De schade van de tijd.

Of het nu komt door de muziek of door de beelden, maar ik voelde mij weemoedig toen ik een filmpje tegenkwam over de “roeivijver” in Drunen, de plek waar ik woonde in mijn jeugd. Het was overigens niet dit filmpje, maar een protestlied tegen de verbouwing van de roeivijver tot pretpark. Het was nu zo’n typische plek, waar je ’s winters schaatste en ’s zomers kon zwemmen. Er stonden houten klimtorens waar ik niet meer uit durfde toen ik heel klein was. Mijn opa heeft me daar nog jarenlang mee gepest. Ik zie nog het beeld van mijn vader, gaande over het ijs op Friese doorlopers. Hij had een specifieke blik in zijn ogen die ik me goed herinner.

Toen kwam ik terecht op de plek waar ik vroeger woonde, de Beukstraat. Wij woonden in het laatste huis, aan “het rondje”. Zo noemde wij het doodlopende pleintje voor ons huis. Als wij ’s avonds nog buiten mochten spelen dan mochten we vaak alleen in het rondje. Tot mijn ontzetting is het doodlopende rondje er niet meer. Het is nu een doorgaande straat geworden, en tegenover ons huis, waar een groot voetbalveld lag, en waar later een school kwam, is nu een nieuwe straat gemaakt. De Beukenhof, dat verzin je toch niet? Ons rondje is weg.

Kwam er nog een filmpje achteraan over de huidige toestand van de Lips fabriek (de reden waarom ik überhaupt in Drunen terecht kwam) maar die stond er ook niet al te florissant bij. Ooit prijkte er een trotse schoorsteen en stonden er honderden auto’s op het terrein. De enorme, roestkleurige scheepschroeven lagen aan de zijkant te wachten op transport. En nu was het een trieste aanblik van een lege fabriek. Wat Philips was voor Eindhoven, was Lips voor Drunen. En dan heeft de fabriek nog lang gestaan. De ijzergieterij in Vaassen, waar mijn vader later ging werken is er helemaal niet meer. Alleen de wijknaam en de straatnamen daar zijn de stille getuigen van die bloeiende, vroegere jaren. Afbramerij, Vormerij, Gieterij… Ik meen zelfs te weten welke praatjesmaker er nu in het huis woont op de plek waar mijn vaders kantoor was.

Het voelt altijd heel leeg om een plek te bezoeken waar je fijne herinneringen aan hebt. De plekken worden steeds onherkenbaarder. De nieuwe bewoners doen maar wat. Hebben geen enkel benul van wat zich er vroeger in hun huis afspeelde. Ons oude huis ziet er raar uit. Een dakkapel en een houten schutting. En geen rondje meer. De schade die de tijd aanricht…

Het valt wel mee.

Ineens doe ik op mijn vijftigste mee aan de training voor de badmintoncompetitie. Per ongeluk haakte ik drie weken geleden aan, en nu kennen ze me al. Ik ben wel de enige die geen competitie speelt want daar heb ik geen zin in. Te druk met sport kijken op zondag. Maar hier ga ik ouderwets kapot. Mijn conditie is goed, maar je moet ineens zoveel dingen anders doen, dat trekken mijn hersenen niet. Als ik net het eerste snap, moet ik weer op het volgende letten en vervolgens hou ik ook mijn racket niet goed vast. Als je dat allemaal tegelijk goed probeert te doen dan ziet dat er heel raar uit.

De trainer is een pro. Die hoort of je goed slaat, hij hoeft het niet eens te zien. Hij doet alles voor, elke stap, elke draai, elke slag. Hij ziet alles wat niet goed gaat. Als hij in de buurt komt gaat het nog minder goed. En dan die warming-up! De meest onmogelijke bewegingen. Buikspieroefeningen, zo snel dat je geen adem kunt halen, bij elkaar 100 keer.

