenlijk maar één kant op, en dat is de kant die jij beoogde. Dit verschijnsel wordt vaak toeval genoemd, maar ik denk het niet. Het is vast dat onontdekte gebied in de hersenen dat je eens in de zoveel tijd mag aanspreken en dat er dan ook voor zorgt dat wat je wilt, gebeurt. Marco van Basten begrijpt vast wel wat ik bedoel als-ie dit leest en terugdenkt aan zijn doelpunt in de EK finale van 1988.

Strafregels

Ik moet mijn mond houden en beter opletten tijdens de wiskundeles. 100 x.

Ik heb ze nog moeten schrijven op de Mavo. Strafregels. Bij wiskunde van meneer Blatter. Terwijl ik van mijn vader een manier had geleerd om een vergelijking met 2 onbekenden sneller op te lossen en zo de volgende dag in de les het antwoord sneller wist dan de leraar. Maar dat was niet de reden van de strafregels. Nee, zo onsportief was hij nou ook weer niet. Nee, ik zat gewoon te klieren en na herhaalde waarschuwingsschoten, schoot hij gericht op de benen.
En het is nog best een pokkenwerk, 100 keer zo'n zin neerpennen. Zeker als je nog wilt voetballen. Maar ik ben trots dat ik het nog heb meegemaakt, al schoot je er educatief geen bal mee op. Want mijn handschrift werd er niet beter van en mijn spelling ook al niet. Eigenlijk nutteloos zo'n straf. Doet me een beetje denken aan de zware kei die naar de top van de berg gerold moest worden. En aan het milieu-aspect werd ook niet gedacht want hoppaaa, daar gingen weer drie velletje papier. Maar goed, de leraar was de leraar in die tijd, en die wist wat goed voor je was.

Superheld

Eind jaren negentig werd ik door een knap, naïef, blond meisje op een doordeweekse avond uitgenodigd om mee te gaan naar een …? Ze wist het zelf geloof ik ook niet zo goed. Ze wist wel de weg, het was net over de grens in Duitsland en toen we plaats namen in een zaaltje zag ik allemaal vriendelijke, netjes geklede jongemannen en -vrouwen die ons gade sloegen.

Een paar mensen begonnen met het geven van een demonstratie voor een soort van pyramidespel als ik het me goed herinner. Je kon er niet mee verliezen en vanavond had jij dus het geluk om hier aanwezig te zijn en dus mee kon gaan doen aan het spel. Achter ons begonnen een paar mensen uitbundig te klappen en te joelen. Omdat ik niet in zulk spontaan publiek geloofde, wist ik gelijk dat ze "acteurs" waren. Ze acteerden enthousiast publiek. Toen de demonstratie afgelopen was pakte ik het knappe, naïeve blonde meisje bij haar hand en wilde haar mee naar de uitgang loodsen.
Dat ging echter zomaar niet! De vriendelijke en netjes geklede jongemensen bleken ineens helemaal niet meer zo vriendelijk en "eisten" van mij dat ik mee zou doen aan het spel. Ik bedankte vriendelijk en wilde weg, maar de doorgang werd mij versperd door wat later de meest agressieve verkopers bleken te zijn die ik ooit had meegemaakt. Ze wilden op zijn minst een verklaring waarom ik niet mee wilde doen.

Het pakte voor mij allemaal goed uit, want ik liet me niet van mijn stuk brengen, zei dat ik duidelijk was geweest en liep nog naar degenen toe die de demonstratie hadden gegeven, wilde hen met uitgestoken hand bedanken voor de demonstratie, maar mijn hand werd geweigerd. Ik bleef echter kalm (ik moest natuurlijk wel vanwege het meisje) en zei dat als hij me geen hand wilde geven, ik hier verder niks meer te zoeken had. Misschien waren ze een beetje overbluft doordat ik niet zwichtte voor de één tegen veel situatie, maar ditmaal toen ik het knappe, naïeve blonde meisje meetrok werd mij de weg niet meer versperd.

