Het verhaal

Soms kom je tot inzichten waar je iets mee moet. In mijn geval, opschrijven, anders ben ik het zo weer kwijt. Ik kwam een beetje dichter bij de essentie van het leven. Denk ik. Want je leven is niet je werk. Werk is bijzaak. Waar het om gaat is het verhaal. Ik vertelde laatst mijn verhaal aan een oud klasgenoot en haar reactie deed me goed. Gewoon dat er eens iemand geïnteresseerd was in mijn verhaal, ook wel eens fijn. Als iemand naar mijn werk vraagt dan schaam ik mij. Ik schaam mij niet voor mijn werk, maar voor het feit dat ik dat standaard riedeltje af moet draaien, en het mij maar nooit lukt om die enthousiaste toonsoort eruit te krijgen. Terwijl als ik mijn verhaal vertel, ik niks hoef te acteren, ik hoef het niet mooier of lelijker te maken, het is gewoon een indrukwekkend verhaal.

Ik reed langs de winkels, sluitingstijd, een verkoopster was bezig de spullen binnen te zetten en ik realiseerde me dat zij waarschijnlijk ook een verhaal had. Dat de meeste mensen een verhaal hebben dat ze zelden vertellen. En dat verhaal is een miljoen keer interessanter dan wat voor werk ze doen, of wat ze op social media zetten. Echter kom je dat verhaal niet zomaar te weten. Daar zul je je best voor moeten doen. Het zou natuurlijk raar zijn als ik was gestopt en de verkoopster had gevraagd naar haar verhaal, dan had ze wellicht de politie gebeld. Maar als iemand je zijn of haar verhaal vertelt, dan is dat denk ik de essentie van het leven.

1985

Mijn moeder had gisteren haar eerste controle na haar ziekte en daarmee was het in orde. Niet dat ze blij is, wel opgelucht, maar blij zijn is een stap te ver. De oncoloog, voor wie ze diep respect heeft, had het vooral over haar geestelijke toestand gehad. Dat ze dingen moest gaan ondernemen om blijer te worden.

Ik ging vandaag even bij haar langs om het erover te hebben. Al snel kwam het gesprek op mijn vader. Op die ene dag in februari, waarop hij overleed. En daarbij noemde ze een detail dat ik nog niet kende en dat mij ook weer vochtige ogen bezorgde. De man was pas veertig en het was de dag waarop hij gepland zou sterven. De zuster kwam langs en vroeg wat hij wilde eten. “Ik hoef niet meer te eten want ik ga zo weg,” had hij gezegd. En mijn moeder had in haar wanhoop gevraagd of hij niet mee naar huis wilde, omdat hij er die dag wat beter uitzag en kleur op z’n wangen had. Maar toen hij moest plassen was zijn urine bruin, er was gewoon niks meer aan te doen.

En later die dag moest ze ons gaan vertellen dat papa dood was. Het kwam ook zo makkelijk uit haar geheugen dat ik even dacht: geen wonder dat je niet blij bent. Maar dat antwoord van mijn vader op die vraag van de zuster stemt mij droef. Was dat nu bescheidenheid tot op het laatst, wilde hij geen eten meer verspillen omdat hij toch “weg” ging, of had hij geen honger en wist hij dat hij dat ook nooit meer zou krijgen? Ik hoop toch zo dat laatste. Hem kennende was het het laatste. Maar zoals mijn moeder het zei klonk het als het eerste. Hoe dan ook, het is een hele trieste geschiedenis die ons gebeurd is in 1985. Ik voelde zojuist tranen vloeien. Ik wist dat die nog zouden komen na die vochtige ogen van vanmiddag.

25 jaar na Jetske’s afkondiging

Ik pakte bij wijze van uitzondering een willekeurig cassettebandje en deed dat in de speler. Het was een goede greep want er stond fantastische muziek op. Dit moet ik opgenomen hebben van radio 2, 1996, dat leidde ik af uit mijn geheugen. Gladys Knight & The Pips, Mocedades, France Gall, Herb Alpert, Beatles, Drifters, The Moody Blues, een tikkeltje melancholiek. Nou was dat niet zo vreemd, ik had een enorme hang naar lang geleden destijds, eigenlijk naar de tijd dat mijn vader er nog was. Vooral op een doordeweekse dag als ik thuis was, had de muziek zijn effect. Ik was toen anderhalve maand thuis omdat ik nog geen nieuwe baan had, en ik weet nog dat ik toen een triest gevoel kreeg van overdag thuis zijn. Ik was tenslotte alleen ’s ochtends en ’s avonds thuis, dus dat overdag thuis zijn paste niet in mijn wereld en klopte niet.