Even volhouden, dan zal het wel beter gaan. Volgende week word ik 51, en al heb ik veel rugproblemen gekend, dat is het eigenlijk wel. Ik ben een kilo of 8 te zwaar maar voor de rest doet mijn lichaam het nog heel behoorlijk. Geen blessures gelukkig. Ik verbaas me er nog wel eens over, maar je hebt het deels ook zelf in de hand, de mate waarin je aftakelt. Goed, op je 50e hoor je niet meer alle hoge tonen, je hebt een leesbril nodig, je wordt grijs, je krijgt een wat zwakkere plasstraal en de seks speelt zich steeds meer in je hoofd af dan in het echt, maar er zijn momenten dat je even niet in de gaten hebt dat je geen 25 meer bent. Ik wil maar zeggen: het valt allemaal wel mee.

Het verleden wis je niet uit.

Ik betrapte mezelf gisteren op raar gedrag. Laat ik even beginnen bij het begin, 38 jaar geleden. Eind 1982 kwam ik hier wonen en halverwege klas twee van de plaatselijke Mavo haakte ik aan. Een klas vol zonderlingen vond ik, hoewel ze dat van mij ook vonden met mijn zachte g. Maar dat maakte niet uit, een maandje later vond ik ze al niet zo vreemd meer. Er zat bij mij in de klas een jongen waar ik nogal tegenop keek. Hij leek alles te durven, en stond aan de top van de jongens voor wie je moest oppassen. Hij noemde mij alleen bij mijn achternaam, dat versterkte mijn ontzag voor hem nog eens extra. Ook de Ambonezen hadden ontzag voor hem, en doorgaans moest je met hen ook geen ruzie krijgen, wilde je tenminste niet het halve kamp (zo noemden wij dat) achter je aan krijgen. Hij was een branieschopper en zijn gezicht deed me een beetje denken aan dat van Mick Jagger. Slechts een keertje kwam er een klein deukje in zijn imago, toen een een nerd uit een andere klas het aan de stok met hem kreeg en plotseling geen nerd bleek te zijn door hem een schop onder zijn hol te geven, waardoor Mick, laat ik hem zo noemen, afdroop. Later kwam Mick bij de mariniers en daarna kwam hij bij een speciale arrestatie-eenheid van de politie. Ik had het dus goed ingeschat.

Hij had nog een oudere broer, die zat toen in de hoogste klas, en Mick schepte wel eens over hem op. Hoe sterk die dan wel niet moest wezen. Beide jongens wonen nog steeds in het dorp, Mick zie ik nooit omdat die kennelijk altijd geheime operaties uitvoert, maar zijn broer heeft een dochter die bij mijn dochter in de klas zit. Sterker nog, die spelen met elkaar. En dus, gisteren op het afscheidsfeest van de klas, stonden daar alle ouders, en ook de broer van Mick. Ik had hem al wel eens eerder gesproken, maar ook nu ging ik naast hem staan. Deze jongen had het tot officier bij de Marechaussee geschopt, net iets minder indrukwekkend dan Mick, maar toch. Hij was inmiddels 55 en ik 50. Vroeger op school onbereikbaar voor mij maar nu, ouder geworden was hij beter toegankelijk. En dan ga ik daar een beetje naast staan en wat onverschillig met hem praten, alsof ik helemaal geen ontzag voor zijn verleden heb, en hij praatte gewoon terug. Tja. Hij kende me niet eens vroeger, maar ik wist destijds dat je met hem niet hoefde te spotten. Nu lachte hij om mijn grapjes.

Ik realiseerde me wel dat het raar was. Niet dat hij er iets van heeft gemerkt, maar ik probeerde toch indruk op hem te maken. Nou ja, het verleden wis je kennelijk niet zomaar uit.

