Net als elk van ons, denk ik wel eens na over de dood. Toen ik nog heel klein was dacht ik dat ik onsterfelijk was en die gedachte heeft het lang volgehouden. Die onsterfelijkheid bestond ook meer uit een gebrek aan angst voor de dood, eenvoudigweg omdat hij te ver weg was. Doordat ik er nooit bij stilstond dat het ook mij ooit zal gebeuren, sloeg de angst een aantal jaren geleden, toen ik ten volle besefte dat ook ik er niet aan zou ontkomen, verpletterend toe. Hij verkrampte me en maakte me bang. Dat heeft een jaartje aangehouden en inmiddels zit ik weer op een aanvaardbaar angstniveau. Dat wil zeggen, ik denk er niet meer concreet over na en leef alsof het nog jaren duurt.
Op mijn vader is destijds actieve euthanasie gepleegd. Hij wist dus precies wanneer hij zou gaan. Wat zouden zijn gedachten zijn geweest toen hij het slaapmiddel kreeg toegediend? Was hij bang of ging hij vol vertrouwen de dood tegemoet? Zijn ellendige lichamelijke toestand (1,87 en 49 kg) op dat moment heeft hem vast geholpen de beslissing te kunnen nemen. Hij moet ten volle beseft hebben dat er geen weg meer terug was. Hij heeft iedereen achter moeten laten in het volwassen besef van een veertigjarige. Eigenlijk pas sinds ik zelf kinderen heb snap ik hoeveel hij van ons gehouden moet hebben. Dat wij 'alles' waren maar dat het nu eenmaal niet in het belang van het kind is als je het altijd laat merken dat het 'alles' is. Soms moet je acteren dat je meent wat je zegt. Vroeger speelde dat misschien nog wel meer dan nu.
Nee, als je ten dode bent opgeschreven, wat wij allemaal zijn, dan kun je daar maar beter niet te vaak bij stil staan. Of je nu naar God gaat, of dat je verdwijnt in het oneindige niets, echt grappig zal de dood nooit worden. De titel van dit logje komt uit de film Meet Joe Black. Tenminste, ik hoop hem goed uit mijn herinnering te hebben opgediept. Zo, dan ga ik nu uiterst opgewekt naar bed. Het belooft een mooie maar koude week te worden. Als het buiten vriest en binnen is het lekker warm, dan heb je al heel wat. Weltrusten.
Ik denk er geregeld over. Een transplantatie en zeker de periode daarvoor zet je wel aan het denken. Bang ervoor ben ik echter niet. Of er daarna nu wel of niet iets is, voor je lichamelijke bestaan is in ieder geval de stekker er uit en is er niets meer dat zich waar dan ook druk of angstig over hoeft te maken.
LikeLike
Goed stukje Mack, ik kan niet anders zeggen. Vooral over je vader, hoewel dat voor de angsthaasjes onder ons wel confronterend is. En dat zou voor de angsthaasjes een goeie les moeten zijn: het leven is nu eenmaal confronterend.
LikeLike
Ik kan er ook niks anders mee dan ‘r klotsoksels van krijgen. Gelukkig is gedeelde smart halve smart en hebben we die angst (bijna) allemaal. Ik hou ’t bij de fantastische gedachte dat ik in ’t hiernamaals iedereen weer terug zie inclusief m’n beesies, ik zielsgelukkig zal zijn en altijd ff kan checken bij de aardlingen die me dierbaar zijn.
LikeLike
Ik ben niet bang voor de dood, maar de weg erheen kan best vervelend zijn. Nog moeilijker lijkt het me je naasten te moeten achterlaten en niet te kunnen troosten.
LikeLike
Ik ben wel bang voor de dood. Ik vermoed dat sterven net zo’n moeizaam proces is als geboren worden.
Ook op mijn moeder is actieve euthanasie gepleegd. Haar motief was geestelijk lijden. En dat deed ze. Ze was manisch depressief. En geloof me, de depressies waren een hel.
Omdat ze in een katholiek bejaardenhuis zat, wilde geen verpleegkundige de arts bijstaan. Het humane RK geloof hè. De huichelaars. Dus heb ik de arts bijgestaan. Het heeft wel hele diepe indruk op me achtergelaten.
Mijn moeder had het goed op papier staan en kon het zelf ook heel goed verwoorden.
En ik ben blij dat ik aan haar laatste, innige wens heb kunnen voldoen.
LikeLike
Tjonge, en je vader was dus al ver gegaan. Mijn vader heeft ‘geluk’ gehad, wat dat betreft. Net toen het echt akelig begon te worden overleed hij ook snel. Hij was ook al een stuk ouder dan jouw vader, dan zal de weerstand ook minder zijn.
@fien: indrukwekkend verhaal. Mooi dat je dat hebt kunnen doen.
Mijn moeder had ook die voorzorg genomen, om zoiets op papier te zetten, maar dat had dan meer met een comateuze of fysiek hulpeloze toestand te maken. Zij raakte echter dement. Het is niet met zekerheid vast te stellen, maar ik had niet de indruk dat ze ongelukkiger was dan daarvoor. Misschien zelfs iets gelukkiger, maar dat geldt zeker niet voor alle demente mensen.
Dus ja; niet vaker erbij stilstaan dan nodig is, maar nodig is het wel om er ooit bij stil te staan.
LikeLike
Sinds ik er achter kwam dat de dood bestond (welk een ontreddering op mijn vijfde!) heb ik geen dag geleefd zonder een diep bewustzijn van mijn eigen sterfelijkheid. En verder ben ik al een paar keer op het randje geweest door psychisch lijden, waarna elke dag louter bonus is geworden. Dat vermindert de angst echter niet. Elk levend wezen is bij definitie van doodsangst doortrokken. Moed is geen afwezigheid van angst, het is doorgaan ondanks angst.
LikeLike
Goed gezegd Frankie!
LikeLike
Goed gezegd Frankie!
LikeLike
Ja, dat mag best vaker gezegd worden! 😉
LikeLike
Als de dood eruitziet als Brad Pitt dan heb ik er geen problemen mee. En ik ben niet bang voor de dood, maar ik denk wel eens: als ik mijn kinderen maar groot mag zien worden en ze opgroeien met een vader en een moeder, dan ben ik bevoorrecht en gelukkig.
LikeLike
Een geweldige overpeinzing. En wat mijzelf betreft denk ik dat ik de angst al voorbij ben, tenzij ik me niet bewust ben van het bestaan van die angst. Maar dat lijkt me bijna onwaarschijnlijk.
LikeLike