Voordat Hans naar bed gaat zijn er drie mogelijkheden. 1. Een verhaaltje. 2. Een (of twee) puzzel(s). 3. Verstoppertje. Als het aan hem ligt is het elke avond verstoppertje. Op onze bovenverdieping zijn er voor mij maar een stuk of vier plekken om me te verstoppen want ik pas nergens in, onder of achter. En als ik me een keer 'heel moeilijk' verstopt heb, bijvoorbeeld op zolder want dat mag niet, dan roept hij nadat hij de bekende vier plekken heeft afgezocht: "Papa, mag ik een geluidje?" En als ik dan nee zeg weet hij waar ik zit. Dus dat verstoppertje is het niet helemaal voor mij.
De tweede keus is legpuzzels en dat wordt het in de praktijk vaak want ik heb niet altijd zin in verstoppertje en verhaaltjes zijn stom. Vindt Hans dan. Als de beslissing tot de puzzel is gemaakt beginnen de onderhandelingen over hoeveel puzzels hij dan mag maken. Hij wil er drie, ik twee en als DWDD bijna begint, maar eentje. Maar meestal worden het er twee. Hans heeft een doos met 10 verschillende "Cars" puzzels en ongetwijfeld weten veel van mijn lezers waar ik het over heb want meestal is zoiets ooit in de aanbieding geweest en hebben alle kinderen dezelfde.
Ik vind het verbazingwekkend hoe goed Hans in legpuzzels is. Als hij er twee doet, doe ik er ondertussen ook twee om de tijd door te komen. Maar ik probeer stiekem te winnen van hem, maar mooi niet dat dat lukt. Hij ziet aan elk stukje niet alleen bij welke puzzel het hoort, maar ook waar het moet liggen. Onderwijl corrigeert hij mij nog als ik zit aan te modderen. "Neehee, deze hoort hier, kijk!" Eerst vond ik het irritant dat hij dat wel zag en ik niet, maar ik begrijp nu hoe dat komt. Voor zo'n kind leeft zo'n puzzel veel meer en hij kan het plaatje in z'n geheel zien en tegelijkertijd alle details. Hij ziet waarschijnlijk ook veel meer in zo'n puzzel dan ik. Voor mij is het maar een plaat met allerlei gekleurde auto's met ogen in de voorruit. Ik zag vroeger ook veel meer in een poster of schilderij dan dat ik nu doe.
Maar ik blijf de vader en net zoals Onze Vader kan ik blijdschap scheppen. Want er was een stukje kwijt. Sinds gisteren al. En ik vond het vanavond. Maar dat zei ik natuurlijk niet, nee ik stopte het stukje ongezien tussen de stukjes waar hij mee bezig was. Ik verwachtte dat hij het aan het eind zou overhouden en dan trots zou roepen dat hij het gevonden had, maar hij had het al na een paar stukjes in de gaten. Hij ging met het stukje naar de puzzel waarvan een stukje miste en paste het in. Triomfantelijk keek hij me aan. "Ik kan goed zoeken hè?"
Aha! Hij is er weer! Het verwondert mij ook altijd dat hoe kleiner kinderen zijn hoe beter ze zijn in memory.
LikeLike