Geen idee

Sinds wij verhuisd zijn, in december, ben ik een foto van mijn vader kwijt. Hij moet ergens in een doos liggen maar ik heb alle dozen al nagekeken. Het was een uitvergrote zwartwit pasfoto die ik had sinds zijn overlijden, nu alweer 35 jaar geleden. Op zich is het geen ramp, want dezelfde foto staat ook bij mijn moeder, broer en zus, bovendien moet hij gewoon ergens zijn. Maar frappant is het wel. Na de verhuizing waren er een aantal dingen zoek, maar alles behalve deze foto is weer boven water gekomen.

Nu was het vandaag natuurlijk vaderdag, en voor de vijfendertigste keer heb ik al geen cadeautje voor hem meer. Ik weet ook niet wat ik al die keren gegeven zou hebben, hoor. Boeken en luchtjes waarschijnlijk. Veel meer kan ik ook niet verzinnen. Misschien was het dan wel anders gelopen, was ik rijk geworden, en had ik auto’s kunnen uitdelen, net als Elvis.

undefined

Ach ja, ik zou af en toe een ritje met hem in mijn auto gemaakt hebben. Dan zou hij waarschijnlijk onder de indruk zijn geweest van het vermogen van mijn Alfa 3.2 V6, maar hij zou toch de verstandigere auto rijden. (Niet dat ik die Alfa heb, maar nu ik toch aan het fantaseren ben) Inmiddels zou hij 75 zijn, dan rij je sowieso geen Alfa meer. Hij zou al zeker 15 jaar gepensioneerd zijn en ik heb geen idee van hoe zijn vrijetijdsbesteding eruit had gezien. Vakanties in Frankrijk wellicht, misschien was hij met vaderdag wel weg. Geen idee. Dat is wat 35 jaar dood betekent, dat je geen idee meer hebt.

Vanuit een regenachtig Vaassen

Vanuit mijn veranda, in de stromende regen breng ik u het volgende logje. Sinds mijn opa in de jaren 80 altijd achter in zijn tuin zat, onder een afdak van plexiglas golfplaten heb ik een fascinatie voor het buiten zijn en droog blijven. Op vakantie wil ik altijd een mobile home met veranda, maar soms betekent dat gewoon dat ze er een afdakje boven gemaakt hebben wat tegen de zon beschermt, maar amper tegen de regen. Mijn opa zat meestal boontjes te doppen of aardappels te schillen, soms maakte hij een kruiswoordpuzzel. En nu zit ik hier zelf, in korte broek, met de laptop op schoot. De verkoper van dit huis was dan wel een gehaaide jongen door snel nog even 3000 op de prijs te doen nadat ik de vraagprijs had geboden en te zeggen dat hij de andere kijkers dan af zou zeggen, maar ik ben ook niet voor één gat te vangen en heb gezegd dat hij dan zijn launchset moest laten staan. En nu zit ik daar dus op, op een van de duurste launchsets van Nederland, terugdenkend aan de jaren 80 en al die andere momenten dat ik de baas was over de regen.

In de historie van mijn weblog is dit onderwerp meermaals aan de orde geweest, maar ook heb ik het vaak over gras gehad. En nu heb ik ook gras. Ik heb het net nog gemaaid, vlak voor de regenbui losbarstte, en het groeit behoorlijk naar tevredenheid. Alleen die hond ruïneert het soms door erop te plassen. Dan heb je een uur later al een gele plek in je gras. Gelukkig heb ik nu Linda ervan overtuigd dat als ze het ziet, de hond op haar donder te geven. Die vond mij eerst een aansteller, maar inmiddels snapt ze mijn liefde voor gras wel.

