Stoute flap

Onbewust geef ik mijn huisdieren een koosnaampje. Onze eerste hond was flappiesokkie, de tweede mackiespekkie en dit is “de stoute flap”. Dat komt omdat haar wangen een beetje hangen, en omdat ze nogal irritant is, maar ik haar ook wel lief vind. Ergens. “Gaat de stoute flap mee?”, “wil de stoute flap een koekje?” “welterusten stoute flap!”

Maandenlang heeft Linda zich ingehouden en er niks van gezegd, maar vanochtend kwam de frustratie er ineens uit. “Praat toch godsamme eens normaal tegen die hond man, je bent toch geen kind?” Daarna ging ze het belachelijk maken. Met zo’n stemmetje. “ja stoute flap, hallo stoute flap” Ik schoot enorm in de lach toen ik hoorde hoe belachelijk het klonk. Maar nu heeft ze het wel kapot gemaakt. Ik kan het nooit meer zeggen vanaf nu. Ja, nog een keertje appte ik vanavond naar huis: “zeg maar tegen de stoute flap dat het baasje eraan komt.” Dat vond ze dan wel weer grappig. Maar voor de rest is het nu voorgoed kapot tussen stoute flap en mij. stoute flap

Gevat

Ik heb inmiddels aangifte gedaan op het bureau, dat ging nog redelijk vlot. Veertig minuten hadden ze nodig. Ik moest er alleen niet teveel van verwachten, want waarschijnlijk zou mijn laptop niet gevonden worden, en als ze hem al vonden kreeg ik hem niet terug want ik kon geen serienummer overleggen, en ik dus niet kon bewijzen dat het om mijn laptop ging. Ik legde de agent uit dat ik mijn laptop niet terugwilde, ik heb inmiddels en betere, maar dat ik de aangifte wil hebben voor de verzekering e.d. En dat ik mijn gestolen notitieboekje -met handgeschreven blogs- veel liever terugheb. Hij leek het te begrijpen. Het was trouwens een sympathieke man, die nu niet direct de indruk maakte dat hij iemand in de boeien kon slaan. Eerder deed hij mij denken aan een zachtaardige man die geen vlieg kwaad deed. Dat rare politiepakje van tegenwoordig stond hem helemaal niet, zeker dat verfrommelde oude t-shirt eronder leek nergens op. En die gevechtsschoenen, het zal misschien beter lopen dan wat nettere, maar het is geen gezicht. Nee, ik vond voor het eerst dat de politie weer terug moest naar hun oude uniformen met stropdas. Toen ik wegging wenste hij me een fijne dag, en ik zei: “tot de volgende keer”, maar ik herstelde me en zei dat dat niet de bedoeling was. “Het ligt er helemaal aan wat u van plan bent meneer,” sprak de man gevat terug. Nou, dan kent hij mij nog niet. “Ik denk dat ik laptops uit auto’s ga jatten, want dan is de kans klein dat ik u nog terugzie!” Ha, een politieman moet gevat zijn, maar een blogger toch zeker ook!

Geachte hufter,

Tijdens het opruimen van de zolder kwam ik in mijn persoonlijke spulletjes allerlei sollicitaties tegen. Ik heb ze allemaal weggegooid, wat moet je ermee! Maar eentje heb ik bewaard, die schreef ik rond mijn 23e, zwaar gefrustreerd door het accountantskantoor waar ik toen werkte, en die mijn moeder tranen van het lachen had bezorgd, zo hoorde ik later. Er waren nogal wat zorgen om mij in die tijd, dus toen ik een keer mijn surfpak te drogen had gehangen in het trappengat bezorgde dat mijn moeder een hartverzakking. En toen ze deze brief vond, scheen ze ook geluiden gemaakt te hebben die mijn zusje naar boven deed spoeden, omdat ze dacht dat er iets ernstigs aan de hand was. Terwijl ik altijd de vrolijkheid zelve was. De brief had ik achteloos in mijn typemachine laten zitten. Nu zaten er een paar persoonlijke grapjes in die niet iedereen zal begrijpen, -ik noemde iedereen Jan Julius in die tijd, maar hieronder de brief, die misschien wel mijn eerste blogje was.
Geachte hufter

Bekoren

Bij die idiote surprise van laatst, moest ik ook een gedichtje maken. Doet je dochter ook nog iets zelf? Neen. Ze heeft mijn handgeschreven gedicht blind overgetypt. Ze zit op typcursus en kan het al beter dan ik het ooit heb gekund. Maar het had nog al wat voeten in de aarde. Want het begon ongeveer zo: Moet je nu eens horen, dat kan de Sint niet bekoren. Gelijk werd ik afgeschoten door mijn vrouw. Dat woord bekoren vond ze belachelijk en kon echt niet in een kindergedicht.

