Levensvragen bij McDonalds

Een paar jaar geleden zag ik bij McDonalds een heel klein jongetje dat geen voetjes en geen handjes had. Zijn vader of moeder droeg hem en ik weet nog dat ik dat heel zielig vond. Een gehandicapt kind, dat de rest van zijn leven zal moeten knokken in plaats van onbezorgd te kunnen spelen, dat deed me toch wel zeer van binnen en ik bedacht me hoe on-vanzelfsprekend het is om een gezond kind te hebben. Niet dat je je dat normaal niet realiseert, maar je staat er ook weer niet elke minuut van de dag bij stil. En ik bedacht me of je als ouder moet ingrijpen als zo'n zware handicap tijdens de zwangerschap al zichtbaar is. Ik neigde ernaar om te zeggen van wel maar ik voelde gemengde gevoelens; zou een abortus in het belang van het kind zijn of is het eigen belang? Zou ik mijn eigen ongeboren kind wel of niet willen omdat het niet gezond is? Het is wel je eigen kind en je kunt er wel populair wetenschappelijk vanuit gaan dat een embryo nog niks merkt, dat er geen God is, en dat je het kind een rotleven geeft, maar weet ik veel of dat klopt!

Feit was in elk geval dat dit kind er gewoon was en dat het op een normale manier de wereld in keek. Als een kind. Alleen zijn ouders droegen hem en gaven hem te eten. Zo'n jochie van een jaar of twee weet nog van niks en voelt zich waarschijnlijk fijn bij zijn ouders. Dus moest hem dit leven inderdaad niet gegeven worden? Ik ben niet voor of tegen abortus omdat ik er nooit mee geconfronteerd ben, en om er dan een mening over te hebben vind ik ook zo wat. Misschien is die beslissing van abortus nog wel moeilijker dan die van euthanasie.

Ik zou het hele jochie waarschijnlijk vergeten zijn als wij hem vanavond bij diezelfde Mac niet weer tegenkwamen. Hij was van Hans zijn leeftijd en hij liep! Met protheses weliswaar maar toch. En hij speelde met een speeltje dat hij tussen z'n twee stompjes vasthield en hij stond bij de glijbaan te kijken. Ik denk niet dat hij erin kon. Ik had de neiging om iets tegen het jochie te zeggen. Dat hij zo goed aan het spelen was of zoiets. Ik heb het niet gedaan omdat ik ook weer bang was dat je hem dan ook niet normaal behandelt. Je spreekt hem immers aan juist omdat hij die handicap heeft, dat zou je bij een gezond kind ook niet gedaan hebben. Ik vond het een dom dilemma van mezelf. Dat je met zoiets niet normaal kunt omgaan. En natuurlijk keek ik af en toe naar hem, ook hoe hij later zijn vader een armpje gaf en zo als het ware hand in hand liep met zijn vader. En zijn moeder zag me ook kijken, maar keek me gelukkig niet vernietigend aan.

Hoe lang kennen wij elkaar eigenlijk?

Dat vroeg ik me vanavond af. En daar heb ik spijt van want het was een hels karwei om het uit te zoeken. Maar de doorzetter wint. Zie onderstaand het logje waarop u uzelf voor het eerst hier meldde. Gek eigenlijk, net toen ik er mee bezig was schoten er allerlei dingen door mijn hoofd die ik hier en op deze plaats zou schrijven in plaats van deze regels. Want nu weet ik niet meer welke dingen dat waren. Komt omdat ik compleet gaar ben nu. Nou ja, veel plezier ermee. Ik hoop dat het voor u leuker is dan voor mij.

Lees verder “Hoe lang kennen wij elkaar eigenlijk?”

