De engelse Bulldog

De engelse Bulldog is een uitermate vriendelijke hond. Helaas is dit ras erg gebruikersonvriendelijk.
De engelse Bulldog geeft ' s avonds aan dat-ie uitgelaten moet worden door middel van uitermate geurige blaaswinden. Dit gewoon onder het snurken door. Als de baas hem roept, wordt deze totaal genegeerd. Als de baas naar de mand toeloopt en zachte duwtjes tegen de hond geeft, ten teken dat-ie mee moet, resulteert dit alleen maar in een nog harder gesnurk. De engelse Bulldog probeert hiermee de suggestie te wekken dat-ie ligt te slapen, alleen denkt-ie er niet aan dat de baas hem door heeft, omdat hij tijdens dit nog hardere gesnurk zijn ogen open heeft.
Als het gesjor van de baas het beest teveel wordt, geeft-ie zich gewonnen en loopt mokkend naar de deur.
Als de baas reeds de poort van de tuin heeft bereikt, staat de engelse Bulldog nog bij de achterdeur. In het midden van de tuin blijft hij nog vragend bij zijn bal staan, maar dit wordt beleefd geweigerd door de baas.
Eenmaal buiten bedenkt de engelse Bulldog dat-ie toch wel nodig moet en zet een sprintje in. Deze gallop is met een stevige pas gewoon bij te houden door de baas. Als de plasbestemming is bereikt tilt de engelse Bulldog om beurten zijn linker-en rechterachterpoot op omdat evenwicht een eigenschap is dat dit ras ontbeert. Tenslotte plast ie gewoon staand op vier poten.
Na het plassen dringt de baas erop aan dat er ook gepoept moet worden en sommeert de hond door te lopen. De engelse Bulldog sjokt naar het daarvoor bedoelde grasveld en blijft tijdens deze afstandsoverbrugging minimaal 2 keer het heelal in staan staren.
De baas wekt hem uit deze trance door een keer met de voet een schijnbeweging te maken, waardoor de indruk wordt gewekt dat er tegen iets wordt aangetrapt.
Nu komt de engelse Bulldog in beweging en hapt naar de voet van de baas. Het maakt hem weinig uit of er echt tegen iets wordt aangetrapt of dat het een trap in het luchtledige is.

Als het grasveld is bereikt, is het de beurt aan de engelse Bulldog om schijnbewegingen te gaan maken. Hierbij doet hij minimaal 4 keer net of-ie gaat poepen voordat-ie zijn vijf drollen aan de zwaartekracht onderhevig maakt. En als hij dan eindelijk lijkt te gaan poepen, komt hij eerst weer blaffend overeind omdat er in de verte een andere hond uitgelaten wordt.
De baas heeft inmiddels haast gekregen omdat ook hij naar bed wil en lokt de hond mee terug met de woorden: "krijgt-ie koekje?" De engelse Bulldog kijkt even op, maar laat zich hierdoor niet in de luren leggen. Eerst gaat het beest stilstaan en maakt met krabbende achterpootbewegingen in het luchtledige duidelijk dat hij jeuk heeft. Als de baas de hond op dat moment roept, wordt er haast gemaakt en de hond komt in de krabhouding bij de baas staan. Als de baas de krabfunctie van de hond overneemt kronkelt hij knorrend zijn lichaam in allerlei bochten, onderwijl met zijn achterpoot op de grond tikkend. De tong van de hond gaat tijdens dit ritueel veelvuldig uit en in de bek.

Als dit achter de rug is kijkt de hond de baas dankbaar aan en schudt zich even uit. Dat de hond hierbij zijn evenwicht verliest en op zijn bek gaat is een normaal verschijnsel.
Weer thuis gekomen loopt de hond achter de baas naar de keuken, waar hem het lang geleden beloofde koekje ten deel valt.
Na het nuttigen van het koekje klimt de hond in zijn mand, (de mand is tien centimeter van de grond) alwaar hij gaat zitten, wachtend op een knuffel van de baas. Gevraagd en ongevraagd geeft de hond hierbij pootjes.
Met een doffe klap laat de hond zich ten slotte vallen om in een tevreden slaap te vallen.

Bert Visscher

Toen ik achttien was, was ik een hele Piet en vond Freek de Jonge erg goed. Ik deed dan ook erg mijn best om na iedere grap toch vooral op tijd te lachen om zo aan het mede-publiek duidelijk te maken dat ik de grap begrepen had.
Toen het een poosje daarna wat beter met me ging ben ik daar mee opgehouden.
Ik lach nu uitsluitend nog als ik moet lachen.