Als het donker was ging dat over. Dan klopte het allemaal weer in mijn hoofd. Dan was het allemaal niet zo erg meer. Dan was het eigenlijk weer goed. Ik daar op dat flatje met mijn muziek, mijn tijdschriften, mijn studie en mijn videobanden. Als ik in de auto zat luisterde ik vaak naar Jetske van Staa. Zij was zo goed op de radio vond ik. Helaas mocht ze maar heel kort onder ons zijn. Op haar 34e overleed ze.

Nu hoorde ik haar net op het bandje een plaat afkondigen. Dat vond ik de charme van de cassettebandjes, dat de platen in een vaste volgorde voorbij kwamen en dat zich in je hoofd geheugencellen vulden met die specifieke volgorde, of met een stukje van de aan-of afkondiging van de presentator of DJ. Ik herkende Jetske’s stem helemaal niet meer. Ik wist wel dat ze het was. Haar stem was lager dan ik me herinnerde. Ze kondigde Georgie Girl van The Seekers uit 1966 af in haar programma Van Staa tot zeven. Ze praat verder over het Atlanta spel, en ze heeft het over de Duitse dressuurrijdster Nicole Uphoff en haar paard Rembrand. Het moet dus inderdaad 1996 zijn, toen waren de Olympische Spelen in Atlanta. Wat klinkt ze anders dan ik in mijn hoofd had. Ingetogen, triest bijna. Alsof ze al wist wat haar te wachten stond.

Portemonnee aan een touwtje.

Van de zomer kwam ze naar me toe met haar treurige verhaal dat haar vriend en vader van haar kinderen het had uitgemaakt. Daar stond ze dan, ze had al twee keer ternauwernood een ontslagronde overleefd, en nu dit. Haar roots liggen in Berlijn, waar ze nog steeds een huis heeft, al is dat meer van de familie, maar waar ze nog vaak even heen gaat om haar moeder te bezoeken en om vrienden te ontmoeten.

Later vertelde ze dat haar man haar al een paar keer had bedrogen, maar dat ze toch bij hem was gebleven. En nu was ze alsnog aan de kant gezet. Ze overweegt om terug te gaan naar Berlijn, en om haar kinderen mee te nemen. Ze heeft de beslissing eigenlijk al genomen, maar ze heeft het haar dochtertjes nog niet verteld. Ik zeg haar steeds dat ze dat snel moet doen, maar ze stelt het maar uit.

Een paar maanden terug kreeg haar man Corona en moest in quarantaine in een vakantiehuisje. Zij bracht hem eten en hij zat alleen en was dankbaar. Zo dankbaar dat hij haar weer hoop bood. Ik legde haar uit dat dat niet klopte, dat dat geen goede uitgangspositie was. Ze begreep het.

Wat later trok zij met haar dochters uit het huis naar een nieuw huis, in de buurt van het oude. Twee weken daarna kwam de vrouw met wie hij destijds was vreemd gegaan bij hem inwonen. Ze zei dat het haar pijn deed, en dat ze het liefst naar Berlijn zou vertrekken om maar niet steeds geconfronteerd te worden met haar ex en zijn nieuwe liefde.

Vandaag had ze de telefonische hulp van haar ex nodig en ze vertelde me dat ze het moeilijk vond. Dat als hij haar terug wilde ze terug zou gaan. Ik heb haar de waarheid verteld. Dat dat helemaal nergens op sloeg. Ze zei dat ze er niks aan kon doen, dat was haar hart. Ik zei dat ze dan maar haar hoofd moest gebruiken maar dat ze niet ging terugvallen in een emotionele, labiele en afhankelijke toestand voor haar man, die zich gedraagt als een lul. En dat ik al helemaal niet wilde horen dat hij de liefde van haar leven was en dat ze nooit meer gelukkig bij een ander zou worden. Ik werd boos op haar. Vrouwen, ze kunnen soms zo ontzettend tegen beter weten in, ronduit stom doen. Alsof er een portemonnee op straat ligt met een touwtje eraan. Nu is ze weer in Berlijn waar ze hopelijk tot die grijze brij laat doordringen wat ik heb gezegd. Want ik heb gelijk.