Vrijdagavond

Ik fietste elke vrijdagavond naar sporthal "Onder de bogen" waar wij judoles kregen van meneer en mevrouw van Gent, zij de zwarte band, hij de zoveelste dan. Op mijn 11e had ik de blauwe band en ik had verkering met Angelique (l) en even daarvoor trouwens ook met Claudia. (r) Angelique zat ook op judo en elke vrijdag om kwart voor negen fietsten wij zo langzaam mogelijk terug naar huis. En als zij afsloeg bij de Hortensiastraat waar zij woonde en ik nog een stukje verder moest, riepen we nog een hele tijd "houdoe" totdat we elkaar niet meer konden horen. Dan kwam ik om negen uur thuis, moest snel douchen en kreeg ik nog een bakje chips. Daarna moest ik naar bed en mocht ik nog even lezen. Mijn spiraalbed stond halverwege de linkermuur en daarachter stond een kastje. Daarop stond een koffertje dat eigenlijk een monopick-up (33,45 en 78) met luidspreker was, en vanuit mijn bed keek ik op een grote deurposter van Elvis die mij, op zijn beurt, lachend aankeek. Ik herinner me zo'n vrijdagavond, ik lag onder de dekens (geen dekbed) met het boek "het spookt op de spoorbaan" uit de serie Arendsoog. Het was half tien op een zomeravond en ik heb toen met mezelf afgesproken dat ik dat moment altijd zou onthouden.

Het sterven van een leeuw.

Een paar dagen voordat hij stierf riep mijn vader ons één voor één bij zich. Hij lag beneden op de bank en als een leeuw die zijn einde voelt naderen en de groep verlaat, vertelde hij dat hij naar het ziekenhuis ging en niet meer terug zou komen. Of hij verder nog wat zei weet ik niet meer, behalve dat hij vroeg of ik ook nog wat wilde zeggen, en dat ik dat niet kon op dat moment. En natuurlijk had ik wat willen zeggen, maar het ging niet. Het heeft me nog lang dwarsgezeten, dat moment, maar inmiddels denk ik dat het niet zoveel had uitgemaakt. Hij wist het waarschijnlijk toch wel. En anders weet hij het intussen wel, prent ik mezelf in.
Drie dagen later kwam mijn moeder thuis uit het ziekenhuis en vertelde ons dat hij was overleden. Een kind-vermorzelende actie was het van hem, om dood te gaan. En ik heb schade opgelopen maar ik ben er gelukkig al een hele poos weer, al kan ik dit vijfentwintig jaar later nog steeds niet schrijven zonder dat mijn handen trillen en zonder dat mijn ogen en mijn keel pijn doen. Een paar maanden later kreeg ik van mijn moeder een brief die hij aan mij gericht had. Vol met adviezen om ons in dit leven te helpen, want ik heb nu een idee hoe machteloos het moet voelen als je weet dat je kinderen het voortaan zonder jou moeten doen. Ik heb ze bijna allemaal opgevolgd. Vandaag zou hij 65 zijn geworden.

Boerensloot.

Ik zat gisteren in de trein van Rotterdam naar Utrecht en bekeek het voorbij glijdende landschap. Ofschoon ik niet van vlak hou, zag ik toch mooie dingen. Zoals brede sloten tussen de weilanden. Ik hou van boerensloten. Hoe het komt weet ik niet, maar ik vermoed dat het iets te maken heeft met mijn voorstelling van hoe de wereld er zestig jaar geleden uitzag. Zo begin jaren vijftig ongeveer toen alle sloten nog dichtvroren 's winters en je erop kon schaatsen. Maar nog veel mooier moeten boerensloten in de zomer zijn geweest, als de zeven kikkers kwaakten. En toen je er nog kon vissen zonder visvergunning, gewoon omdat nog niemand op het idee van een visvergunning was gekomen. Toen ik lichamelijk nog kind was, in de jaren zeventig, vond ik het al jammer dat die jaren vijftig voorbij waren. Ik had toen al het gevoel dat ik te laat was geboren. Ik dacht dat de vrijheid destijds nog veel groter moest zijn geweest, simpelweg omdat er meer ruimte was. Kun je nagaan in wat voor gevangenis ik nu zou zitten, was ik acht jaar geleden geboren. In vrijheid leven heeft niet alleen te maken met het regime dat aan de macht is. De vrijheid van een land moet afgemeten worden aan de mate waarin je 's zomers in het gras bij een sloot kunt liggen zonder dat je opgemerkt wordt.