En dat was dus gisteren bij Bert Visscher het geval. Onderbroekenlol van de bovenste plank, categorie: 'daar moet je zeker bij geweest zijn?' , maar als je er dan bij bent geweest heb je daarna ook overbelaste lachspieren. Ik tenminste wel.
Bij een live show heb ik nog nooit zo gelachen. En dan gewoon omdat ie probeert de lucht van onder zijn oksels toe te wapperen naar iemand die hij niet mag.
Toen konden ze mij wegdragen.
En het mooie is, als de DVD komt dan kopen wij hem zeker, want branden is voor ketters, en kan ik ook eens gaan kijken wat ik gisteren heb gezien.

Ten strijde!

Vanochtend, na een zware nacht stappen (bij m'n moeder) kwam ik beneden en lag er een uiterst vriendelijk briefje. Mijn vrouw was een dagje met mijn moeder op stap om een kinderwagen uit te zoeken. Op het briefje stond dat als ik me verveelde ik de strijk wel mocht doen. En waar de drie wassen zich dan wel precies bevonden, zodat ik me er niet met één snel strijkje vanaf kon maken omdat ik de rest niet gezien zou hebben.

Let goed op dat woordje 'mocht'. Dat impliceert vrijwilligheid.
Maar wat denkt u, beste mannelijke lezer, dat er dan nog sprake is van vrijwilligheid? Neen. Geenszins. Stel dat ik besloten had de hele dag op m'n reet naar top-gear video's te kijken, denkt u dan mevrouw Mack mij toen ze thuis kwam nog even vriendelijk had benaderd als dat ze nu deed? Ik denk het niet hè? Nee. Pure dwangarbeid is het! Vrouwen hebben een machtsmiddel dat wij niet kunnen bevatten.
We zijn gevangenen van onze eigen afhankelijkheid geworden!

De mijne heeft me inmiddels zo gedrilld dat ik vandaag niet alleen de was heb gestreken, ik ben tevens met de hond naar het bos geweest, heb gestofzuigd, de vaatwasser leeggehaald, en als klap op de vuurpijl, de buksus (ik weet niks van bomen) gesnoeid. En behalve het strijken stond daar niets over op het briefje.

Maar nu ben ik ook "the man" natuurlijk. Als ik vanavond op de bank zit kan ik nu gewoon roepen: BIER! als ik bier wil.
Dat ze wel even begrijpt wie er hier de baas is.

Afblijven gek! Nee zeg ik toch!


Cinner vroeg laatst waarom we in Nederland steeds egoïstischer worden met z'n allen.
Vanavond heb ik het antwoord gevonden. Het is de schuld van de ambulancedienst.
Ik sprak een vriend die bij de vrijwillige brandweer zit. Als ik hem spreek weet ik weer precies waarom ik boekhouder ben en hij brandweerman. Mensen uit autowrakken zagen en zo, je moet het maar kunnen.
Hij is het type mij-krijg-je-de-pis-niet-lauw en dat vind ik wel een mooie eigenschap. (Behalve als ie ergens de boekhouding zou moeten doen dan, maar oke.)

Hij vertelde me dat ze een keer naar een ongeval geroepen werden, waar een lichtgewonde was gevallen. Een behulpzame man was gestopt en heeft het slachtoffer bijgestaan en hem in zijn auto plaats laten nemen om weer even bij te komen van de schrik.
De brandweer was inmiddels gearriveerd en even later kwam de ambulance. Het slachtoffer klaagde over pijn in z'n rug en dat was voor het ambulancepersoneel het sein om de brandweer opdracht te geven het dak van de auto eraf te knippen. En de wil van de ambulancedienst is voor de brandweer wet. Terwijl die auto helemaal niet bij het ongeluk betrokken was geweest.

Mooie boel. Denk je even een goeie daad te doen, kom je met een cabrio thuis.
Snap ik gelijk waarom de meneer uit het vorige logje doorreed. Die zag de bui al hangen.

Een soort eigen baas.

Ik zit in zo'n geweldig ouderwets dictatoriaal bedrijf waar je wel je mening mag geven, maar je het beter niet kunt doen als je iets om je carrière geeft. Dat is lachen, want het geldt natuurlijk niet voor mij. Want ik heb ooit de staatsloterij gewonnen en een kopie van het bankafschrift gemaakt waarop de bijschrijving staat, dat vervolgens ingelijst en aan de muur gehangen.

En als er dan een pief komt zeuren, wijs ik naar de muur en zeg: "tut tut tut, ik zit hier niet voor mezelf hè, onthou je het even?"

