De engel van Vlaanderen

Echt geluk bestond alleen vroeger. In die wetenschap heb ik ook lang in het verleden geleefd. Ik had mijn eigen tijdmachine die mij met gemak terugbracht naar de jaren zeventig of tachtig. Ik heb hem nog steeds, die tijdmachine, hij werkt nog feilloos maar ik reis minder vaak. Van 1985 tot halverwege de jaren negentig leefde ik in de twee decennia ervoor, ik moest alleen noodgedwongen terugkomen voor school of werk.

Mijn kleding, mijn muzieksmaak en mijn kamer waren aangepast, maar niet aan een jongere van tien jaar terug, maar aan mijn vader, die pas was overleden en die ik wilde laten herleven. Ik droeg kleding waar ik soms om uitgelachen werd, maar ze begrepen niet waarom. Ik zocht op de radio naar een programma wat hij vaak luisterde, “vragen staat vrij,” gepresenteerd door een vrouw met de bijnaam “de engel van Vlaanderen”. Niet dat ik dat destijds wist, maar ik hoorde het later van mijn moeder.

Als ik de zender gevonden had en ik die lieve stem hoorde, dan was alles weer goed. Dan was er nog niks verloren. De weekenden koesterde ik en als ik op zaterdagochtend de kranten bezorgde, dan kwam ik bij een huis dat ouderwets gezellig was ingericht en waar de platte stereo een groen licht uitzond, wat zou kunnen betekenen dat de jaren zeventig niet alleen door mij gekoesterd werden. Als ik naar mijn werk reed, ik werkte bij hetzelfde accountantskantoor als mijn vader, alleen tien jaar later, dan waren de eerste vijftien kilometer over de Amersfoortse weg veilig, en reed ik in de jaren tachtig. Aangekomen op de snelweg moest ik terug naar de harde realiteit van de jaren negentig, waar ik mij alleen staande moest zien te houden.

Je zou kunnen zeggen dat ik ernaast geleefd heb toen. Maar ik kon er ook niet veel aan doen. Ik miste mijn vader heel erg en deed alles om hem minder te hoeven missen.

Ik ben nog steeds blij met mijn tijdmachine. Zoveel is er vastgelegd en naar zoveel kan ik terugkeren. Maar ik leef nu weer voornamelijk in het heden. De engel van Vlaanderen is onlangs overleden, 35 jaar na mijn vader, zij werd tweeënnegentig.

Emotionele waarde

Ik had een strakke planning want ik moest klusjes doen. Dus een grote stapel afval hout moest op vrijdagavond naar de stort. Helaas had ik onderweg een lekke band, en voor ik dat goed door had, want ik dacht eerst dat het mijn lading was die zo trilde, had ik de band al aan gort gereden. Ik reed nog 500 meter naar de garage, die al dicht was, liet daar de auto staan en liep onverrichter zake weer naar huis. De garage kon mij vanmorgen pas helpen, maar dan moest ik zelf een nieuwe band gaan halen in Apeldoorn, met een leenauto. Om iets over tien lag de nieuwe band erop. Kwestie van goede contacten met de garage.

Ik reed gelijk naar de stort waar ik mijn 100 kilo hout dumpte. Naast mij kwam een klein autootje staan met een oud vrouwtje erin. Ik schatte haar eind zeventig. Ze was klein, en had ook hout te storten. Ik vroeg haar of ik even moest helpen. Dat aanvaardde ze graag. Ze stond nogal te treuzelen met een klein kastje, en legde uit dat die van haar ouders was geweest, en omdat zij zelf kleiner was gaan wonen, moest het nu weg. Op de rand van de container steunde het kastje, maar het kreeg nog niet het laatste zetje. “Ik moet er even afscheid van nemen,”zei ze. Ik zei dat ik het begreep maar dat ze het niet kon bewaren, en het weg moest doen. Ik geloof dat ik tranen zag.