Foto: Krijn Dijkema http://natuurlogboek.web-log.nl

Ufo boven Duiven

Er heerste vandaag een ware wespenplaag in het pittoreske Duiven. Ik heb geen vijf minuten kunnen zitten zonder aangevallen te worden door een wesp. En het was niet steeds dezelfde, want aan het eind van de dag was het een waar wespenkerkhof op het terras van mijn schoonouders. De tactiek is simpel: met de elektrische vliegenmepper laat je ze een keer vonken en als ze dan neerstorten en ze liggen even versuft op de grond dan trap je ze plat. Daar heb je maar een paar seconden voor want daarna vliegen ze weg en halen ze versterking. Gedurende de dag werd ik er steeds beter in.

Hans assisteerde mij met de ouderwetse handaangedreven vliegenmepper. Voor de jeugdige lezers, dat is een soort cassettebandje maar dan in vliegenmeppervorm. Op een gegeven moment wees Hans omhoog. "Hee, wat is dat nou?" Ik keek omhoog en ik zag het gelijk. Een vliegende schotel. Het donkere object hing hoog in de lucht en maakte wat vreemde bewegingen kris-kras door de lucht. Ik heb nooit begrepen waarom vliegende-schotelbestuurders dat doen maar het zal wel een reden hebben. In elk geval, ik zie ook niet dagelijks een vliegende schotel dus ik alarmeerde de geachte aanwezigen. Alleen mijn schoonvader nam de moeite om te komen kijken. Mijn schoonmoeder en Linda reageerden er niet eens op maar goed, die hebben dan weer hele andere wetenschappelijke interesses. De schotel bevond zich vanuit ons oogpunt niet ver naast de zon en was erg lastig te zien. Mijn schoonvader zag hem dus niet. Ik wees hem waar hij moest kijken maar zoals met alle eigenwijze ouderen keek hij ijzerenheinig de verkeerde kant op. "Daar! Kijk nou in welke richting ik wijs!" Maar hij bleef tot mijn ergernis steeds maar verkeerd kijken. De buurman had het tumult ook meegekregen maar ook die heeft het ding niet ontdekt. En dan ontstaat er het psychologische verschijnsel dat ze denken dat ze in de maling werden genomen! Echt niet! Ik zweer het! Daar!! De schotel bewoog zich steeds verder naar de zon en mijn ogen konden het inmiddels ook niet meer aan dat getuur richting zon. Ik zag de schotel nog een laatste keer en toen kon ik hem ook niet meer onderscheiden.

Maar daar sta je dan, met als enige getuige een kind van net vier, en voor de rest alleen mensen die denken dat ze in de zeik werden genomen. Maar eerlijk waar niet, ik zweer dat ik een ufo gezien heb boven Duiven, een uur of vijf vanmiddag. En ik zwijg verder totdat de eerste berichten hierover op nu.nl verschijnen. U gelooft mij toch wel?

Muur.

De kantine op mijn werk heeft hooggeplaatste raampjes; ik kan er net door naar buiten kijken. Meestal als ik koffie haal en ik moet even wachten tot het apparaat het kopje vol heeft, kijk ik snel naar buiten. Naar mijn auto, die met z'n opvallend rode kleur tussen al die trieste, zwarte zakenauto's een lust voor mijn oog is. En of er niet toevallig iemand een sportwagen heeft geparkeerd, die ik anders mis. Want het gaat mij niet gebeuren dat er een Porsche heeft gestaan die ik niet heb gezien. Mijn oog viel op een schilder aan de overkant. Hij was een gigantische muur aan het overschilderen. Rood moest-ie worden. Hij had pas een klein stukje aan de rechterkant gedaan met een grote roller. De muur was lichtbruin, zoals satésaus. Niet de donkerbruine van het cafetaria (die eigenlijk lekkerder is) maar de lichtbruine, die je bij de Chinees krijgt. En dus kon je het kleurverschil heel duidelijk zien. De schilder werkte in verticale stroken van boven naar beneden. Vlak onder het dak gebruikte hij een kwast, net als rondom de kozijnen in het midden, maar daar tussenin gebruikte hij de grote roller. De roller was zeker een halve meter lang, of breed, ik weet niet hoe je dat rollertechnisch aanduidt. Maar het rolleren ging van: grote sprongen, snel thuis. Ook een lust voor het oog, hoe zo'n schilder in een moordend tempo een muur van kleur laat verschieten. Als hij een strook klaar had, rustte hij even uit en veegde het zweet van z'n gezicht. Hij deed een stapje naar achteren en bekeek het van een afstandje. Dan zette hij z'n ladder een stukje naar links en begon weer bovenaan. Ik vroeg me af of hij de muur voor het eind van de dag af zou hebben. Toen ik een paar uur later weer koffie haalde was er geen spoor meer van de schilder, of het moest de volledig rood geschilderde muur zijn.

