Niet voor mij II

Files op de radio gelden niet voor mij, is een oude stelregel die ik al jaren met succes hanteer.
Vanavond lag dat wat moeilijk, maar het is mij toch gelukt om in anderhalf uur van Nijkerk naar Vaassen te geraken.
De truc is dat je moet gaan denken als je medeweggebruikers, en hen dan een stap voor probeert te zijn.
Het werkt ongeveer zo: De radio kondigt een file aan van een kilometer of 40 op de weg waar je zometeen overheen moet. De meeste mensen gaan dan in blinde paniek alternatieve routes bedenken en wel zo, dat de ANWB-site er plat van gaat. Dan denken ze: 'Hmm, er kunnen wel eens meer mensen op dat idee zijn gekomen, ik neem toch stiekem de snelweg.' Vervolgens denken ze de rest toch te slim af te zijn en nemen in gedachten toch weer de binnendoorweg. En om iedereen in verwarring te brengen nemen ze uiteindelijk toch de snelweg.
Maar dan kom ik. Ik denk nóg een stap verder en neem de binnendoorweg. Dwars over de allerdonkerste weggetjes van de Veluwe. Ik kwam zelfs langs landgoed "Het roode Koper" wat pas dit jaar is ontdekt door een Hilversumse toeriste.
Ik presteerde het om een 8 km lange weg te nemen waar ik welgeteld twee auto's ben tegengekomen. (Staverden-Elspeet.)
En op een avond als vanavond waarop 800 kilometer file zich rond de Veluwe concentreerde, denk ik dan tevreden: 'Mack, je hebt een Godgegeven file-ontwijktalent.'

Nacht und Nebel

Nu ik het boek "Nacht und Nebel" van Floris B. Bakels bijna uit heb, nog een bladzijde of 5, wil ik toch eens wat kwijt over het meest indrukwekkende boek dat ik ooit las.
Het gaat over een Nederlandse verzetstrijder die al door de Duitsers opgepakt werd nog voordat hij zijn eerste verzetsdaad had gepleegd. Hij brengt drie jaar door als häftling in verschillende concentratiekampen voordat hij in Dachau, nog slechts 47 kg wegend, door de Amerikanen wordt bevrijd.

Als ik zo'n boek lees, sta ik er mee op en ga ik er mee naar bed. Erger lijden is denk ik niet mogelijk. Soms maar 2 korstjes brood per dag, 1 natte deken bij min 15 graden, jarenlang diarree, die bij gebrek aan wc's in de barakken als vloerbedekking dient, kinderen die gekruisigd werden om hun vaders aan het praten te krijgen, de schrijver zegt daarover: Je kunt het niet verzinnen of het is gebeurd.
Ik wilde het boek op een gegeven moment aan de kant leggen omdat het me teveel aangreep. Gelukkig heb ik het niet gedaan. Het zou een beetje laf zijn geweest, ik die het boek aan de kant leg, hij die het jarenlang moest doormaken.

Anti-Duitse gevoelens worden ook aangewakkerd. De schrijver noemt het een verdoemd en dom volk. Ze zouden in staat zijn weer een oorlog te beginnen.
Tja, zo mogen wij natuurlijk niet denken over onze oosterburen. Maar ja, dat zeg ik ook maar omdat mij dat zo geleerd is op school, hij vormde zijn mening op basis van ervaringen.
"Ich habe es nicht gewusst" was volgens hem een slap excuus van de Duitse bevolking om zichzelf schoon te praten, een heel dorp kon zien (als een groep häftlinge de dagelijkse tocht van het kamp naar de werkkampen maakte) dat ze uitgemergeld waren en beestachtig werden behandeld. Jaren later heeft hij nog eens een Duitser de deur gewezen omdat deze (serieus) vond dat hij tijdens zijn gevangenschap na de oorlog slechter door de Nederlanders was behandeld dan de schrijver door de Duitsers.

