Voldongen feit

We hebben hier iemand in huis die wil verhuizen. Mijn vrouw. Niet dat ze alleen wil verhuizen, welnee, was het maar zo eenvoudig. Nee, ze wil dat wij meegaan. Terwijl verder niemand wil. Haar tactiek is dodelijk efficiënt. Het begon met het een keer ter sprake brengen, het langzaam uitbreidend tot een vast gespreksonderwerp als er visite kwam, en nu is het een voldongen feit waar niet meer aan is te ontkomen. Terwijl er nooit mee ingestemd is, dat weet ik zeker. Met dezelfde tactiek zijn hier ook een hond en een kat binnengehaald. Wat zeg ik, zo kwamen er ook kinderen en ben ik getrouwd! Zij benoemt het, ze noemt het nog een keer, ze praat erover met anderen, ze praat er nog een keer over met anderen en het is een voldongen feit. Ik vind het knap. En ze begon er ook over vlak nadat we dit huis voor duizenden euro’s hadden laten opknappen, ook zo’n gave.

De kinderen protesteren luidkeels, want die vinden de tuin en hun kamer groot genoeg. Nu moet ik toegeven dat ik de tuin ook wel een ergernis vind. En de ruimte in de huiskamer is toch drie keer per jaar veel te klein, mijn eigen verjaardag vier ik om die reden al niet meer. Nou ja, ook omdat ik niet zo’n feestbeest ben en ik die verjaardagen elkaar veel te snel vind opvolgen. Laatst kwam ter sprake dat we nog geen vakantie hadden geboekt, en waarom ze dat nog niet had gedaan? Welnu, ze was aan het sparen voor de verhuizing. Nee nou wordt-ie mooi! Gaat het ook nog ten koste van mijn vakantie!

Nou ja, als ik dit zo lees is het net of we volledig langs elkaar heen leven. Maar zo gaat het hier eenmaal. Mevrouw Mack zoekt al jaren de camping uit, meestal in november, en zolang het in Frankrijk is, stem ik in. Goed, ik geloof dat het misschien wel eens goed is om eens iets anders te gaan betrekken. Ik hoopte het te kunnen rekken totdat we in een aanleunwoning zouden kunnen, maar dat ga ik niet redden. Dus heel voorzichtig kijk ik ook eens mee naar wat er zoal te koop is. Het huis van de buren komt binnenkort ook te koop. Als we dat er nu bij kopen, dan is het toch klaar? Dan hoeven we niet te verhuizen en wordt alles toch flink groter. Ik ga het eens in de groep gooien. Daarna ga ik dat nog een keer doen. En dan ga ik het er met u over hebben. En later nog eens.

Renate

Renate Wennemars schrijft columns in de krant. Dat doet ze niet slecht. Ze is geen Martin Bril of Özcan Akyol, maar zeker leuk. Vandaag schreef ze echter over mannenpijn. En met name over die van haar eigen man, Erben. Die had een pijntje en had twee doktoren gebeld, en beide artsen hadden geadviseerd: even afwachten. En dat vindt Renate leuk, ze wordt bevestigd in haar mening dat mannen eigenlijk geen pijn kennen. 

Ik weet niet of ze er al bij was, maar ik zie nog die Wennemars op het ijs de bocht uitvliegen, en zijn arm uit de kom schieten. Ik hoor hem nog kermen van de pijn. Je voelde het als kijker gewoon mee. Gelukkig weet ik nu dat het mannenpijn was. Dat het eigenlijk een beetje aanstellerig was. Dat Renate opgestaan was en door had geschaatst, een vrouw kan immers een bevalling zonder verdoving aan. Tja, het blijft altijd een leuke discussie, en we kunnen elkaars pijn niet voelen. Ik weet wel dat pijn erger kan worden als er gezeurd wordt om je heen. Meestal is het je vrouw en op zo’n moment zorgt je lichaam er even voor dat de pijn heftiger wordt, je verkrampt, en het gezeur even ophoudt. Andersom kan het ook werken. Mocht een vrouw je in de verleiding brengen, zorgt je lichaam er voor dat je de pijn wat minder voelt. Dat doet moeder natuur, er is immers een kans op voortplanting (een hele kleine theoretische) en die kan niet verloren gaan door iets onnozels als een pijntje. Je kunt niet gaan liggen kermen en je zwakte tonen, want, zo zijn vrouwen, dan zoeken ze een betere partner.