Ondertussen vertelde ze over haar ouders en ik had een wandelstok te pakken, zo’n ouderwetse, maar verborg hem snel achter een plank. Anders zou ze daar ook afscheid van willen nemen. Uiteindelijk snapte ze dat het allemaal weg moest, en hielp ik haar de auto leeg te maken. Ze bedankte me in de eerste plaats voor het luisteren naar haar verhaal en in de tweede plaats voor de hulp. Ik wenste haar sterkte en plezier in haar opgeruimde woning, want dat krijg je ervoor terug, en is ook wat waard.

Goede daad al vroeg op de ochtend gedaan, en daarna een middagje Ikea spullen in elkaar zetten voor mijn dochter. Ik sloot af met twee voetbalwedstrijden achter elkaar, en ondanks dat gehang op de bank had ik toch het idee nuttig te zijn geweest. Waarschijnlijk iets met gedane arbeid.

Dodenherdenking

Soms denk ik wel eens, waar doen we het nog voor? Wellicht heb ik een te negatief beeld van het land en is mijn indeling in feestende onbenullen, egoïstische zelfverrijkers en opgeschoten tuig niet terecht. Sowieso moet er nog een categorie bij waar ik zelf in kan. Hardwerkende gefrustreerden of zo.

Maar heel soms denk ik ook: “ Oh ja, zo was het” en vandaag was zo’n dag. Op weg naar huis luisterde ik naar de radio, een Joodse mevrouw vertelde hoe ze als klein kind, weg van haar ouders, werd verraden aan de Duitsers, en moederziel alleen in de kampen terecht kwam. Dan denk ik: “Oh ja, voor haar doen we het.”

Of historicus Hans Goedkoop die een prachtige voordracht hield over het moreel kompas dat sommige mensen hebben, die liever hun lichaam lieten lijden zodat hun ziel ongeschonden bleef dan andersom. Dan denk ik: oh ja, voor hen doen we het.

Of Femke Halsema -ik ben niet haar grootste fan- die een galant uitgestoken hand van de vorige spreker aanpakt en zich zo het trapje op laat begeleiden en als burgemeester van Amsterdam een toespraak houdt die vooral gaat over wat er in Rotterdam gebeurde in de oorlog, dan denk ik: als zelfs Femke mij weet te beroeren is er nog hoop en zijn al die doden niet voor niets gevallen.

After Life

Ik ben gek op de film “a Christmas Carol” over Ebenezer Scrooge. Vast niet omdat ik iets van mezelf herken, maar waarschijnlijk omdat het goede altijd overwint. Tenminste, dat is de enige zin van ons bestaan. After Life geschreven door Ricky Gervais heeft een soortgelijk thema. Het is ontzettend knap geschreven en gespeeld. Over een man die kapot gaat van verdriet na de dood van zijn vrouw. Over hoe hun hond hem dwingt om verder te leven, ook al wil hij niet. Over hoe hij niets wilde weten over een hiernamaals terwijl zijn vrouw wel in “iets” geloofde. Ze hielden veel van elkaar, maar na de dood van zijn vrouw had hij spijt van zijn ontkenning van het hiernamaals tegenover zijn vrouw, omdat hij vreesde dat ze bang was geweest toen ze stierf.

Uiteindelijk slepen de mensen in zijn leven hem erdoorheen en durft hij tegen een klein meisje dat chemo krijgt en die hem vraagt of hij in de hemel gelooft, niet meer te ontkennen. Definitely, zegt hij met vochtige ogen. En vanaf dat moment begrijpt hij dat engelen bestaan. Ze hebben geen vleugels, maar dragen de witte kleding van een verpleegster, of ze hebben vier poten en ze blaffen. Zijn vrouw komt nooit terug en kan niet worden vervangen. Maar hij kan verder met leven, omdat zijn vrouw wilde dat hij verder zou gaan en gelukkig zou worden. Ricky Gervais moet de film Scrooge gezien hebben…

2021 persoonlijk

Het is tijd voor een terugblik, net als vorig jaar om deze tijd. Toen begon ik te melden hoe 2020 startte. Ik zal dat nu weer doen, momentje, even opzoeken wat mijn eerste logje van 2021 was. Oh ja, dat was er pas op 3 januari, omdat ik dagenlang had besteed aan een verbeterde versie van de top 2000, omdat daar naar ieders mening zoveel bagger in staat. 600 verbeteringen bracht ik aan. Daarom ben ik vergeten u allemaal een gelukkig 2021 te wensen. Bij deze nog.