Het heeft de afgelopen tijd best veel geregend. De grond is hier alweer een paar dagen vochtig in plaats van kurkdroog. Gerrit Hiemstra haast zich steeds te zeggen dat het de droogte allemaal niet oplost, maar volgens mij zit hij er behoorlijk naast. Je hoort de natuur een zucht van verlichting geven. Ik denk dat hij dat alleen maar zegt om de mensen weer wat munitie mee te geven op verjaardagen. “Het helpt allemaal niks hoor, die regen.” Ik had vroeger een baas die zelfbenoemd natuurexpert was. Dat was uitsluitend gebaseerd op het feit dat hij op de Veluwe geboren was en dus wel meer moest weten dan een bioloog wiens kennis slechts theoretisch was. Die zat ook altijd te beweren dat een flinke bui niks hielp tegen de droogte. Dat had hij van de boeren gehoord, maar verder kon hij het ook niet verklaren. De grond nam het niet op, het water verdampte, het spoelde zo het kanaal in, het ketste weer terug de lucht in, het ging overal heen behalve de grond in. U weet wel, zo’n bui waar heel Afrika naar smacht, en als hij dan valt tovert hij het hele landschap om in een groene oase. Maar dat is allemaal fake, want het helpt niks.

Nu ligt de waarheid altijd in het midden, dat hoorde ik vanochtend weer bij de buren die een verjaardag in de tuin hadden. Een discussie over anderhalve meter, dit slaat nergens op en dat niet, en de overheid zegt ook maar wat, en uiteindelijk zegt iemand: ach, het ook maar net wat je wilt geloven. Alle meningen in één klap teniet gedaan. Mooi vind ik dat, dat iemand die niet wordt gehinderd door enige kennis van zaken zo iedereen aftroeft. En dat vang ik toch maar mooi allemaal op hier in de veranda.

Desire

Ik heb onlangs een nieuwe tweedehands fiets gekocht, volgens mij had ik dat nog niet gemeld. Mijn vorige fiets was uit de vorige eeuw en piepte en kraakte. Vooral als ik stilstond om een hert op de foto te zetten, dan was de geringste voorwaartse of achterwaartse beweging genoeg voor een luid gekraak. Als ik fietste was hij eigenlijk stil, ook op onverhard. Maar er zat een slinger in het wiel, de remmen deden het nauwelijks en hij had nog zo’n ouderwetse dynamo, waarmee je in combinatie met die slinger in het wiel veel aandacht trok.

Nu heb ik een modelletje met naafdynamo en 8 versnellingen. Zo blij als een kind. Zaterdag een kilometer of dertig, zondagavond over steile heuvels, en ik gebruik hem nu ook om naar mijn moeder te fietsen, waar ik dat eerder liever met de auto deed. Gisteren, niet zo heel diep in de nacht, fietste ik terug. Niemand op straat, de meeste huiskamers al donker en ik trapte op mijn gemak terug naar huis. De lucht lijkt schoner, het was fris maar niet koud en Venus stond in het noordwesten op mij te schijnen. Ze is momenteel de helderste ‘ster’ aan de hemel, je moet echt een keer kijken, want ze is niet altijd te zien. Het is mooi als een planeet je vergezelt op je reis. Ik zong zachtjes en in trager tempo dan het hoort flarden van het liedje van Shocking Blue. Ik kende niet de hele tekst, maar net genoeg om mezelf bezig te houden. Ik was zo thuis, maar van mij had het nog wat langer mogen duren. I’m your Venus, I’m your fire, at your desire.

Vandaag, de 21e

Vandaag, de 21e, is het 35 jaar geleden dat mijn vader overleed. 75 zou hij anders zijn. 35 jaar is waarachtig een hele tijd. Het is langer dan de langste gevangenisstraf en het wordt voor mij levenslang. Ik kan wel zeggen dat het de meest traumatische gebeurtenis in mijn leven is geweest, mede doordat er geen begeleiding was en iedereen kennelijk dacht dat dit soort dingen vanzelf, met de tijd weer goedkomt. Nou, dat dacht ik toch niet. Als zoiets op zo’n leeftijd gebeurt en je moet door zonder dat je behandeld wordt, komt dat verstopte trauma aan alle kanten naar buiten. Als je het ene lek plakt, komt er op de andere plek een scheur. Het trauma laat zich niet wegstoppen, het wil aandacht.

