Klimaatveranderingen nader verklaard

Het klimaat is een gevoelig onderwerp. Het is echter de vraag of het ook een belangrijk onderwerp is. Tenminste, voor ons stervelingen. Ik hoorde gisteren een wetenschapper zeggen dat de mens niet de illusie moet hebben dat hij de temperatuur op aarde kan beïnvloeden, maar dat dat geen vrijbrief is om dan maar naar hartelust het milieu te vervuilen. Kijk, daar hou ik nou van. Een wijs compromis.

Ik was er niet bij, maar ik begreep dat er in de tijd van de dinosauriërs helemaal geen ijs was op de noord- en zuidpool. Dus wat dat betreft zou je kunnen stellen dat die opwarming van de aarde helemaal niet zo'n probleem is als je tenminste geen poolvos bent. Aan de andere kant, dinosauriërs zijn ook hartstikke dood. Dus ik twijfel hier nog over.

Een andere wetenschapper zei dat de opwarming van de aarde veroorzaakt werd door een bovenmatige zonneactiviteit de laatste twintig jaar. Explosies op de zon veroorzaken gaswolken die een dag later onze mooie planeet bereiken. Deze gaswolken zorgen voor meer Co2 in de lucht (lijkt mij juist goed) en meer Co2 betekent meer wolken, en meer wolken betekent dat het warmer wordt. Juist. Daarom gaat iedereen ook op onbewolkte dagen naar Zandvoort. Omdat het dan zo lekker fris is.

Tot slot: de laatste wetenschapper voorspelde over 10 jaar weer een Elfstedentocht, omdat de zonneactiviteit weer aan het afnemen was. En die redenering kon ik dan weer wel volgen. Als de zon actief is, is het warm, als de zon ligt te luieren, is het koud.

Uitersten

Gisteren was ik voor het huis aan het spelen met Hans. Ik mag na 25 jaar eindelijk weer buiten spelen zonder dat ze 'grote lummel' tegen me zeggen. Maar daar gaat het even niet om. Waar het om gaat is dat er twee sloerische types van een jaar of 13, 14 langs liepen. Ze waren nogal 's zomers gekleed en volgens een buurvrouw vond ik dat vast niet erg. Een vooroordeel van mijnietste. Ten eerste hou ik niet van sloeries, en ten tweede, als ik na een half pilsje in een bui kom dat ik wel van sloeries hou, dan zijn ze nog veel te jong voor het sloerieschap.

Vanochtend reed ik langs de Jacobus Fruytierschool in Apeldoorn waar twee meisjes van een jaar of 13, 14 op de bus zaten te wachten. Ze maakten een grapje want eentje moest giechelen. Het zal me een bak geweest zijn. Met haar lange haar en ouderwetse rokken deed ze me denken aan Anne Frank. (sloeries: "Anne wie?") Haar lach was lief genoeg om te onthouden. Maar die Fruytierschool is wel weer het andere uiterste.

Gevoelige zwager

Ik ben een gevoelige zwager. Toen mijn schoonzus veel pijn had van een keizersnee, maakte ik haar aan het lachen om het leed te verzachten. Nu is ze net verhuisd en daardoor wat emotioneel. Ze houdt het droog zolang ze niet gaat kijken bij hun oude huis aan de rijke kant van het dorp.
Daarom, om haar op te vrolijken….tadaa!

Ware liefde

De enige ware liefde is die van een vader voor zijn zoon.
Enzo Ferrari. 1898-1988

Ik denk niet dat het waar is, maar het is natuurlijk wel mooi om zo'n uitspraak op je naam te hebben. Ik hoop binnenkort ook nog eens zo'n soort uitspraak te doen. Dat je na je dood herinnerd wordt om die ene uitspraak. Niet dat je er iets aan hebt hoor, na je dood herinnerd te worden, net zoiets als muziek tijdens je crematie. Je denkt er zorgvuldig over na, je wilt toch indruk maken op de rouwende belangstellenden met je onverwacht goede muzieksmaak, alleen als het dan zover is kun je ze niet meer vragen: "Nou? Wat vond je ervan?" En daar denk je dan niet over na als je je nummers aan het kiezen bent. Je kiest die nummers trouwens ook altijd voor het geval je vroeg dood gaat. Nooit voor het geval je pas op je negentigste mocht overlijden en het halve bejaardenhuis zit te headbangen. Ik denk er sowieso niet over na, want mevrouw mack zegt toch tegen de doodgraver dat ik absoluut niet van Elvis hield en dat dat in geen geval gedraaid mag worden. Wat dat betreft heeft Ferrari misschien toch wel gelijk.
Mijn opa van mijn moeders kant (1901-1985) was een wijs man. Hij heeft ook een uitspraak op z'n naam.
"Ik hoef geen begrafenisverzekering. Ze laten me toch niet boven de grond staan."

Ik kende geluk al.

