Een soort eigen baas.

Ik zit in zo'n geweldig ouderwets dictatoriaal bedrijf waar je wel je mening mag geven, maar je het beter niet kunt doen als je iets om je carrière geeft. Dat is lachen, want het geldt natuurlijk niet voor mij. Want ik heb ooit de staatsloterij gewonnen en een kopie van het bankafschrift gemaakt waarop de bijschrijving staat, dat vervolgens ingelijst en aan de muur gehangen.

En als er dan een pief komt zeuren, wijs ik naar de muur en zeg: "tut tut tut, ik zit hier niet voor mezelf hè, onthou je het even?"

Dan the man.

Geboren 20 februari 2005, Dan the man.

Nee, niet van ons maar van de zus van mevrouw Mack. Moeder en kind maken het goed, alleen ligt moeder te herstellen van een keizersnee. En dan heb je geen tijd om wat aan je haar te doen, dus vroeg ik of ze zonder helm op de motor naar het ziekenhuis gebracht was.
Maar mensen met een wond in hun buik moet je nooit aan het lachen maken, heb ik nu geleerd.

De boekhoudcommando

Na het vorige onsmakelijke verhaal en de reacties over mijn vermoede gedrag tijdens een bevalling én mijn commando-achtergrond die daar niet mee te rijmen valt, wil ik even wat opheldering geven.

Ik zat wel bij de commando's, maar dat waren de boekhoudcommando's. Het zwaarste onderdeel van de nederlandse strijdkrachten. En daar leer je dus alles wat je in noodsituaties moet weten.
Dus, twee weken terug werd ik geveld door een tussenwervelschijf en ben ik één geworden met de vloerbedekking zodat de vijand mij niet vinden zou. (Ik kon me immers niet bewegen.)

Een boekhoudcommando leert tijdens zijn 6 jarige opleiding het besturen van de space-shuttle, het onschadelijk maken van vijandige overnames, het ongemerkt elimineren van ongewenste elementen binnen de commando-troepen, het zich verplaatsen via boomtoppen en het perfect kunnen immiteren van de brulaap. Wat weer zeer handig kan zijn tijdens een jungle-oorlog om de vijand zand in de ogen te strooien. En zelfs dat laatste kan een boekhoudcommando.

En omdat je tot een elite-eenheid behoorde werd van je verwacht, dat het potlood achter je oor altijd gepoetst was, de stukken op je ellenbogen moesten smetteloos zijn, en je moest een rein geweten hebben. Zodat je tijdens ondervragingen door de vijand niet door de knieën ging als ze je probeerde wijs te maken dat bij hen debet rechts was in plaats van links.

En dat je dan een beetje smetvrees ontwikkelde werd eigenlijk heel normaal gevonden.

Typisch onvolwassen gedrag van mij.

Een jaar of drie geleden waren mevrouw Mack en ik op vakantie in Xonrupt-Longuemer, Vogezen, Frankrijk. We zaten daar met z'n tweeën in een achtpersoons chalet met 4 slaapkamers en een grote vliering met een hek ervoor waar vanaf je naar beneden de zitkamer in keek. Erg gezellig en de Vogezen zijn wat mij betreft een aanrader voor omgevingsliefhebbers.

We hebben er een weekje gezeten en ons goed vermaakt. 's Avonds werd het er aardedonker. Ons huisje stond op een heuvel dus 's nachts keek ik vaak uit het raam of ik soms een Linx zag. Want die zitten er, zeggen ze. Een van onze vakantiegrapjes was dan ook steeds: "Kijk daar, een linx! Oh, net weg. Jammer." En ons avondgrapje als de wind het houten huis weer eens deed kraken: "Oh, die man met die bijl die net buiten stond, die heb ik net binnen gelaten, hij kijkt even boven rond."

Hilariteit natuurlijk, u begrijpt het wel. Op de laatste dag moesten wij het huisje voor 11 uur verlaten en de stress sloeg toe bij mevrouw Mack. Ik lag natuurlijk gewoon nog in bed, terwijl zij al druk bezig was met spullen inpakken. Ik bespeurde een lichte irritatie. (Nou zijn die ook niet echt makkelijk te missen moet ik er ter verdediging van haar wel bij zeggen.) Of ik van plan was eruit te komen want het huis moest nog schoon, bedden opgemaakt, u kent het wel.
Nou ja, na lang aandringen heb ik me nog dieper onder de dekens verstopt totdat zij ging douchen.

Toen ze eronder uit kwam zag ze me nog steeds in bed liggen met mijn hoofd onder de dekens.
De irritatiegrens was bijna bereikt. De kastdeuren slaan dan wat harder dicht en er wordt iets harder met spullen gegooid dan normaal, misschien dat u het herkent.
Opeens hoort ze vanaf boven iemand de trap afkomen. Haar ergenis maakt plaats voor paniek en rent de slaapkamer binnen. Mack, Mack, er is iemand in huis riep ze paniekerig en trok de dekens van mij af.

"Klootzak!" hoorde ik toen ze onder de deken alleen een stapel kussens aantrof en mij grijnzend de trap af zag komen.

Inmiddels kan ze er wel om lachen.

Astrid

Sommigen hebben wel gezien dat ik wel eens een verhaaltje schrijf voor Bicat.
Mijn eerste verhaal ging over Astrid die bij me in de klas zat.
Nou is het verhaal grotendeels verzonnen maar Astrid bestond echt.

Afgelopen zaterdag zit ik op een verjaardag en daar zitten mensen die de ouders van Astrid bleken te zijn. Ze hadden foto's bij zich, waarop Astrid met haar pasgeboren zoontje stond. Astrid woont in Amerika (natuurlijk, avontuurlijk typje) en is inmiddels getrouwd.
Later in de auto vertelde ik m'n vriendin pas dat dat Astrid uit m'n verhaal was. (Ik ken mijn vriendin langer als vandaag, ze zegt rustig dat ik heel toevallig een leuk verhaaltje over Astrid had geschreven en of ze de url wilden hebben en dat soort gein.)

Maar goed. Is zoiets gewoon stom toeval of is Bicat toch een duister fenomeen vol mentale valkuilen waar realiteit en fictie dicht langs elkaar lopen?