Een kat genaamd inbundig

Ik ben een uiterst serieus mens. Tenminste, zo kom ik over. Chagrijnig, uit de hoogte, en zeker niet in voor een geintje. Een beetje zoals Hermanus in het echt is, zo is bij mij de eerste indruk. Dat komt allemaal omdat ik een kat in de boom heb. Die kat luistert naar de naam 'inbundig' en zit nogal vaak in de boom. Als de kat u wat beter heeft leren kennen klimt hij voorzichtig de boom uit. Als de kat zich op zijn gemak voelt gaat hij grapjes maken. De kat houdt van veel verschillende mensensoorten en kan zich makkelijk aanpassen aan het gezelschap. Maar de kat zal nooit op een feestje de microfoon pakken en luidkeels roepen: "Daar moet op gedronken worden hie-haa-hoo" Of: "Is everybody happy?" Of: "Wat een spreker is die man, wat een spreker is die man!" Nee, de eigenschap om dat te kunnen roepen ontbeert de kat en eigenlijk is hij daar wel tevreden mee. Een rondje polonaise om zijn goeie wil te tonen, dat lukt met wat tegenzin nog net, maar zodra er een ronde gelopen is haakt de kat af en klimt terug in zijn boom. Want die heeft-ie altijd bij de hand.

Hoe je een probleem maakt dat er niet is.

Als je terugredeneert in de geschiedenis lijkt alles logisch. Want alles is op een bepaalde plek op een bepaald moment gebeurd. Niets is zo onbepaald als het woord bepaald, zei mijn leraar Nederlands op de (het) Havo, maar dit terzijde. Ik moest er aan denken toen ik las van het verongelukken van Ferdi E. Nu komt hij in de krant omdat hij bekend is en zo weten we dat de ontvoerder dood is. Was het heel iemand anders geweest die daar op hetzelfde moment met z'n fiets was overgestoken, had het nieuws ons niet bereikt.

Ik vind iets vreemds en onverklaarbaars aan deze loop van de geschiedenis. Want zou dit ook gebeurd zijn als Ferdi E. zijn misdaad niet had gepleegd? Ik denk het niet, want waarschijnlijk was hij dan vandaag ergens anders geweest. Het feit dat hij vandaag op de juiste plek was om te verongelukken hangt dus samen met een andere gebeurtenis uit het verleden. Dat geeft toch te denken? Kennelijk hebben gebeurtenissen invloed op het verdere verloop van het leven. Ja, logisch Mack, dat weet ik al heel erg lang. Ja, ik ook beste lezer, maar hoe bepalend moet een gebeurtenis zijn om iets anders wat stond te gebeuren te dwarsbomen met een nieuwe gebeurtenis? Stel nu, Hitler zou als jong jongetje, toen hij nog onschuldig was, jammerlijk omgekomen zijn bij een aanval van een stier. Had dan de tweede wereldoorlog wel of niet plaatsgehad? Waarschijnlijk niet. En hadden we die stier dan dankbaar moeten zijn? Ik denk van wel, maar dan was ik misschien weer niet hier geweest om deze gedachte te produceren. Waarschijnlijk waren de dorpelingen boos geweest op de stier. Terwijl wij nu weten dat we de stier dankbaar hadden moeten zijn. Maar dat hadden we dan helemaal niet geweten want we hadden in dat geval nooit van die stier gehoord. Of zou het allemaal weer anders zijn gegaan als de jonge Adolf niet met 5 km/u door het weiland was gelopen, maar met 5,5?
Wist u dat de startsnelheid waarmee het heelal begon exact goed is om het heelal steeds te laten uitdijen? Tot op weet ik veel hoeveel cijfers achter de komma? Dus laten we zeggen dat als het 24e getal achter de komma geen 8 was maar een 2, dan was het hele heelal niet uitgedijt, en waren we nu één klein suikerkorreltje met de massa van het heelal. Dat kan geen toeval zijn zou je zeggen. Nee, iemand wist die cijfers van te voren of er is al 100 gigatriljoen keer een oerknal geweest en nu net deze keer had-ie de goeie beginsnelheid. (ik verzin veel, maar dit laatste heeft iemand die er voor geleerd heeft verzonnen)