Verder was 2021 het jaar van veel onnodige geldverspilling. En wederom het jaar van de zoektocht naar een andere auto, omdat een zoektocht eenmaal leuker is dan het bezit. (het bezit van de zaak is het einde van het vermaak), van acceptatie van mijn oorsuizen in de zin dat ik het alleen nog irritant vind in plaats van ontwricht te raken, maar het was vooral het jaar van de teruggevonden mensen. Niet dat ze vermist waren, maar ze zijn tientallen jaren uit mijn beeld geweest. In vrijwel alle gevallen zocht ik ze zelf virtueel op. Vrijwel allemaal klasgenoten.

Twee wil ik er even uitlichten. Een oud klasgenoot van vier Havo, die ik begin dit jaar in de krant zag staan omdat ze in Washington woont en er daar iets gaande was met aanhangers van Trump. Ik stuurde haar een bericht en werden we vrienden op FB. We zijn nu beter bevriend dan we destijds waren. Destijds stond zij middenin het leven, ik keek alleen toe vanaf de zijlijn. Ik heb haar verteld waarom dat was, ze had geen idee. Het is fijn om iemand te kennen met wie je een verleden deelt, al is het maar een jaar.

De ander is de dochter van een neef van mijn vader. Met haar schreef ik vroeger, we zochten haar, haar vader en haar zussen regelmatig op. Zij verloor haar moeder op haar 12e, ik mijn vader op mijn 15e. Ze weet weinig meer van die tijd, maar ik weet nog veel, ook over haar vader, die inmiddels niet meer leeft, en ze is blij dat we weer contact hebben. Ik ook.

Fijne jaarwisseling allemaal en een gelukkig nieuwjaar.

Herstellende

Mijn toestand is er een van rust, gelatenheid. Mijn gevoel lijkt weg, maar niet mijn humor. Nog steeds zie ik razendsnel een grap die ik kan maken, maar ik doe het niet. Ik voel geen vreugde, maar ook geen ellende of angst. In mij is een bom afgegaan en nu ben ik herstellende. Ik ben ver weg van waar het gebeurde en herstel nu rustig ergens in een blokhut ver van de bewoonde wereld. Het is vredig, en ik heb de wapens opgeborgen. Het innerlijke vuur is slechts een waakvlam.

Ik moest snel in een call, ik was het vergeten. Ik had nog een paar minuten. Ik typte op teams aan mijn collega, “ik haal snel koffie en ik moet nog naar de wc.” Ik wilde eigenlijk zeggen, “ik moet nog pissen,” want zo zeg je dat tegen je collega waar je dagelijks mee omgaat. Maar ik zei: “naar de wc”, want pissen zeg je alleen als je onverschrokken bent, als je je de baas voelt over de situatie. In mijn geval zou je zelfs van overmoedig kunnen spreken, want pissen past eigenlijk niet bij me.

Over een tijdje, dan ben ik weer terug, stresslevel weer naar het oude normaal, maak ik weer grapjes, en ben ik soms overmoedig. Maar welke van de twee ben ik nu echt? De normale die soms overmoedig wordt en pissen zegt, of degene die ik nu ben, die zich bewust is van het hellende vlak en zijn grapjes achterhoudt? Die laatste voelt ook wel goed. Maar die is tijdelijk. Die wil straks weer meer.

