Sterk

Mijn dochter is oersterk. Dat zeg ik niet omdat ze mijn dochter is, ze is gewoon oersterk. Nu merk ik wel de onze hond ook oersterk is, dus voor hetzelfde geld ligt het eraan dat ik slapper word. Maar ik denk het niet. Ze vertelt ook vol trots dat ze de sterkste van de klas is, inclusief alle jongens. Met judo was ze al een groep hoger geplaatst omdat ze iedereen vloerde. En nu moet ik elke avond haar pols met één hand omklemmen, en dan moet zij loskomen. Vroeger noemde ik dat de polsgevangenis, maar ik kan haar niet meer houden. Met alle kracht breekt ze mijn duim los, en dan is de rest een eitje. Ze gelooft haast niet dat ik echt mijn best doe.

Vanavond zei ik dat ze geen illusies moest hebben en ik haar met één hand op de grond kon dwingen. Ik probeerde het maar ze stribbelde tegen. Ik draaide haar arm op haar rug, maar ze weigerde te gaan liggen. Dus ze riep dat ik moest stoppen, en ik zei dat ze op de grond moest gaan liggen. Dat werd huilen. Ik schrok en liet los. Ik had haar pijn gedaan, en ze bleef even huilen en ik zei schuldbewust dat ik dat nooit had mogen doen. Ze snikte dat het niet erg was, maar ik zei dat het wel erg was en pakte haar vast. “Je kon er niks aan doen, papa, het is niet erg.” Ik zei van wel, ik had haar los moeten laten en niet mogen doorgaan om te winnen want ik ben groot. Ik zou het nooit meer doen.

Haar.

Bij mijn zus in huis staat een foto. Het is een foto van mijn vader. Het oog van mijn dochter viel op de foto. “Hee, Hans, kijk hier eens, hier heb je papa toen hij nog haar had!” Hans zei dat het Opa Hans was, en Tammar keek nog eens. “Nee, dat is toch papa?”
Ik heb de foto ook ergens. Ik heb het wel eens vaker gehoord natuurlijk, maar nu fopte ik mijn dochter. Ik ben inmiddels 10 jaar ouder dan mijn vader daar op die foto, al zegt mijn moeder dat hij daar 32 was, maar dat kan volgens mij niet kloppen. Ze heeft wel eens eerder verteld dat die foto gemaakt was voor zijn laatste baan, en dan kan niet eerder dan 1982 geweest zijn. Op mijn 38e werd Tammar geboren, en mijn haar was al dunner dan dat van mijn vader na zijn chemo. Hij had toen een pet om buiten te wandelen, zijn trots was gekrenkt. Ik had natuurlijk ook liever gewoon haar gehad, maar dan waren mijn looks helemaal uit de hand gelopen. Dan had ik het wat langer gehad, achterover gekamd en een Harley gekocht. En misschien wel een tatoo genomen. Tja, kaalheid houdt een mens met beide benen op de grond.

Fleudefluu

Wij delen Hans zijn huiswerk op in tweeën. Linda het gedeelte waar zij goed in is, en ik het gedeelte waar ik goed in ben. ‘Goed’ hier gezien met als referentiekader Kader/Mavo. Linda doet Engels, Biologie, Nederlands, Natuur en Techniek, en ik doe Wiskunde en Frans. Tenminste, hij doet het allemaal zelf, maar het uitleg-en overhoorgedeelte, daar heb ik het over. Als meneer moet leren komt hij na tien hele minuten op zijn kamer gezeten te hebben weer naar beneden voor de overhoring. De eerste de beste vraag die ik stel -ik ben in het Frans- beantwoordt hij dan met een ongeïnteresseerd ‘kweenie’. Tweede vraag -jij bent- wordt dan beantwoord met een vragend ‘tu parle’?