Het zou dus zomaar kunnen dat we nu juichen om de geboorte van een prachtige baby, zonder dat we weten dat die ervoor zou gaan zorgen dat in 2023 de maan ontploft en de aarde in een ongecontroleerde baan weg van de zon raakt. Met alle gevolgen van dien. Maar gelukkig, zes jaar geleden is een kind geboren die hem in 2022 in een dronken bui hartstikke dood rijdt. Ik bedoel maar. Alleen al dat ik erover nadenk is zonde van m'n tijd. Aan de andere kant, alle tijd nuttig besteden maakt het bestaan ook weer zo zinloos.

Figurant.

Jeudi, le 23-7-2009

Het was warm, een graad of 30 en licht bewolkt. Hans en ik zwommen in het diepe. Hij met zijn duikbrilletje en zwembandjes en ik zonder verdere hulpmiddelen. We deden wedstrijdjes. Wie het eerst aan de overkant was. Hans hield zich aan mijn schouders vast en op een meter voor de kant liet hij los en spartelde naar de kant. "Ik heb gewonnen hè?" riep hij dan.
En het spelletje met de krokodil. Een paar kleine kinderen hadden een opblaaskrokodil en Hans en ik zwommen in blinde paniek weg. De kinderen vonden het prachtig en kwamen ons achterna. Al gauw vlogen er een stuk of vijf kinderen om en om door de lucht. Ik heb altijd een beetje angst om voor pedofiel te worden versleten als ik vreemde kleine meisjes in een zwembad boven me uit til en twee meter wegslinger. Hun moeder vond het geloof ik wel vermakelijk. Voor de zekerheid kwam ik af en toe uit het zwembad om te laten zien dat ik geen kwade bedoelingen te verbergen had.
Na een poosje viel mijn oog op een mooie moeder met een zwart-wit geblokte bikini. Een jaar of veertig en halflang donkerblond krullend haar. Ze maakte er in het zwembad nog een soort knotje van zonder elastiekje, dat vond ik nog zo knap. Ze was haar twee dochtertjes een paar zwemtechnieken aan het voordoen, en af en toe keek ik even in haar richting. Op zeker moment vertelde ze één van haar dochtertjes die op de kant stond, hoe ze moest duiken. "Die meneer daar deed het net heel mooi voor", zei ze tegen haar dochter en bedoelde mij. Vanaf dat moment gingen dingen vanzelf. "Zal ik het nog een keer voordoen? Let op hè, ik heb A en B!" riep ik uitsloverig. Voor ik het wist dook ik een fraaie duik. "Nou heb je het gezien?" vroeg de mooie moeder aan haar dochtertje. De dochter deed een hele behoorlijke duik voor een kind van een jaar of zes.

Het had verder niets om het lijf maar even later ging er een gedachte door mijn hoofd. Die vrouw wist precies dat ik de duik nog een keer zou doen als ze het handig bracht. Dat was helemaal niet spontaan, dat was vooropgezet. Die gedachte liet me niet meer los en toen gaf ik me er maar aan over.
Vrouwen met zwart-wit geblokte bikini's creëren hun eigen soap. En wie daarin een hoofdrol krijgt, en wie een figurantenrol.