Hoorde ik net in een televisieprogramma bevestigd worden wat ik al dacht: Dromen over de loterij winnen maakt veel gelukkiger dan de loterij winnen. Sterker nog, mensen die de loterij winnen zijn na een weekje minder gelukkig dan toen ze nog modaal waren. Dat heeft niet te maken met rijk zijn op zich, maar met plotseling rijk worden zonder iets gedaan te hebben waar je trots op kunt zijn. Tevens schijnt het zo te zijn, en ook dat wist ik in mijn achterhoofd al, dat geluk een kwestie is van het iets beter hebben dan mensen in je naaste omgeving. Niet veel beter, dat is weer niet goed voor je geluk, maar ietsjes. Er is ook een directe relatie tussen geluk en geld. Ik zeg altijd: geld maakt niet gelukkig, maar gelukkig maken ze wel geld maar geen geld maakt wel ongelukkig. (Of iedereen in je omgeving moet geen geld hebben, dan maakt het weer niet uit.) Kennis hebben van geluk wil nog niet zeggen dat je het ook bent. Ikzelf ken mijn momenten van geluk, en naarmate de tijd vordert, lijken ze toe te nemen. Mijn beste geluksmomenten vinden vaak tijdens late autoreizen plaats. Als mevrouw Mack en Hans in slaap zijn gevallen omdat ze het niet meer volhielden, en ik, het sterke geslacht, ben nog scherp achter het stuur en zorg ervoor dat ze veilig thuis komen. Als ze te moe zijn om uit hun ogen te kijken en ik breng ze naar bed en zorg dat de deuren op slot gaan en de laatste rommel wordt opgeruimd. (mevrouw Mack denkt nu: "goh, da's alweer een poos geleden dat-ie gelukkig was) Ik weet haast zeker dat daar een hele nare, egoïstische, sexistische, psychologische eigenschap aan ten grondslag ligt, maar het zij zo. Ik ben ook maar een man in een wereld waarin Nivea en Sanex de verschillen tussen mannen en vrouwen wegnivelleren.
Oh ja, ik word ook gelukkig van levenskunstenaars. Leve Toon Hermans. Leve Herman Finkers.

Knap!!

Ik weet redelijk veel van formule 1. Ook nog van voor het Jos Verstappen tijdperk. Zo staat mij het ongeluk van Gerhard Berger in 1989 in de beruchte Tamburello bocht nog helder voor de geest. Hij crasht en zijn Ferrari vliegt in brand. Eindeloos leek het te duren voordat de brandweer hem te hulp kwam en het vuur bluste. Ik vertel het soms nog wel eens aan mijn leerling-boekhoudcommando's. "Het was paniek, Berger stond in brand en er gebeurde maar niks. Ineens uit het niets verscheen daar die reddende, donkerblauwe, prachtige Alfa 164 vol brandweermannen. De opluchting die die auto bracht was onbeschrijfelijk."
Nog steeds als ik een 164 zie denk ik aan Berger. Ik heb het nog eens opgezocht op youtube, alleen hebben ze in dit filmpje de blauwe 164 vervangen door een rode 75. Wat kunnen ze filmpjes tegenwoordig toch knap bewerken met computers, niet?

Jaap

Al lang wil ik het verhaal van Jaap eens vertellen, maar het is nogal genant (voor Jaap). Het verhaal speelt zich af begin jaren 80, ergens in de bossen van Emmen. Mijn zwager was erbij en elke keer als ik hem spreek vraag ik of hij het verhaal van Jaap nog eens wil vertellen.
Mijn zwager (geen paniek) had vroeger vier vrienden waaronder Jaap. Jaap was de oudste maar ook een beetje het sulletje van de groep. De jongens speelden vaak rechtertje. Dat hield in dat als je iets verkeerds zei dat er een aanklacht (AANKLACHT!) volgde en dat de aangestelde rechter dan een straf uitsprak. De straf was natuurlijk afhankelijk van je populariteit en het was dus zaak dat je medestanders in de groep had die jouw advocaat konden zijn. En als je niet goed werd verdedigd kon je dus de klos zijn en moest je bijvoorbeeld op de fiets shag halen voor de kwajongens. Japie probeerde natuurlijk ook in een goed daglicht te komen met stoere masturbatieverhalen. Op een dag zei Jaap zachtjes maar enigszins triomfantelijk tegen de andere jongens: "Hé jongens, als jullie je wel eens aftrekken, steek je dan ook wel eens een vinger in je kont?"
"Eh, nee Jaap, eigenlijk niet."
"Neuh, neuh, ik ook niet hoor! Ik heb dat wel eens gehoord!"

Een lesje regenracen.

Er zijn wat mij betreft niet genoeg superlatieven om het racetalent van Ayrton Senna te beschrijven. Wat Cruijff en Maradona met een bal konden, kon Senna met een formule 1 auto. Kijk hier eens even naar een van de mooiste raceronden ooit, op Donington Engeland, 11 april 1993. Ik las hierover in een boek van Koen Vergeer- mijn Formule 1, en ging op zoek naar het fragment. Vooraf was men bang dat inhalen niet mogelijk zou zijn tijdens de regen op het smalle Donington, maar Senna in de regen bewijst anders.
Kijk eens hoe hij vanaf plaats vier matig start, ingehaald wordt door Karl Wendlinger, door Schumacher links naast de baan gedreven wordt, om vervolgens Schumacher in de eerste bocht binnendoor te passeren. In de volgende bocht is Wendlinger al de klos en ligt Senna derde. Voor hem Damon Hill en diens teamgenoot bij Williams, Alain Prost. Hill wordt opzij gezet, Senna ligt dan al tweede en is op jacht naar leider Prost. Op het rechte stuk voor Melbournehairpin zet hij zijn McLaren naast de Williams van Prost en nog in de eerste ronde remt Senna hem uit alsof de baan niet nat is. Senna ligt eerste en zou de leiding niet meer uit handen geven.

Bemoeials

Ineens schoot mij vanavond te binnen om de linklijst met bemoeials niet meer alfabetisch te plaatsen maar op aantal IQ-punten in aflopende volgorde. En dan in de door mij ingeschatte volgorde. Ik wist al wie er bovenaan kwam te staan. Maar toen bedacht ik mij dat het misschien niet zo leuk is voor degene die onderaan komt. Maar ook daar heb ik wat op gevonden. Ik verwijder gewoon de link van de onderste, dat heeft verder niemand in de gaten. Dus Kidtwist, als je jezelf kwijt bent…