Ik was ouderwets en uit de vorige eeuw. Ze had nog nooit van bekoren gehoord. Nou ja, wel van gehoord, maar ze had het nog nooit horen gebruiken. Ik dus wel, in mijn kringen gebruik ik het regelmatig, voerde ik aan. Op mijn werk ook, daar vinden we het een zeer bekoorlijk woord. Vervolgens kon het mij niet zo bekoren dat er nu net gedaan werd of ik een ouwe zak aan worden was, puur omdat ik een woord gebruik, dat de familie niet kent. Of het toetje ze kon bekoren en leidt ons niet in bekoring, amen.

Nu vergeten ze het nooit meer. Akward, dat kennen ze wel. Maar bekoren nu ook.

Alain Delon

In mijn jacht naar weemoed klikte ik op een filmpje over Alain Delon. Wat mij betreft de mooiste naam ooit uit de filmgeschiedenis, al komt James Dean in de buurt.Ik ken geen enkele film van de beste man, of het moet een latere bijrol in Asterix zijn geweest, maar zijn naam die klinkt als een klok. Zo had ik dus ook wel willen heten.

De man maakt zijn naam ook waar. Zeker op oude zwartwitfoto’s waarop hij een achteloze blik naar de camera werpt, liefst met een sigaret tussen de lippen, uit de tijd dat roken nog mooi was. Zuid Frankrijk uiteraard, the place to be in de jaren vijftig tot en met de jaren tachtig. Destijds moet de aantrekkingskracht ervan gelijk zijn geweest aan die van een zwart gat. Maar ook op recente foto’s staat hij als oude man zijn mannetje, met zijn nog steeds lange haar.

Ik was er ook, in Saint-Tropez in de jaren zeventig, ik rookte nog wel niet en ik had nog geen cabrio, maar ik voelde wel mijn potentie. (als in: die gaat het nog ver schoppen) Helaas liep het allemaal anders en werd ik een nobody, maar het had weinig gescheeld of ik was de Alain Delon van de lage landen geworden. Nou ja, het heeft best wel wat gescheeld. Eigenlijk was ik de enige die het zag.

De onafhankelijkheid uitroepen doet men als volgt.

Het is lang mijn streven geweest om dictator der Nederlanden te worden. Dat blijkt toch wat lastiger zijn dan ik altijd dacht. In de praktijk blijkt alleen de hond naar mijn commando’s te luisteren, en dan nog alleen als ze niet afgeleid wordt. Maar ik heb nu iets gedaan wat in de buurt komt. Ik heb de onafhankelijkheid van de Veluwe uitgeroepen. Voortaan zijn wij een eigen staat, met hoofdstad Apeldoorn. Liever had ik Vaassen gehad, maar dat gaf teveel gedoe en dat kan ik nu net niet gebruiken. Deze onafhankelijkheid is namelijk in stilte uitgeroepen, en het is ook niet de bedoeling dat de rest van Nederland er van weet, want dan ben ik bang dat er ingegrepen wordt. En de strijdkrachten hier zijn nog niet op orde.

Eigenlijk weten nog heel weinig mensen het. Misschien ben ik wel de enige. Maar het is beter zo. Laat die Almeerders maar denken dat ze ’s zomers in eigen land op vakantie zijn. En wat voor voordeel heeft het eigenlijk om het bekend te maken? Als we het zouden vertellen zouden de geldkranen dichtgedraaid worden en moesten we hier zelf gaan nadenken over hoe het hier moet reilen en zeilen. Nu doen we dat stiekem. Als een koekoeksjong dat gevoed wordt door andere vogels. De Veluwe dus. Eindelijk onafhankelijk.

Einstein’s wijsheid.

‘Stilles bescheidenes Leben gibt mehr Glück als erfolgreiches Streben, verbunden mit beständiger Unruhe’

Dat had Einstein al in de gaten in 1922. En het zou een uitspraak van mezelf kunnen zijn, zou ik de Duitse taal beheerst hebben. Maar ik heb dit ook al sinds lang in de gaten. Lig ik toch een beetje op één lijn met Einstein. Zo roep ik altijd dat als je een hoofdprijs wint, je het geld op de bank moet zetten en er lachend belasting over moet betalen. Je moet zeker geen financieel adviseurs in je buurt laten die het geld voor je gaan beleggen. Onrust moet je zoveel mogelijk vermijden. En als ik om me heen kijk, lijken de mensen met de gewoonste banen het gelukkigst. Half negen beginnen, vijf uur naar huis, ’s avonds andere dingen.

Einstein was volgens mij helemaal zo dom nog niet.