Nu moest ik hem een isometrische tekening en een Amerikaanse projectie uitleggen. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ik zet mijn leesbril op en lees even waar het over gaat. Ondertussen had Hans onthouden dat hij moest schetsen uit de losse hand, maar dat stond ergens voor in het boek en had hier niets mee te maken. En hij hield vol dat de isometrische tekening de Amerikaanse projectie was. Want dat had de leraar gezegd. Met zijn met plakband geplakte geodriekhoek maakte ik een schets. Op de plek van het plakband verliep de lijn een beetje, maar dat was geen enkel probleem volgens deze aankomend ingenieur. Ik heb op de kalender gezet voor a.s. zaterdag, dat hij een nieuwe geodriehoek gaat kopen. Een diepe zucht klonk uit zijn richting. Nee, dit is geen Einstein in de dop.

Hou je bek en knutsel!

Ik heb wel eens eerder over surprisestress geschreven, en ik begrijp werkelijk niet waarom een minderheid het voor elkaar krijgt om de meerderheid die stress te laten ervaren. De minderheid is de onderwijzer en de meerderheid zijn de kinderen plus hun ouders. Bij ons thuis vroeger vierden we Sinterklaas in zijn essentie. Pakjesavond thuis, er werd op de deur gebonkt, er stonden twee manden met cadeautjes, Sinterklaas beloonde ons met mooie cadeautjes en gedichtjes, en wij beloonden onze ouders met blije gezichten. Iedereen was blij.

Maar toen mijn vader overleed en ik al een lichtbepuiste puber was, vond mijn moeder toch dat we surprises moesten gaan maken voor elkaar. Hel. Wat is er mis met Sinterklaas te laten aan kinderen die erin geloven, of misschien net niet meer maar nog wel ontzettend blij zijn met cadeautjes? Nee, volwassenen moeten gewoon door met hun infantiele feest en ondertussen neemt de stress bij de overige gezinsleden toe.

Ik moest altijd luidkeels protesteren, en dat doe ik nu nog zoals u merkt, maar ik ben nooit een kerel geweest hierin. Hou of gewoon je bek en knutsel, of doe gewoon niks en laat ze allemaal verrekken. Nee, ik protesteerde maar vervolgens maakte ik mij er niet met een Jantje-van-Leiden vanaf. Ik maakte de mooiste auto’s, honden, trommels, voetbalshirts en dit jaar een zwembad. Voor mijn dochter. Die is alleen meegeweest om wat nutteloos knutselspul te kopen. Voor de rest mocht ze niet meehelpen van mij, want dan zou ze maar in de weg zitten.

Ik protesteer niet meer de laatste jaren. Mijn vrouw -die houdt niet van verrassingen- is allang blij dat ik deze taak op mij heb genomen. En ik kan het net niet goed genoeg om te doorzien dat een kind dat niet gedaan kan hebben, dus prima zo.
zwembad

Schok

Ik schrok me gisteren dood. Ik ben nu 12 jaar vader van een klein jongetje. Een onschuldig jongetje dat altijd een jongetje was en waar ik altijd grapjes mee maakte en dat mij elke avond als hij naar bed gaat nog een kusje geeft. Natuurlijk, hij gaat al naar de middelbare school en hij wordt aardig bijdehand, maar het is nog wel een jochie. Nu stond hij zich af te drogen na het douchen en ik wist even niet of ik nu goed zag. Doorkomend schaamhaar! Mijn kindje, mijn zoontje, mijn kleine aapje.

Ik moest er even van bijkomen. Mijn vrouw had even bezoek dus ik kon het ook niet vertellen, en ik moest weg. Dus ik apte het maar even. Een uurtje later zag ze het pas, en ik kreeg een paar van die huil van het lachen smiley’s terug. Zij had het ook nog nooit gezien. We hebben een heuse puber in huis!

Vandaag was ik al weer wat van de schok bekomen. Hij was thuisgekomen en zei dat het mandje van zijn fiets los zat. Of ik even wilde kijken. Ik keek maar ik zag niks aan het mandje. Wel aan zijn voorband, die was leeg. Dat merkt die jeugd van tegenwoordig niet eens meer. Het mandje, denken ze. Ik pakte de pomp maar kreeg er geen lucht in. Nader onderzoek leerde dat er een spijker in de band zat, en dat de totale binnenband vol gaatjes zat. Hoe dat nou kon snapte ik ook niet, maar die was niet meer te plakken. Snel ging ik naar de bouwmarkt en haalde een nieuwe binnenband die ik er even inzette. Want dat kan ik, dat heb ik vroeger geleerd. En nu had ik het nodig. Om te zorgen dat mijn puberzoon die niks van lekke banden snapt morgen weer ongestoord naar school te kunnen laten fietsen. Daar ben ik vader voor. Dat is waarvoor ik getraind ben.