Knoop

Het is inmiddels november en ik zit in de put. Angstig, rusteloos, knoop in mijn maag, doodmoe. Toch is het dieptepunt al geweest. Dat hoop ik tenminste. Kon gelukkig terecht bij mijn eigen huisarts die even de tijd voor me nam. Ik denk dat hij precies de goede vragen stelde over hoe het nu komt dat op mijn 52e nog zo loop te klooien. In elk geval had hij vertrouwen in me, wat mij ook weer wat houvast gaf.

Omdat ik moe ben kan ik haast mijn bed niet uitkomen en om vijf uur stop ik ermee. Ik werk thuis omdat naar kantoor gaan nu te belastend is. Ik denk na over mijn ellende. Wat maakt nu dat veranderingen mij zo kunnen ontregelen? Waarom ben ik niet gewoon als mijn opa, werk je hele leven bij de PTT, en doe gewoon wat je moet doen zonder stress.

We keken samen oude afleveringen van Friends. De hele avond. Gordijnen dicht en ik moest lachen. Ik beet Linda toe dat ik wel lachte maar dat ze niet moet denken dat het al over was. Ze had niet anders verwacht. Door het lachen raakte ik de knoop in m’n maag tenminste even kwijt.

Goh, hoe zou het leven zijn zonder angsten? Moet toch een feest zijn als je zo overal op af stapt? Ik raakte aan de praat met een vrouwelijke collega. Het zijn vrijwel altijd vrouwen als ik aan de praat raak. Zij heeft mijn angsten niet. Toch vertelde ze me dat ze elke week bij een psychiater zat. Ik vroeg haar of ze me wilde proberen uit te leggen waarom. Dat deed ze. En ik dacht: goh, dat had ik nu nooit gedacht van haar. De wereld lijkt aan haar voeten te liggen en totaal in de knoop met haar gedachten. Ik stuurde haar ‘s avonds een lange mail. Ik bleek het goed begrepen te hebben. Ja, natuurlijk. Zo ben ik. Ik begrijp een ander precies. Kan alleen mijn eigen sores niet aan.

En zo heeft elk leven zijn eigen pijn. Soms zichtbaar, soms niet.

Geleefd

Ik heb nooit in een stad gewoond. Ik ben er geboren en woonde er als peuter, maar dat telt niet. Je moet er wonen als je 18 bent, dat je er een kamer hebt, studeert, in armoede leeft, maar tegelijkertijd een schat aan ervaringen opdoet. Dat je altijd kunt terugdenken aan die tijd, al woon je nu in een mooi vrijstaand huis, die intensiteit waarmee je daar toen leefde is met weinig te vergelijken.

Ik ben nooit op reis geweest. Een beetje binnen Europa op vakantie, en voor mijn werk wel eens naar een buitenlandse stad gevlogen, maar nooit rondgetrokken door andere landen, zoekend naar andere culturen, andere levenswijzen, talen die je niet verstaat. Dat je een schat aan ervaring opdoet en altijd terugdenkt aan die tijd.

Ik heb nooit tot een vriendengroep behoord. Tenminste niet tot een hechte, die nu nog bestaat. Dat je een schat aan mensenkennis opdoet en daar op terug kunt vallen. We zijn geen vrienden gebleven. Ze bleken niet betrouwbaar en ik denk ook weinig terug aan die tijd.

Dus heb ik wel geleefd, zou je je kunnen afvragen. Geleefd betekent hier of ik er alles uit heb gehaald wat erin zat. Nee, dat heb ik niet. Er zit dus nog wat in voor de toekomst als het goed is. Ik heb er geen spijt van omdat het nu eenmaal ging zoals het ging en ik allang blij ben met hoe het nu gaat. Als het vroeger net iets anders was gegaan had ik wellicht andere keuzes gemaakt. Als ik dood ga ben ik blij dat ik het allemaal overleefd heb.