Dus het is allemaal wat relatief, die mannenpijn. Ik durf eigenlijk wel te stellen dat Renate de pijn van Erben vermeerdert. Of er op zijn minst medeschuldig aan is. Maar ja, vrouwen en logische gevolgtrekkingen, dat is ook zo’n geval. Als ik columns schreef voor de krant, zou dat morgenochtend mijn onderwerp zijn. Bam. 1-1. 

Surprisestress editie ….

Qua surprises maken ben ik bijna klaar. Mijn kinderen snappen er zelf niks van, ik steek mijn hand in eigen boezem, dus het maken van een surprise voor school is mijn taak. Ik weet niet meer wat ik allemaal in elkaar geknutseld heb, maar ben er ook wel een keer klaar mee. Dit zou de eennalaatste moeten zijn. Ik werd wat baldadig. Maar het resultaat mag er zijn. Als u het niet ziet, het wordt een eenhoorn. Een mannetje.

Zo, dan. Ik vind het mooi, de bijdrage van Tammar was het kopen van de cadeautjes.  Mwah. Nou ja, ik moest het vroeger zelf doen, maar dan werd het gewoon een grote doos vol propjes. Ze vroeg wel gelijk of die piemel er wel afkon. Ik stelde haar gerust. Dit is slechts een prototype. 

Toeval deel 51 en een gratis dienst.

Ik roep wel eens dat ik iets nog nooit heb gezien. Zo riep ik een keer dat ik nog nooit een slang had gezien, prompt kroop er een slang over het pad. Een poosje terug zei ik dat ik nog nooit een das had gezien, en hoppa, ik zag een das. En gisteren zei ik dat ik op het hondenlosloopgebied nog nooit een zwijn had gezien, wat zie ik vanavond? Twee zwijnen. De hond hoorde er eentje en rende het bos in, achter het zwijn aan. Ik riep haar terug, en ze kwam vrijwel gelijk, wat ook puur toeval is. Misschien vond ze het zwijn ook wat groot en was mijn roep een goed excuus om de jacht af te blazen. Maar ik moet eens wat doen met deze gave. Heeft u een bepaald beest nog nooit gezien, laat het me dan weten in de reacties, dan zal ik het hardop uitspreken en de volgende dag een foto voor u maken. Deze dienst is nu nog gratis.

Een kolkende IJssel

Vijf jaar geleden maakte ik een afspraak met iemand die vandaag ingelost gaat worden. We zouden gaan kanovaren op een ‘kolkende’ IJssel. Ik heb geen idee meer hoe ik hierop kwam, waarschijnlijk had het te maken met mijn hang naar avontuur in de achtertuin. De wolven zijn er inmiddels, en een rivier overzwemmen is een van die andere dingen die ik avontuurlijk vind. Nu mag je tegenwoordig geen rivier meer overzwemmen, dat is gevaarlijk, en dat is natuurlijk jammer, maar het is te druk met schepen.

Maar varen mag wel, en nu zullen we dus het kolkende water van de IJssel trotseren. Watervallen, stroomversnellingen, draaikolken, keerwateren, en natuurlijk de watermonsters die zich in de IJssel schuilhouden, aan al deze gevaren zullen wij niet blootgesteld worden. Nee, dit wordt natuurlijk roeien en na een kilometer hebben we spijt. Hopelijk gaan we stroomafwaarts.