Pupillenvoetbal

Vanochtend moest mijn dochter voetballen tegen Sparta Nijkerk, een club met een naam. De trainer van de Spartanen kende ik, een oud collega uit die plaats. Hij werkte in het magazijn, ik op kantoor. Ik gaf hem een hand en we wisselden wat vriendelijkheden uit. Ik vertelde aan de ouders van onze ploeg dat de trainer van de tegenpartij een ex-collega van mij was. Had ik het maar niet gedaan!

Het was gewoon een beetje genant wat mijn ex-collega allemaal riep tegen zijn kleine meisjeselftal. Als een Hans Kraaij junior ging hij tekeer. Tegen zijn meisjes, dat waren luie zoutzakken, tegen de scheidsrechter want die had moeten fluiten voor een overtreding, tegen onze trainer want die had het ook moeten zien, en aan het eind weer tegen de scheidsrechter omdat die vijf minuten te vroeg affloot, wat inderdaad ook zo was. Tijdens de wedstrijd zei ik tegen de ouders dat ik hem niet kende. Wat een idioot! Een ouder van ons team begon nog tegen hem te blèren dat hij zijn mond moest houden, en er ontstond een klein opstootje met wat heen en weer geschreeuw en gewijs.

Na de wedstrijd sprak ik hem nog even. Of hij nog steeds in Nijkerk werkte. Dat deed hij allang niet meer, vertelde hij, hij was vrachtwagenchauffeur geworden. Twee maanden nadat hij daar wegging had hij een zwaar hartinfarct gehad, vertelde hij, dus hij maakte zich niet meer zo druk. Hij zei het echt. Hij was ook weer heel relaxed ineens. Hij zei tegen mijn dochter dat ze top gekeeped had en wenste me veel succes met “mijn vrouwtje”. En of ik op de uitwedstrijd naar Nijkerk meekwam. “Altijd gezellig,” zei hij.

Meisje-meisje

Afgelopen zaterdag was het kinderfeestje van mijn dochtertje, ze is negen geworden. Tegen kinderfeestjes zien de meeste moeders tegenwoordig enorm op, behalve de ouderwetse moeders die nergens een probleem van maken. Wij moderne ouders besteden zoiets uit aan een gespecialiseerd bedrijf. Vroeger als kind gingen we naar het bos of mochten we koekhappen, en dat vonden we kennelijk leuk. Één keer kan ik me herinneren dat ik in een golfslagbad ben geweest.

Maar bij ons komt het er dus op neer dat de kinderen ontvangen worden, ze overhandigen de cadeautjes, ze eten taart en dan proppen we ze in twee auto’s. Mijn zoontje wilde op het laatste moment ook mee, dus die heb ik in de kofferbak gepropt. Zwaar verboden tegenwoordig, maar vroeger was dit schering en inslag. En het moet vooral verboden blijven, want dan kan ik een keertje burgerlijk ongehoorzaam zijn. En dat is al heel fijn, want in mijn hart ben ik een misdadiger.

In elk geval….kinderen! Volslagen debielen zitten er tegenwoordig tussen. Ook drukke kinderen waaronder ik mijn dochter schaar. Rustige met een zeurderige inslag, een stuk of twee normale en eentje waar ik voor viel als een blok. Een meisje waar werkelijk niks op aan te merken was. Een lief meisje-meisje, zoals dat tegenwoordig heet. Bij het terugbrengen van de kinderen vragen de ouders meestal of hun kind zich gedragen heeft. Ook die van de volslagen debiel. Ja hoor, prima, doei. Het meisje-meisje woonde het verst, ook in het mooiste huis. Ik bracht haar als laatste weg. Haar moeder vroeg of ze zich gedragen had. Van haar konden we er wel twintig op een feestje hebben, antwoordde ik. Want goed gedrag moet je belonen.