Met levenslang bedoel ik dat ik het nooit meer zal vergeten en dat hij de belangrijkste man in mijn leven blijft. Het ergste leed is door mij geleden, en uiteindelijk is het goedgekomen. Ik ben niet ongeschonden, dat zeker niet, wat er gebeurd is heeft mij gevormd en heeft mij geleerd. Alles wat ik denk en voel is mede bepaald door deze dag, 35 jaar geleden.

Voor hem is het al lang voorbij. Voor hem moet de aanloop ernaartoe nog erger zijn geweest. Het besef je gezin achter te moeten laten, hij moet daar ook een trauma hebben opgelopen. Ik woon nu vlak bij het huis waar het zich allemaal afspeelde. Soms loop ik er langs met de hond. Vijftig en toch nog kind ben ik. En toch ben ik niet zielig. Integendeel. Ik ben blij en trots dat hij mijn vader was, en dat ik ook zijn kanten ken waar hij moeite mee had. Ik had toen geen idee, maar nu, nu ik ouder ben dan hij, snap ik ze. En omdat ik ze snap, doe ik die dingen anders. Voorzover ik dat sturen kan natuurlijk. Sommige dingen overkomen je. Soms zie je je zelfs aankomen en soms laat je ze maar gebeuren.

Zoete herinneringen

De laatste tijd lees ik in bed mijn eigen weblog archieven. Omdat ik het zelf heb geschreven leest het erg makkelijk. Ik ben begonnen in 2004, maar toen leek het nog nergens op. Domme verhaaltjes van een verlate puber. Maar een paar jaar later begint er vorm in te komen. Ik heb nu 2010 gelezen en ben in 2011 aanbeland. Het waren de laatste hoogtijdagen van weblog want je zag veel bloggers al verdwijnen naar Twitter en Facebook. Maar wat ik mij nooit heb gerealiseerd is hoe waardevol die archieven zijn. Ik kan me vrijwel elk logje wel herinneren als ik het weer lees, maar dat neemt niet weg dat ik het compleet vergeten was.

Die eerste jaren met mijn kinderen bijvoorbeeld. Er staat beschreven hoe Hans vroeger praatte. Hij noemde me nog geen Jack, maar papa. En hoe ontroerend zijn avonturen zijn. Zoals die keer dat het hem maar niet lukte om op vakantie een speelkameraadje te vinden. Op mijn instructies struinde hij de camping af, maar de kindjes die hij aansprak wilde dan niet met hem spelen omdat ze hem niet verstonden of omdat ze al met elkaar aan het spelen waren. En dat ik hem toen ’s avonds maar meenam naar het voetbalveldje om te kijken, en waar een oudere jongen met een PSV-shirt (Hans kende PSV nog niet) vroeg of Hans mee wilde voetballen. En dat hij zei: “dat mag niet van mijn papa” (ik vond hem te klein en de jongens schoten te hard) maar dat hij ondertussen zijn voetbalshirtje was gaan halen en op blote voeten mee mocht doen, en de PSV jongen hem een aantal keer liet scoren….Wat een kindergeluk!

En Tammar, ik las haar altijd voor uit een boek waar plaatjes van etenswaren in stonden, en dat ik dat zogenaamd wilde opeten, maar dat ze die dan snel voor mijn neus weggriste. Schateren. En dat ik dan nog een liedje voor haar zong als ze al in haar trappelzak in haar bedje lag te luisteren met haar duimpje in haar mondje. En dat ik het liedje: zachtjes gaan de paardevoetjes zong, en dan soms een woord weg liet zodat ze het kon invullen. “Het is het paard van….” En dan fluisterde ze: Sinterklaasje….

Ik zag het ineens weer voor me allemaal. Het is zo hard gegaan, maar ik was er bij om de herinneringen vast te leggen. Is dat niet waar schrijven voor bedoeld was?