Dautmergen was volgens de schrijver het ergste kamp waar hij heeft gezeten. Ik googelde erop en kwam op deze site en inderdaad: Een foto van een mooi stadje met in het Duits hoe mooi het daar wel niet is, geen woord over de verschrikkingen die zich daar hebben afgespeeld. Zouden ze dat nou echt niet hebben geweten?

Bericht uit het verleden.

Eergisteren kreeg ik wederom een berichtje van een meisje dat bij mij op de lagere school in de klas zat. Ik zal haar Claudia noemen, omdat ze ook zo heet.
Claudia en ik zijn één dag met elkaar gegaan. Claudia wilde al langer, ik niet.
Na lang aandringen en bemiddeling van klasgenootjes dan toch gezwicht, elkaar een handje geven en we gingen met elkaar.
Aan het eind van de dag maakte ik het alweer uit.

Tot zover kon ik het mij allemaal herinneren. Claudia herinnerde zich echter ook nog de reden die ik opgaf. Ze schrijft dat ik zei: "Ik vind je wel leuk, maar ik vind je lelijk." En daar had ze nu nog een trauma van schreef ze met een helehoop haha's erachter.

Geweldig, die reden. Later heb ik me nog wel eens in allerlei bochten moeten wringen als ik een reden stond te liegen waarom ik niet met iemand mee uit wilde. Dan was dát de waarheid geweest.
Maar niet bij Claudia. Die was namelijk helemaal niet lelijk. Sterker nog, ik vond er destijds eigenlijk maar twee leuker en als ik nu op de klassenfoto kijk twijfel ik daar zelfs ernstig aan.

Ik heb Claudia nog maar even excuses gemaakt en gezegd dat ik me diep moest schamen voor die opmerking en dat ik haar helemaal niet lelijk vond. Pffff. Heftig hè?

(Ik, uiterst links met uiterst strakke spijkerbroek en Claudia op de voorgrond tweede van rechts.)

Eerbetoon aan Mevrouw Mack.

Wat is het toch erg als je misselijk bent. Je wordt 's nachts wakker en je weet in eerste instantie niet wat er aan de hand is, totdat het ineens tot je doordringt dat je moet overgeven. Het erop wachten is het ergste.
Je blijft stil liggen in de hoop dat het wegtrekt, ondertussen breekt het klamme zweet je uit, je bedenkt wanhopig waar je badjas hangt zodat je tijdens het overgeven tenminste nog wat warms aanhebt.
En dan komt het. Je staat op en loopt naar de badkamer en met oorverdovend volume kots je in de wc. BWUUUUHHHH…..spluttersplutterspetterspetdrupdrup. En dan nog een keer BWUUUUEEHHH….splutsplutterdespetterdedrup. TUF! TUF! (mama!) En dat een keer of zes.
Het ijskoude zweet valt nu van je voorhoofd en in je keel lijkt nog een brok braaksel te zitten wat niet is meegekomen. Je durft niet met je tong langs je tanden te gaan uit angst dat je een stukje voelt en weer moet overgeven.
En dat had ik dus vier keer afgelopen zonnacht. Ik maak dan ook extra veel kreungeluiden in de hoop dat mevrouw Mack wakker wordt om een beetje voor me te zorgen. En dat werd ze gelukkig en liefdevol ontfermt ze zich dan over mij. Een emmer naast mijn bed, een asperientje binnen handbereik, een glaasje water, zonder haar was ik er nu niet meer geweest.
Terwijl als zij moet overgeven ze dat zachtjes doet, soms hoor ik pas de volgende ochtend dat ze ziek is geweest. En ze is niet eens bij de commando's geweest.

Een vrouw aanvaardt haar lot stukken beter dan een man, in tijden van misselijkheid zijn ze zelfs stukken dapperder.

De Falkland oorlog.