Het was een leerzame avond. Ten eerste geloof ik niet meer in spontane reacties van publiek, ten tweede vrees ik geen enkele verkoper meer, en ten derde weet ik nu dat knappe, naieve, blonde meisjes je behoorlijk in moeilijkheden kunnen brengen. Ik was die avond natuurlijk wel superheld.

Boek

Het mooie van een goed boek is dat het, meer nog dan een film, je uit de wereld trekt die we allemaal kunnen zien en je meeneemt naar die andere dimensie, namelijk die waar het boek zich in afspeelt. Als je verzonken bent in je boek ben je weg, en niemand behalve jijzelf weet nog waar jouw geest zich bevindt.
Ik kan er zelfs een gevoel van veiligheid van krijgen, even weg stappen uit het aardse bestaan en je mee laten voeren naar de plekken die de schrijver jou wil laten zien.

Vroeger als kind had ik het al, Arendsoog en Witte Veder, Het lied van de zeilschippers, Kruistocht in Spijkerbroek, Reis om de wereld in 80 dagen, allemaal verhalen die mij konden laten wegvluchten van school, later van mijn werk en van andere situaties waar je niet in wilde zitten. Op de middelbare school hebben ze het lezen er bij mij behoorlijk uitgekregen, mede door de verplichte literatuurlijst met 20 titels van ongetwijfeld getalenteerde schrijvers, maar waar ik op dat moment totaal niet in geinteresseerd was. Mijn vluchtroutes werden afgesneden.

Nu ik me niet of nauwelijks meer hoef te verschuilen komt het lezen steeds meer terug. Romans bijna niet meer, maar veelal waargebeurde verhalen over de oorlog (Nacht und Nebel, het dagboek van Anne Frank), korte verhalen (Kees van Kooten, Mart Smeets) of wat me mateloos interesseert, boeken over het onstaan van het heelal. Het laatste boek wat ik hierover las was "Schitterend" van Kris Verburg en ook dat las ik elke avond totdat het boek plotseling uit mijn handen viel omdat ik wegzakte. En als ik het dan weglegde ging ik er met mijn ogen dicht over liggen nadenken en dan was ik in binnen een minuut vertrokken. Dus ook ik loste de vragen die de geleerden nog hebben niet op.

Keerzijde van al dit moois is dat als ik het boek uit heb, ik gelijk somberder ben omdat de wereld waar ik me de afgelopen weken in begaf nu al ontdekt is. Jammer. Maar ik heb van dezelfde schrijver nog een veel dikker boek liggen dus waarschijnlijk komt het wel weer goed. En anders begin ik gewoon opnieuw te lezen over de nietige wezens die wij zijn in ons onvoorstelbaar grote heelal. Want begrijpen doe ik het toch nooit.

Gevoel.

Ik kreeg vanmiddag van mijn buurman een (vip) kaartje voor de wedstrijd tussen SV-Vaassen en PSV. De buurman had kennelijk betere dingen te doen en vond het zonde de kaart ongebruikt te laten.
Zo kwam het dus dat ik vanavond op de tribune zat, achter Jan Reker, Algemeen Directeur van PSV, tevens veroorzaker van het vertrek van PSV's topkeeper Gomes en bekend van het boekje van Reker waarin hij zorgvuldig bijhield in welke hoek spelers over het algemeen hun penalties schoten, zodat Rekers keeper wist welke hoek hij moest kiezen.

De wedstrijd eindigde in 1-5 en werd voortijdig afgebroken vanwege het slechte weer. Ik zat na afloop nog even onder het lekke dak van de tribune te wachten tot de bui over was en toen overkwam mij dat gevoel wat u vast allemaal wel eens hebt, namelijk dat het leven even vertraagd aan je voorbij trekt. Je bent er wel maar eigenlijk ook niet. De woorden die je normaal oppikt en begrijpt zijn ineens vage geluiden geworden. PSV spelers die alleen de eerste helft hadden gespeeld stonden ineens vlak voor mij zonder dat ik ze had zien komen en deelden handtekeningen uit. Mijn geestelijke toestand zorgde dat ik geen euforie voelde maar hun aanwezigheid gelaten aanvaardde. Het is zo'n moment dat je denkt dat de zwaartekracht wat minder hard aan je trekt, of dat je geleid wordt door iets wat je niet kunt zien en je kunt er eigenlijk weinig tegen doen behalve wachten tot het weer weggaat. En toen het weer weg was liep Jan Reker alweer midden op het veld richting clubgebouw.

