Werkstuk

Mijn dochter moet een werkstuk maken. Is ze daar goed in? Nee. Moet ik dus helpen? Ja. Zijn er überhaupt kinderen die dit alleen kunnen? Misschien. Maar niet veel, schat ik zo in. Ik was niet eens in staat de instructies te begrijpen. Let wel, we hebben het hier over de basisschool, groep 7.

  1. Kies een soort onderwerp.
  2. Kies een onderwerp.
  3. Maak een woordveld bij het onderwerp.
  4. Maak groepjes van woorden die bij elkaar horen.
  5. Maak een hoofdstukindeling. Dat is: geef elk groepje een naam en zet de groepjes in een logische volgorde. (Dat is, wat een stom taalgebruik. Het moet zijn: Dat wil zeggen)
  6. Maak bij elk hoofdstuk vragen. Wie? Wat? Waar? Wanneer? Waarom? Welke? Hoe? Maar niet: Is…? of: …of…?
  7. Zoek informatie voor de antwoorden op de vragen. Gebruik verschillende bronnen.

Ik hield vroeger een spreekbeurt en dan gebruikte ik 1 bron. Een jeugdencyclopedie die we hadden. Dan leerde ik een volledig hoofdstuk letterlijk uit mijn hoofd en dreunde het op. Hoppakee, een acht. Werkstukken, daar was ik niet bijster goed in. Ik kan me er twee herinneren, eentje over Elvis, dat werd een vijf omdat mijn informatie over hem irrelevant was, (ik vermeldde de naam van zijn tuinman) en op de Havo moesten we een boek tot werkstuk omtoveren en ik werkte samen met de beste van de klas. In wiskunde. Van Nederlands had hij niet veel kaas gegeten, dus weer een vijf.

Ik brak mijn hoofd al over die instructies. Ik moet toch in staat zijn om instructies van groep 7 basisschool te begrijpen? Nee dus, mijn vrouw moest er aan te pas komen om mij uit te leggen wat nummer vier betekende. Vervolgens ben ik drie uur informatie van internet aan het uploaden geweest (dat is: kopiëren van internet en dan plakken in Word) en toen was ik het spuugzat. Ondertussen had ik tegen mijn dochtertje gezegd dat ze beter kon gaan spelen met een vriendinnetje, want gestructureerd naar een eindresultaat toewerken is niet mijn specialiteit. Integendeel. Ik begin ergens in de hoop dat ik goed uitkom.

De gedachte kwam in me op, als je nu gewoon helemaal niks doet, en op de deadline heb je geen werkstuk, laten ze je dan doubleren? Kan me dat niet voorstellen. Het is gewoon bangmakerij. Nou ja, dat is een gedachte die ik weer moet verwerpen. Morgen gaan we weer verder met die onzin. Als het klaar is moet ze nog een nawoord schrijven. Daar moet o.a in komen te staan wat je volgende keer anders zou doen. Dat zal ik haar dicteren. Voortaan begin ik eerder en kies ik een onderwerp wat me interesseert of waar ik op zijn minst iets over weet, voor ik het laat goedkeuren door de juf.  En niet uitsluitend omdat het langskwam op televisie en ik een onderwerp nodig had.

Wat vaders doen.

Vanmorgen was het mijn beurt om te rijden voor de uitwedstrijd van mijn zoontje. Dan sta je braaf  op je vrije dag om acht uur op,  en rij je met een auto vol zwijgende jongens naar de tegenstander. Er waren maar elf spelers, en drie auto’s, dus het was wat minimalistisch allemaal. Toen ik er was en koffie dronk in de kantine kwam de trainer mij vragen of ik wilde vlaggen. De andere vader die er was had helemaal geen idee van de regels, en ik probeer altijd te vermijden dat ik moet vlaggen, omdat ik altijd bang ben dat ik mijn concentratie niet kan vasthouden en geen idee zou hebben wie de bal als laatste raakte als hij over de zijlijn ging. 

Maar nu kwam ik er niet onderuit en moest ik mijn vlagdebuut maken in de stromende regen. De scheids gebaarde of ik klaar was, en ik stak de vlag omhoog ten teken dat dat zo was. Hij gebaarde me dat ik niet goed stond, maar op de lijn met de laatste verdediger moest gaan staan. Nou ja, dat was een beginnersfoutje. Ik nam mij voor om me niet uit mijn concentratie te laten halen, en dat is nogal een uitdaging. Ik vlagde één keer voor buitenspel van de tegenstander, één keer twijfelde ik, en  voor de rest hield ik scherp in de gaten wat er gebeurde.  En ik moest rennen af en toe. Hard. 

