Afblijven gek! Nee zeg ik toch!


Cinner vroeg laatst waarom we in Nederland steeds egoïstischer worden met z'n allen.
Vanavond heb ik het antwoord gevonden. Het is de schuld van de ambulancedienst.
Ik sprak een vriend die bij de vrijwillige brandweer zit. Als ik hem spreek weet ik weer precies waarom ik boekhouder ben en hij brandweerman. Mensen uit autowrakken zagen en zo, je moet het maar kunnen.
Hij is het type mij-krijg-je-de-pis-niet-lauw en dat vind ik wel een mooie eigenschap. (Behalve als ie ergens de boekhouding zou moeten doen dan, maar oke.)

Hij vertelde me dat ze een keer naar een ongeval geroepen werden, waar een lichtgewonde was gevallen. Een behulpzame man was gestopt en heeft het slachtoffer bijgestaan en hem in zijn auto plaats laten nemen om weer even bij te komen van de schrik.
De brandweer was inmiddels gearriveerd en even later kwam de ambulance. Het slachtoffer klaagde over pijn in z'n rug en dat was voor het ambulancepersoneel het sein om de brandweer opdracht te geven het dak van de auto eraf te knippen. En de wil van de ambulancedienst is voor de brandweer wet. Terwijl die auto helemaal niet bij het ongeluk betrokken was geweest.

Mooie boel. Denk je even een goeie daad te doen, kom je met een cabrio thuis.
Snap ik gelijk waarom de meneer uit het vorige logje doorreed. Die zag de bui al hangen.

Een soort eigen baas.

Ik zit in zo'n geweldig ouderwets dictatoriaal bedrijf waar je wel je mening mag geven, maar je het beter niet kunt doen als je iets om je carrière geeft. Dat is lachen, want het geldt natuurlijk niet voor mij. Want ik heb ooit de staatsloterij gewonnen en een kopie van het bankafschrift gemaakt waarop de bijschrijving staat, dat vervolgens ingelijst en aan de muur gehangen.

En als er dan een pief komt zeuren, wijs ik naar de muur en zeg: "tut tut tut, ik zit hier niet voor mezelf hè, onthou je het even?"

Dan the man.

Geboren 20 februari 2005, Dan the man.

Nee, niet van ons maar van de zus van mevrouw Mack. Moeder en kind maken het goed, alleen ligt moeder te herstellen van een keizersnee. En dan heb je geen tijd om wat aan je haar te doen, dus vroeg ik of ze zonder helm op de motor naar het ziekenhuis gebracht was.
Maar mensen met een wond in hun buik moet je nooit aan het lachen maken, heb ik nu geleerd.

De boekhoudcommando

Na het vorige onsmakelijke verhaal en de reacties over mijn vermoede gedrag tijdens een bevalling én mijn commando-achtergrond die daar niet mee te rijmen valt, wil ik even wat opheldering geven.

Ik zat wel bij de commando's, maar dat waren de boekhoudcommando's. Het zwaarste onderdeel van de nederlandse strijdkrachten. En daar leer je dus alles wat je in noodsituaties moet weten.
Dus, twee weken terug werd ik geveld door een tussenwervelschijf en ben ik één geworden met de vloerbedekking zodat de vijand mij niet vinden zou. (Ik kon me immers niet bewegen.)

Een boekhoudcommando leert tijdens zijn 6 jarige opleiding het besturen van de space-shuttle, het onschadelijk maken van vijandige overnames, het ongemerkt elimineren van ongewenste elementen binnen de commando-troepen, het zich verplaatsen via boomtoppen en het perfect kunnen immiteren van de brulaap. Wat weer zeer handig kan zijn tijdens een jungle-oorlog om de vijand zand in de ogen te strooien. En zelfs dat laatste kan een boekhoudcommando.

En omdat je tot een elite-eenheid behoorde werd van je verwacht, dat het potlood achter je oor altijd gepoetst was, de stukken op je ellenbogen moesten smetteloos zijn, en je moest een rein geweten hebben. Zodat je tijdens ondervragingen door de vijand niet door de knieën ging als ze je probeerde wijs te maken dat bij hen debet rechts was in plaats van links.

En dat je dan een beetje smetvrees ontwikkelde werd eigenlijk heel normaal gevonden.

Typisch onvolwassen gedrag van mij.

Een jaar of drie geleden waren mevrouw Mack en ik op vakantie in Xonrupt-Longuemer, Vogezen, Frankrijk. We zaten daar met z'n tweeën in een achtpersoons chalet met 4 slaapkamers en een grote vliering met een hek ervoor waar vanaf je naar beneden de zitkamer in keek. Erg gezellig en de Vogezen zijn wat mij betreft een aanrader voor omgevingsliefhebbers.

We hebben er een weekje gezeten en ons goed vermaakt. 's Avonds werd het er aardedonker. Ons huisje stond op een heuvel dus 's nachts keek ik vaak uit het raam of ik soms een Linx zag. Want die zitten er, zeggen ze. Een van onze vakantiegrapjes was dan ook steeds: "Kijk daar, een linx! Oh, net weg. Jammer." En ons avondgrapje als de wind het houten huis weer eens deed kraken: "Oh, die man met die bijl die net buiten stond, die heb ik net binnen gelaten, hij kijkt even boven rond."

Hilariteit natuurlijk, u begrijpt het wel. Op de laatste dag moesten wij het huisje voor 11 uur verlaten en de stress sloeg toe bij mevrouw Mack. Ik lag natuurlijk gewoon nog in bed, terwijl zij al druk bezig was met spullen inpakken. Ik bespeurde een lichte irritatie. (Nou zijn die ook niet echt makkelijk te missen moet ik er ter verdediging van haar wel bij zeggen.) Of ik van plan was eruit te komen want het huis moest nog schoon, bedden opgemaakt, u kent het wel.
Nou ja, na lang aandringen heb ik me nog dieper onder de dekens verstopt totdat zij ging douchen.

Toen ze eronder uit kwam zag ze me nog steeds in bed liggen met mijn hoofd onder de dekens.
De irritatiegrens was bijna bereikt. De kastdeuren slaan dan wat harder dicht en er wordt iets harder met spullen gegooid dan normaal, misschien dat u het herkent.
Opeens hoort ze vanaf boven iemand de trap afkomen. Haar ergenis maakt plaats voor paniek en rent de slaapkamer binnen. Mack, Mack, er is iemand in huis riep ze paniekerig en trok de dekens van mij af.

"Klootzak!" hoorde ik toen ze onder de deken alleen een stapel kussens aantrof en mij grijnzend de trap af zag komen.

Inmiddels kan ze er wel om lachen.