Jammer dat je zo'n gevoel niet op elk willekeurig moment kunt oproepen en laten duren zolang je wilt. Aan de andere kant…Tom Hanks had in de film 'Saving Private Ryan' zo'n gevoel toen hij op 6 juni 1944 landde in Normandië. Echt veel Duitsers schoot hij niet meer neer in die situatie. Maar hij was wel even weg van het slagveld.

De wil om te winnen.

Spanje is de terechte kampioen geworden. En commentator Frank Snoeks mocht terecht de finale verslaan. Want toen de Duitsers een kwartier voor tijd achter stonden met 1-0 zei hij iets als: "Het lijkt wel of de Duitsers er niet meer in geloven. Zouden ze niet weten wat wij al wel weten, namelijk dat ze in de laatste minuut tegenscoren?"

En wat ik ook nog nooit had gezien, een Spanjaard bleef om tijd te rekken geblesseerd liggen (Het leek wel een Portugees tijdens het WK van 2006) en 'dwong' daarmee de Duitsers tot het buiten de lijnen schieten van de bal, omdat dat nu eenmaal een ongeschreven regel is.
Bastian Sweinsteiger vertrouwde het echter niet en ging met bal en al naar de Spanjaard toe om ter plekke de diagnose te stellen. En toen hij aanstelleritus constateerde voetbalde hij gewoon verder. Prachtige actie. Als een Engelsman dit had gedaan was dit als humor betiteld. Nu was het een Duitser en is het gewoon de nooit aflatende wil om te winnen.

Als een berg.

Als ik zou zeggen dat ik bergen mooi vind, zou dat geen recht doen aan mijn gevoel voor bergen. Als je verliefd kon worden op een berg zou ik het zijn. Ik wil altijd de berg op, zo hoog mogelijk, het is een onweerstaanbare drang. Elke vakantie probeer ik het ook weer, maar mevrouw Mack ziet het nut van een berg niet zo in. Eerlijk gezegd is het als kaaskop ook niet handig om juist door bergen gefascineerd te raken. Een Eskimo houdt immers ook niet van woestijn. Misschien ben ik ooit wel Zwitser geweest want ook van zakmessen, horloges en hoge banksaldi raken mijn pupillen verwijd.

Maar in elk geval, mijn liefde voor bergen gaat zo ver dat ik ooit droomde dat ik ergens in Nederland een snelweg nam, en die ging regelrecht langs kilometers hoge, schitterende bergen! Gewoon ergens vlakbij, ik had ze alleen nooit eerder gezien. En ik mocht hun wegen met mijn Peugeot 205 GTI berijden! En toen ik wakker werd, dacht ik dat die bergen er echt moesten zijn. Het was ergens bij Nijmegen, dat weet ik nog wel. Echte hoge met haarspeldbochten en eeuwige sneeuw. Ik ben nog gaan zoeken de volgende dag. Maar niks gevonden. Jammer. Maar ze moeten wel ergens daar zijn. Je droomt zoiets tenslotte niet voor niets.

Kenmerkend.

Havo 4, 1e rapport, opmerkingen: I.v.m. een te volgen beleidslijn: graag gesprek op korte termijn.

Havo 4, 2e rapport, opmerkingen: Gaat iets vooruit, voorlopig nog te weinig. Alles op alles zetten. Bijles Engels of wiskunde gewenst.

Havo 4, 3e rapport, opmerkingen: Prachtig!

Uw zoon/dochter is voorw./definitief bevorderd tot klas 5H.