Uiteindelijk deed ik het beter dan ik zelf gedacht had. De jonge scheidsrechter, die de boel goed onder de duim hield, zei me achteraf dat hij geen aanmerkingen had, en dat hij niet gemerkt had dat het mijn debuut was. Kijk, en dan is het helemaal niet zo erg om te moeten vlaggen.  Maar grensrechter in de eredivisie, dat zit er denk ik niet in. Je vanalles toewensende supporters die vlak achter je zitten en dan toch geconcentreerd op de wedstrijd blijven toezien, dat is toch andere koek. 

Katrol

Ik help regelmatig met het huiswerk van de kinderen. Vandaag stond natuur en techniek op het programma. Mijn specialiteit, ik heb één jaar natuurkunde gehad en techniek daar snap ik al helemaal geen bal van. Ik weet niet eens het verschil tussen scheikunde en natuurkunde. Iets met chemische verbindingen, maar of een suikerklontje oplossen in thee nu schei- of natuurkunde is, ik heb geen idee. Ik dacht onthouden te hebben dat zolang iets weer ongedaan gemaakt kan worden, het geen scheikunde is. 

Er was wat theorie over het scheiden van stoffen. Je zou denken dat dat onder scheikunde valt, maar nee. Je kunt het zout weer uit het water halen als je wilt. Nu ging dat nog wel, maar toen kwam de theorie over katrollen. Vaste katrollen, losse katrollen en takels. Newtonmeters. Tegengestelde richtingen. Het was tweede klas VMBO, maar ik moest hier toch alles uit de kast halen om het te begrijpen. Ik wilde maar niet snappen waarom een losse katrol de benodigde kracht vermindert en een vaste niet. En waarom er als er nog meer losse katrollen gebruikt worden, de benodigde kracht nog verder afneemt. Het bevestigt in elk geval wel mijn idee over de sportschool. Daar wordt alleen aan domme kracht gedaan. Als ze daar eens wat meer met katrollen zouden werken, zou er heel wat minder gezweet hoeven worden.

Sterk

Mijn dochter is oersterk. Dat zeg ik niet omdat ze mijn dochter is, ze is gewoon oersterk. Nu merk ik wel de onze hond ook oersterk is, dus voor hetzelfde geld ligt het eraan dat ik slapper word. Maar ik denk het niet. Ze vertelt ook vol trots dat ze de sterkste van de klas is, inclusief alle jongens. Met judo was ze al een groep hoger geplaatst omdat ze iedereen vloerde. En nu moet ik elke avond haar pols met één hand omklemmen, en dan moet zij loskomen. Vroeger noemde ik dat de polsgevangenis, maar ik kan haar niet meer houden. Met alle kracht breekt ze mijn duim los, en dan is de rest een eitje. Ze gelooft haast niet dat ik echt mijn best doe.

Vanavond zei ik dat ze geen illusies moest hebben en ik haar met één hand op de grond kon dwingen. Ik probeerde het maar ze stribbelde tegen. Ik draaide haar arm op haar rug, maar ze weigerde te gaan liggen. Dus ze riep dat ik moest stoppen, en ik zei dat ze op de grond moest gaan liggen. Dat werd huilen. Ik schrok en liet los. Ik had haar pijn gedaan, en ze bleef even huilen en ik zei schuldbewust dat ik dat nooit had mogen doen. Ze snikte dat het niet erg was, maar ik zei dat het wel erg was en pakte haar vast. “Je kon er niks aan doen, papa, het is niet erg.” Ik zei van wel, ik had haar los moeten laten en niet mogen doorgaan om te winnen want ik ben groot. Ik zou het nooit meer doen.

Haar.