Pelleboer, de weerman

Wij mensen denken dat wereld is geschapen ten behoeve van ons mensen, maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn.

Er was eens een wolf die anders was dan de andere wolven. Andere wolven vonden hem een beetje eng, maar konden er niet goed de vinger op leggen. Op een nacht, toen de wolven naar de maan aan het huilen waren, gebeurde het. De volle maan zorgde ervoor dat de vreemde wolf een gedaanteverandering onderging. Hij kromp ineen van pijn en zijn haren verdwenen langzaam in zijn huid. Zijn gele wolvenogen verloren hun reflecterend vermogen en werden helder blauw. Zijn klauwen leken open te barsten en werden vervangen door vingers. Zijn enorme hoektanden trokken zich terug en zijn hele gebit werd minder puntig. De gedaanteverandering ging gepaard met een enorm gekrijs. De ander wolven stonden doodsangsten uit. Na drie minuten was het hele proces voltooid en de gedaanteverandering was een feit. De wolf was veranderd in een man. Een weerman. En hij voorspelde het weer, tot afgrijzen van de wolven.

Pas als de volle maan weer weg was en de zon tevoorschijn kwam, werd alles weer rustig en werd hij tot grote opluchting van de troep, weer een wolf. Het heeft zich een jaar of dertig geleden afgespeeld, maar nog altijd worden de wolven onrustig bij het horen van de naam Pelleboer. pelleboer

Travel Pussy

Ik was een weekendje in de Eifel, Duitsland. Even lekker een stukje sturen, en ’s avonds uit in Bitburg, van Bitte ein Bit. Ik kreeg er nog een sticker van, maar om een Duitse kreet op iets dat van mij is te plakken, gaat me te ver. Het bier is prima, daar ligt het niet aan. Maar iets Duits promoten, dat laat ik aan anderen. Ik blijf het rare snuiters vinden, Duitsers. Niet altijd natuurlijk, maar twintig procent van de tijd. Vooral als ze schik hebben en in bezettingstaal gaan praten. Maar er zijn een paar Duitsers met een snor die het verpesten voor de rest. Voor die categorie verkopen ze travel-pussy’s uit automaten. Het houdt me al jaren bezig, die travel-pussy. Zeven jaar geleden zag ik de automaat voor het eerst, en elk jaar als ik er terugkom, zie ik zo’n automaat waar je een travel-pussy uit kan halen. Er zitten nog meer vage dingen in de automaat, maar ik vond de travel-pussy veruit de meest intrigerende.

Ik zat in een kroeg, en moest naar de wc. In de wc hing een travel-pussy automaat. Ik hield het niet langer, en ik gooide twee euro in de automaat en probeerde een travel-pussy te scoren. Het lukte niet, en er kwam nog iemand binnen die mij bij de automaat bezig zag. Ik voelde mij gegeneerd, maar dat was nergens voor nodig, want de besnorde Duitser wilde ook een travel-pussy en zei dat ik er nog twee euro bij moest doen. En inderdaad, toen had ik mijn travel-pussy. Een mooie verpakking met instructies voor optimaal genot. Het is een plastic zak die je moet opblazen, er moet warm water bij, de bijgeleverde travel-pussygel moet in de ontstane gleuf en dan kun je de liefde bedrijven met een plastic zak. Ze hangen overal in Duitsland! Of ik het geprobeerd heb? Ehm, alleen een keer met mijn vinger. Ik moet zeggen, voor een plastic zak was het bepaald niet slecht.

Vanochtend lag het ding in de douchecabine van de hotelkamer. Ik vond het wat genant om hem te laten liggen, want straks denken ze dat ik hem had gebruikt. Ik probeerde hem te vernietigen, maar dat viel nog niet mee. Het was stevig plastic, met meerdere compartimenten. Ik moest veel kracht zetten om het ding te laten ontploffen. En dat moet je de Duitsers wel nageven. Als ze iets maken, maken ze het ook grundlich.