Tja, alles op het laatste moment laten aankomen, dat zit diep, diep in mijn genen. Tot groot verdriet van mijn moeder en tot ergernis van mevrouw Mack. In Havo 5 joeg ik mijn arme moeder nog de stuipen op het lijf door op de dag dat je gebeld zou worden door je klasseleraar (toen nog zonder tussen-n) als je was gezakt, de telefoon te laten gaan, op te nemen en te zeggen: Hallo meneer Bakkum, nou, dat is niet zo mooi dan.

Twee jaar later op de Meao strandde ik definitief voor het eindexamen. Maar dat had eigenlijk alleen maar voordelen. In het examenjaar hoefde ik niks uit te voeren en twee jaar later toen beroepsmatig voor mij besloten werd om dat diploma toch te halen, hoefde ik maar twee vakken in de avonduren (lees:weekend) te doen. Makkie.

Volgens mijn ome Frits was ik het doodschoppen niet waard. Nu vond ik dat een tikkeltje overdreven. Hij was dan wel drs. en ik niet, maar hij rookte als een ketter terwijl hij longemfyseem had, en de langstlevende ouder was van drie prachtige dochters. Een paar jaar geleden is hij definitief gestopt met roken.

Hemelvoorschot

Wat mij nogal eens bezig houdt is het ouder worden en de snelheid waarmee dat eigenlijk gaat. Ik vind 38 al oud, maar dat is relatief. Om dood te gaan is het veel te jong, om geboren te worden is het knap oud.
Maar de triestheid van het ouder worden… al die jongeren die je links en rechts voorbij komen, je wordt niet meer echt serieus genomen op je werk al draag je wel elke dag een pak. Je bent allang niet meer de belangrijkste van het bedrijf en eigenlijk is het alleen nog gehoorzamen tot je met pensioen mag. Anders word je er vlak van tevoren nog uitgekegeld ook. En je kunt ook de strijd met de jonge honden al lang niet meer aan, dus ga je maar over vroeger lullen want dat is het enige waar je beter in bent dan zij. Totaal uitgerangeerd.

Nog een paar jaar vissen langs het kanaal, dat is je lot. Als je geluk hebt ben je nog met z'n tweeën, want alleen is er op die leeftijd al helemaal niemand meer in je geïnteresseerd. En hou ouder je wordt, hoe meer de dagen op elkaar gaan lijken, en hoe minder je hersenen nog in staat zijn verbindingen te leggen.
En eindig je uiteindelijk in het bejaardenhuis waar het gewoon klote is, en je een huiskamer hebt met een bed erin. Sommigen zitten er jaren voordat ze overlijden. En wat voegt het nog toe? Niks.
Diep respect heb ik voor hen die gelukkig ouder worden.

Maar, er is hoop. Er komt een bejaardenhuis voor loggers! Met een hele grote gezamenlijke slaapzaal! Met stapelbedden en kussengevechten. En iedereen internet. En leuke jonge verpleegsters. En scheetkussens. Klaverjassen en biljarten is er verboden. Brinta en gekookte aardappels ook. Schrijf je vast in voor bejaardenhuis "Hemelvoorschot" (inschrijven kan vanaf 30 jaar, intrekken vanaf 35.) dan ga ik zoeken naar een geschikte locatie.

De wedstrijd II

Rond mijn 30e verjaardag begon het, toen wilde ik graag ouder worden dan Jezus Christus. Een paar jaar later wilde ik Ayrton Senna voorbij, maar die bleek te snel. Nu wil ik dus ouder worden dan mijn vader. Als ik 42 ben, wil ik ouder worden dan Elvis. Als ik 83 ben wil ik Toon Hermans voorbij. Op mijn 120e wil ik de wedstrijd aan met 's werelds oudste mens Jeanne Louise Calment, maar echt gerust ben ik pas als ik op mijn 970e Metusalem verslagen heb.

Ambitieus? Ach wat de laatste twee betreft misschien wel, maar lang leven was hun specialiteit. En als je de groten der aarde wilt verslaan, moet je dat natuurlijk niet op hun specialisme doen.

I went up into the attic and found a Stradivarius and a Rembrandt. Unfortunately Stradivarius was a terrible painter and Rembrandt made lousy violins.

– Tommy Cooper –