Bij mijn zus in huis staat een foto. Het is een foto van mijn vader. Het oog van mijn dochter viel op de foto. “Hee, Hans, kijk hier eens, hier heb je papa toen hij nog haar had!” Hans zei dat het Opa Hans was, en Tammar keek nog eens. “Nee, dat is toch papa?”
Ik heb de foto ook ergens. Ik heb het wel eens vaker gehoord natuurlijk, maar nu fopte ik mijn dochter. Ik ben inmiddels 10 jaar ouder dan mijn vader daar op die foto, al zegt mijn moeder dat hij daar 32 was, maar dat kan volgens mij niet kloppen. Ze heeft wel eens eerder verteld dat die foto gemaakt was voor zijn laatste baan, en dan kan niet eerder dan 1982 geweest zijn. Op mijn 38e werd Tammar geboren, en mijn haar was al dunner dan dat van mijn vader na zijn chemo. Hij had toen een pet om buiten te wandelen, zijn trots was gekrenkt. Ik had natuurlijk ook liever gewoon haar gehad, maar dan waren mijn looks helemaal uit de hand gelopen. Dan had ik het wat langer gehad, achterover gekamd en een Harley gekocht. En misschien wel een tatoo genomen. Tja, kaalheid houdt een mens met beide benen op de grond.

Fleudefluu

Wij delen Hans zijn huiswerk op in tweeën. Linda het gedeelte waar zij goed in is, en ik het gedeelte waar ik goed in ben. ‘Goed’ hier gezien met als referentiekader Kader/Mavo. Linda doet Engels, Biologie, Nederlands, Natuur en Techniek, en ik doe Wiskunde en Frans. Tenminste, hij doet het allemaal zelf, maar het uitleg-en overhoorgedeelte, daar heb ik het over. Als meneer moet leren komt hij na tien hele minuten op zijn kamer gezeten te hebben weer naar beneden voor de overhoring. De eerste de beste vraag die ik stel -ik ben in het Frans- beantwoordt hij dan met een ongeïnteresseerd ‘kweenie’. Tweede vraag -jij bent- wordt dan beantwoord met een vragend ‘tu parle’?

Nu moest ik hem een isometrische tekening en een Amerikaanse projectie uitleggen. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ik zet mijn leesbril op en lees even waar het over gaat. Ondertussen had Hans onthouden dat hij moest schetsen uit de losse hand, maar dat stond ergens voor in het boek en had hier niets mee te maken. En hij hield vol dat de isometrische tekening de Amerikaanse projectie was. Want dat had de leraar gezegd. Met zijn met plakband geplakte geodriekhoek maakte ik een schets. Op de plek van het plakband verliep de lijn een beetje, maar dat was geen enkel probleem volgens deze aankomend ingenieur. Ik heb op de kalender gezet voor a.s. zaterdag, dat hij een nieuwe geodriehoek gaat kopen. Een diepe zucht klonk uit zijn richting. Nee, dit is geen Einstein in de dop.

Hou je bek en knutsel!

Ik heb wel eens eerder over surprisestress geschreven, en ik begrijp werkelijk niet waarom een minderheid het voor elkaar krijgt om de meerderheid die stress te laten ervaren. De minderheid is de onderwijzer en de meerderheid zijn de kinderen plus hun ouders. Bij ons thuis vroeger vierden we Sinterklaas in zijn essentie. Pakjesavond thuis, er werd op de deur gebonkt, er stonden twee manden met cadeautjes, Sinterklaas beloonde ons met mooie cadeautjes en gedichtjes, en wij beloonden onze ouders met blije gezichten. Iedereen was blij.

Maar toen mijn vader overleed en ik al een lichtbepuiste puber was, vond mijn moeder toch dat we surprises moesten gaan maken voor elkaar. Hel. Wat is er mis met Sinterklaas te laten aan kinderen die erin geloven, of misschien net niet meer maar nog wel ontzettend blij zijn met cadeautjes? Nee, volwassenen moeten gewoon door met hun infantiele feest en ondertussen neemt de stress bij de overige gezinsleden toe.

Ik moest altijd luidkeels protesteren, en dat doe ik nu nog zoals u merkt, maar ik ben nooit een kerel geweest hierin. Hou of gewoon je bek en knutsel, of doe gewoon niks en laat ze allemaal verrekken. Nee, ik protesteerde maar vervolgens maakte ik mij er niet met een Jantje-van-Leiden vanaf. Ik maakte de mooiste auto’s, honden, trommels, voetbalshirts en dit jaar een zwembad. Voor mijn dochter. Die is alleen meegeweest om wat nutteloos knutselspul te kopen. Voor de rest mocht ze niet meehelpen van mij, want dan zou ze maar in de weg zitten.

Ik protesteer niet meer de laatste jaren. Mijn vrouw -die houdt niet van verrassingen- is allang blij dat ik deze taak op mij heb genomen. En ik kan het net niet goed genoeg om te doorzien dat een kind dat niet gedaan kan hebben, dus prima zo.
zwembad