Overigens, mijn lichtend voorbeeld hierin, mijn opa van mijn vaders kant, hij heeft nooit gestudeerd, had een baan voor het leven, ging naar Frankrijk op vakantie, dopte zijn eigen boontjes, en woonde altijd in de stad, dat wel. En had natuurlijk de oorlog meegemaakt. Hij is over de negentig geworden, leefde met zijn Rietje, waarschijnlijk de enige vrouw die hij beminde, en ik heb hem nooit ongelukkig gezien. Altijd vrolijk. Ik heb een kwart van zijn genen.

Het verhaal

Soms kom je tot inzichten waar je iets mee moet. In mijn geval, opschrijven, anders ben ik het zo weer kwijt. Ik kwam een beetje dichter bij de essentie van het leven. Denk ik. Want je leven is niet je werk. Werk is bijzaak. Waar het om gaat is het verhaal. Ik vertelde laatst mijn verhaal aan een oud klasgenoot en haar reactie deed me goed. Gewoon dat er eens iemand geïnteresseerd was in mijn verhaal, ook wel eens fijn. Als iemand naar mijn werk vraagt dan schaam ik mij. Ik schaam mij niet voor mijn werk, maar voor het feit dat ik dat standaard riedeltje af moet draaien, en het mij maar nooit lukt om die enthousiaste toonsoort eruit te krijgen. Terwijl als ik mijn verhaal vertel, ik niks hoef te acteren, ik hoef het niet mooier of lelijker te maken, het is gewoon een indrukwekkend verhaal.

Ik reed langs de winkels, sluitingstijd, een verkoopster was bezig de spullen binnen te zetten en ik realiseerde me dat zij waarschijnlijk ook een verhaal had. Dat de meeste mensen een verhaal hebben dat ze zelden vertellen. En dat verhaal is een miljoen keer interessanter dan wat voor werk ze doen, of wat ze op social media zetten. Echter kom je dat verhaal niet zomaar te weten. Daar zul je je best voor moeten doen. Het zou natuurlijk raar zijn als ik was gestopt en de verkoopster had gevraagd naar haar verhaal, dan had ze wellicht de politie gebeld. Maar als iemand je zijn of haar verhaal vertelt, dan is dat denk ik de essentie van het leven.

1985

Mijn moeder had gisteren haar eerste controle na haar ziekte en daarmee was het in orde. Niet dat ze blij is, wel opgelucht, maar blij zijn is een stap te ver. De oncoloog, voor wie ze diep respect heeft, had het vooral over haar geestelijke toestand gehad. Dat ze dingen moest gaan ondernemen om blijer te worden.

Ik ging vandaag even bij haar langs om het erover te hebben. Al snel kwam het gesprek op mijn vader. Op die ene dag in februari, waarop hij overleed. En daarbij noemde ze een detail dat ik nog niet kende en dat mij ook weer vochtige ogen bezorgde. De man was pas veertig en het was de dag waarop hij gepland zou sterven. De zuster kwam langs en vroeg wat hij wilde eten. “Ik hoef niet meer te eten want ik ga zo weg,” had hij gezegd. En mijn moeder had in haar wanhoop gevraagd of hij niet mee naar huis wilde, omdat hij er die dag wat beter uitzag en kleur op z’n wangen had. Maar toen hij moest plassen was zijn urine bruin, er was gewoon niks meer aan te doen.

En later die dag moest ze ons gaan vertellen dat papa dood was. Het kwam ook zo makkelijk uit haar geheugen dat ik even dacht: geen wonder dat je niet blij bent. Maar dat antwoord van mijn vader op die vraag van de zuster stemt mij droef. Was dat nu bescheidenheid tot op het laatst, wilde hij geen eten meer verspillen omdat hij toch “weg” ging, of had hij geen honger en wist hij dat hij dat ook nooit meer zou krijgen? Ik hoop toch zo dat laatste. Hem kennende was het het laatste. Maar zoals mijn moeder het zei klonk het als het eerste. Hoe dan ook, het is een hele trieste geschiedenis die ons gebeurd is in 1985. Ik voelde zojuist tranen vloeien. Ik wist dat die nog zouden komen na die vochtige ogen van vanmiddag.