Dan the man.

Geboren 20 februari 2005, Dan the man.

Nee, niet van ons maar van de zus van mevrouw Mack. Moeder en kind maken het goed, alleen ligt moeder te herstellen van een keizersnee. En dan heb je geen tijd om wat aan je haar te doen, dus vroeg ik of ze zonder helm op de motor naar het ziekenhuis gebracht was.
Maar mensen met een wond in hun buik moet je nooit aan het lachen maken, heb ik nu geleerd.

De boekhoudcommando

Na het vorige onsmakelijke verhaal en de reacties over mijn vermoede gedrag tijdens een bevalling én mijn commando-achtergrond die daar niet mee te rijmen valt, wil ik even wat opheldering geven.

Ik zat wel bij de commando's, maar dat waren de boekhoudcommando's. Het zwaarste onderdeel van de nederlandse strijdkrachten. En daar leer je dus alles wat je in noodsituaties moet weten.
Dus, twee weken terug werd ik geveld door een tussenwervelschijf en ben ik één geworden met de vloerbedekking zodat de vijand mij niet vinden zou. (Ik kon me immers niet bewegen.)

Een boekhoudcommando leert tijdens zijn 6 jarige opleiding het besturen van de space-shuttle, het onschadelijk maken van vijandige overnames, het ongemerkt elimineren van ongewenste elementen binnen de commando-troepen, het zich verplaatsen via boomtoppen en het perfect kunnen immiteren van de brulaap. Wat weer zeer handig kan zijn tijdens een jungle-oorlog om de vijand zand in de ogen te strooien. En zelfs dat laatste kan een boekhoudcommando.

En omdat je tot een elite-eenheid behoorde werd van je verwacht, dat het potlood achter je oor altijd gepoetst was, de stukken op je ellenbogen moesten smetteloos zijn, en je moest een rein geweten hebben. Zodat je tijdens ondervragingen door de vijand niet door de knieën ging als ze je probeerde wijs te maken dat bij hen debet rechts was in plaats van links.

En dat je dan een beetje smetvrees ontwikkelde werd eigenlijk heel normaal gevonden.

Typisch onvolwassen gedrag van mij.

Een jaar of drie geleden waren mevrouw Mack en ik op vakantie in Xonrupt-Longuemer, Vogezen, Frankrijk. We zaten daar met z'n tweeën in een achtpersoons chalet met 4 slaapkamers en een grote vliering met een hek ervoor waar vanaf je naar beneden de zitkamer in keek. Erg gezellig en de Vogezen zijn wat mij betreft een aanrader voor omgevingsliefhebbers.

We hebben er een weekje gezeten en ons goed vermaakt. 's Avonds werd het er aardedonker. Ons huisje stond op een heuvel dus 's nachts keek ik vaak uit het raam of ik soms een Linx zag. Want die zitten er, zeggen ze. Een van onze vakantiegrapjes was dan ook steeds: "Kijk daar, een linx! Oh, net weg. Jammer." En ons avondgrapje als de wind het houten huis weer eens deed kraken: "Oh, die man met die bijl die net buiten stond, die heb ik net binnen gelaten, hij kijkt even boven rond."

Hilariteit natuurlijk, u begrijpt het wel. Op de laatste dag moesten wij het huisje voor 11 uur verlaten en de stress sloeg toe bij mevrouw Mack. Ik lag natuurlijk gewoon nog in bed, terwijl zij al druk bezig was met spullen inpakken. Ik bespeurde een lichte irritatie. (Nou zijn die ook niet echt makkelijk te missen moet ik er ter verdediging van haar wel bij zeggen.) Of ik van plan was eruit te komen want het huis moest nog schoon, bedden opgemaakt, u kent het wel.
Nou ja, na lang aandringen heb ik me nog dieper onder de dekens verstopt totdat zij ging douchen.

Toen ze eronder uit kwam zag ze me nog steeds in bed liggen met mijn hoofd onder de dekens.
De irritatiegrens was bijna bereikt. De kastdeuren slaan dan wat harder dicht en er wordt iets harder met spullen gegooid dan normaal, misschien dat u het herkent.
Opeens hoort ze vanaf boven iemand de trap afkomen. Haar ergenis maakt plaats voor paniek en rent de slaapkamer binnen. Mack, Mack, er is iemand in huis riep ze paniekerig en trok de dekens van mij af.

"Klootzak!" hoorde ik toen ze onder de deken alleen een stapel kussens aantrof en mij grijnzend de trap af zag komen.

Inmiddels kan ze er wel om lachen.