De enige oorlog die iedereen snapte. Zelfs ik als 12-jarig jochie begreep dat als ze je land inpikken, da'je da dan nie goed vindt.
Maar wie ging dat nou winnen? Argentinië of Engeland? Argentinië was toevallig wel wereldkampioen.
Ik haalde de wereldkaart erbij. Argentinië was veel groter dan Engeland dus dat moest een walk-over voor de Zuid-Amerikanen worden. Bovendien stuurde Engeland niet eens heel Engeland er naartoe maar slechts een paar boten. Zó graag wilden ze die eilanden dan ook weer niet terug.
Ik deed mijn vader verslag van mijn bevindingen. Die dacht echter dat Engeland zou winnen.
Ik begreep er niks van. Hij legde mij uit dat het er niet zoveel toe doet hoe groot een land is, maar dat het belangrijker is wie het modernste leger heeft. En dat was Engeland. Ah zo ja.

Mijn vader is er niet meer. Overleden drie jaar na de Falkland oorlog. Hans, heette hij. Hij wist alles. Zelfs wat er zou gebeuren als tijdens de maandelijkse test van de sirenes er een echt alarm zou zijn.

Ik verheug me er nu al op dat zijn kleinzoon Hans mij dat soort vragen gaat stellen.

Een dagje Amsterdam.

Met de trein arriveerden zwager "geen paniek" en ik vandaag in de grote stad.
Wij natuurlijk gelijk door naar de ouwezijdsvoorhuidwal.

"Willen jullie naar binnen, jongens?" vroeg de nors uitziende allochtone portier van de bananenbar.
Wij schudden nee.
"Wat is er, zijn jullie soms bang?" vroeg de nors uitziende allochtone portier van de bananenbar.

Ik liet hem mijn rechterhand zien. "Nee, getrouwd."

Ha! Daar had de nors uitziende allochtone portier van de bananenbar mooi niet van terug!

Anne Frank

Jaren te laat ben ik drie dagen geleden begonnen met lezen in 'het dagboek van Anne Frank'
Als ze me dat vroeger op school nou hadden verplicht, in plaats van duffe middeleeuwse literatuur als Marieke de Vos en Reinard uit Nijmegen, dan was ik mijn interesse in het lezen waarschijnlijk niet verloren.
Het is jammer dat ik al weet hoe het af gaat lopen, met een laatste brief aan Kitty waarvan ze niet wist dat het haar laatste zou zijn, denk ik.

Diegene die haar verraden heeft, hebben ze die eigenlijk ooit opgehangen?

Dodenherdenking

Toen ik nog niet zo lang op mezelf woonde (1995) hoorde ik midden in de twee minuten stilte een ambulance met sirene voorbij vliegen.
De volgende dag hoorde ik dat er in een buurdorp 4 jonge mensen waren verongelukt doordat hun auto tegen een boom was gebotst. Twee ervan kwamen uit één gezin.
Vlak daarna is er op de plek des onheils een gedenksteen langs de weg gezet, waar áltijd fleurige bloemen liggen. Nooit heb ik gezien dat er geen bloemen lagen en ik kom daar toch minimaal 1 keer in de drie weken.
Op de terugweg van mijn werk moest ik eraan denken, en ik ben anders gereden dan normaal om te kijken. Bij de steen lagen vier bossen bloemen. De jongelui hebben dodenherdenking voor hun ouders een dubbele betekenis gegeven. En ik ben eigenlijk een ramptoerist.

De laatste als ongetrouwd man.

Dit is de laatste die ik als ongetrouwd man schrijf. Morgen is het zover. Ik bind mij aan mevrouw Mack en wij zullen voortaan onder één achternaam door het leven gaan.

Ons huwelijk wordt spectaculair. Ik ga nu opnoemen wat we allemaal niet hebben:

Ceremoniemeester.
Feestzaal.
Trouwzaal.
Ambtenaar van de burgelijke stand mét toga.
Bruidsjurk.
Bruidstaart.
Bruidsboeket.
Band.
Kerkelijke inzegening.
Trouwauto.
Fotograaf.

En dan nu wat we wel hebben:

Ambtenaar van de burgelijke stand zonder toga.
Trouwringen.
Een baby op komst.
Elkaar.

Wel een beetje kaal zo. Om het toch een beetje echt te laten lijken slaap ik vanavond op de logeerkamer.

tot gauw.