De baas der bazen

Ik kom tijd te kort de laatste tijd. Voor mijn gevoel moet ik nog zoveel doen in huis, dat twee dagen weekend veel te weinig is. Het is niet alleen dingen doen, het is ook rust nemen dat erbij inschiet. Dus val ik ’s avonds in slaap op de bank. Oudejaarsavond? Om één uur zat ik bij de visite op de bank te slapen.

Mijn baas had gezegd om het kalm aan te doen deze week. Volgende week moeten we er weer zijn. Afgelopen donderdag heb ik het programma waarmee ik werk vier keer opgestart, en vier keer heeft het zichzelf weer afgesloten wegens inactiviteit. Gisteren werkte ik thuis, maar ondertussen deed ik mijn privé administratie. Geen enkel probleem, we hebben genoeg gewerkt het afgelopen jaar. 2020 begint volgende week wat haar betreft en ik ben het daarmee eens.

Maar dan komt in mijn droom mijn eerste werkgever langs. Een oude registeraccountant aan wie ik veel te danken heb. Hij was niet boos, want dat werd hij nooit, hij was ook niet teleurgesteld, het was nog erger. Hij kon je op je plek zetten en je laten voelen dat je zojuist zwaar je taak verzuimd had. Dat je een nietsnut was waarmee je de oorlog niet kon winnen. En zonder dat hij dat benoemde, wist je dat hij dat bedoelde. En precies hij kwam langs in mijn droom om me duidelijk te maken dat wat ik de afgelopen twee dagen had gedaan, niet kon. In de hiërarchie staat hij ver boven mijn huidige baas, en ik weet niet eens zeker of hij nog wel leeft. Als hij nog leeft is hij nu ongeveer 90. Hij leerde mij na te denken over wat ik deed. Hij leerde mij op te houden met zomaar iets te doen.

Nu moet ik volgende week dus weer aan het werk van hem. Nauwkeurig, efficient en resultaatgericht. Op zo’n manier dat mijn huidige baas ook tevreden kan zijn. Weekenden en vrije dagen komen er nog genoeg.

Don’t give up

Ik hoorde “don’t give up” van Peter Gabriel en Kate Bush. Mijn gedachten suisden in een seconde terug naar 1986, toen het een hit was. Mijn vader was dat jaar ervoor overleden, en ik had het lastig. Ik was onzeker en angstig maar moest die gevoelens onderdrukken en mee met de opgroeiende meute. Ik klampte mij vast aan elk baken dat ik had en één daarvan was “don’t give up”. Op de zolderkamer waar ik huisde had ik warmte, een bureau en een stereo, en het enige raam bood uitzicht op onze bosrijke achtertuin, ver van de school en de stad. Als de volgende dag nog ver was, was ik veilig. Dj’s vertelden me met hun populaire radiostemmen dat het nummer over werkloosheid ging, maar zoals Kate Bush me toezong, had ik eerder het idee dat het aan mij persoonlijk gericht was. De negativiteit verdween voor even en mijn kamer werd met geluk gevuld.

Vandaag was ik weer even op die zolderkamer. In ons nieuwe huis, dat identiek is aan en vlak bij ons vroegere huis staat. Hier keek ik ook uit op een bosrijke tuin, vogels en een eekhoorn waren er druk in de weer. Zelfs in de herfst is het er mooi. Doordat de begroeiing nu wat dunner was, keek ik op de straat waar vroeger altijd een Renault 4 stond, en waarvan de eigenaar er altijd aan lag te sleutelen. Ik praatte vaak met hem over de auto, ter hoogte van waar nu mijn achtertuin aan grenst. Dat zou ik toch ook nooit gedacht hebben vroeger. De zolderkamer wordt niet voor mij, die wordt voor Hans. Maar ik zal er wel eens uit het raam staan te kijken, schat ik zo in. Opgeven was gelukkig nooit een optie.