Verlaat eerbetoon

Ik werd daarnet kortstondig overvallen door een droeve moedeloosheid. We luisterden naar een spotifylijst en er kwam een leuk hitje uit de jaren tachtig voorbij. Windforce 11, van Nadieh. Ik zocht haar even snel na omdat dat nu eenmaal kan tegenwoordig, maar tot mijn schrik was Karin Meis, zo heette ze, al overleden in 1996. Dat was volledig langs mij heen gegaan. En omdat het volledig langs mij was heen gegaan concludeerde mijn hersenen alvast dat het dan ook langs u was heen gegaan en dat ze in volledige eenzaamheid en anonimiteit was gestorven op haar zevenendertigste. Wat vast niet het geval was toen ik er iets langer over nadacht.

Zevenendertig, al 24 jaar dood, ze heeft niet eens de aanslag op 11 september meegemaakt. De ramp met de Koersk niet, niet vlucht MH-17. Ze kende Coldplay niet eens, laat staan Beyonce. Obama, Trump, Golfoorlog, ze heeft geen idee. Corona kent ze niet, internet waarschijnlijk niet eens. De wereld heeft sinds haar dood geen seconde trager om haar as gedraaid. Ik heb in elk geval niet om haar gerouwd, simpelweg omdat ik het niet wist. En dat stemde me treurig. Maar was ik treurig om haar dood, of om het feit dat dat kennelijk kon gebeuren zonder dat ik het wist, of om het feit dat de wereld gewoon door draaide al die tijd? Of misschien omdat ik voelde dat het ons allemaal gaat gebeuren, dat we sterven en dat de belangrijkste gebeurtenissen ons dan niet meer bereiken?

Het is belangrijk te rouwen, net als het eren van de doden. Is het niet voor de doden, dan wel voor degenen die ze achterlieten. Met haar hit riep ze me op om haar op te zoeken zodat ik alsnog het rouwproces, hoe kortstondig ook, in werking kon zetten. Rust zacht verder, Nadieh.

De schade van de tijd.

Of het nu komt door de muziek of door de beelden, maar ik voelde mij weemoedig toen ik een filmpje tegenkwam over de “roeivijver” in Drunen, de plek waar ik woonde in mijn jeugd. Het was overigens niet dit filmpje, maar een protestlied tegen de verbouwing van de roeivijver tot pretpark. Het was nu zo’n typische plek, waar je ’s winters schaatste en ’s zomers kon zwemmen. Er stonden houten klimtorens waar ik niet meer uit durfde toen ik heel klein was. Mijn opa heeft me daar nog jarenlang mee gepest. Ik zie nog het beeld van mijn vader, gaande over het ijs op Friese doorlopers. Hij had een specifieke blik in zijn ogen die ik me goed herinner.

Toen kwam ik terecht op de plek waar ik vroeger woonde, de Beukstraat. Wij woonden in het laatste huis, aan “het rondje”. Zo noemde wij het doodlopende pleintje voor ons huis. Als wij ’s avonds nog buiten mochten spelen dan mochten we vaak alleen in het rondje. Tot mijn ontzetting is het doodlopende rondje er niet meer. Het is nu een doorgaande straat geworden, en tegenover ons huis, waar een groot voetbalveld lag, en waar later een school kwam, is nu een nieuwe straat gemaakt. De Beukenhof, dat verzin je toch niet? Ons rondje is weg.

Kwam er nog een filmpje achteraan over de huidige toestand van de Lips fabriek (de reden waarom ik überhaupt in Drunen terecht kwam) maar die stond er ook niet al te florissant bij. Ooit prijkte er een trotse schoorsteen en stonden er honderden auto’s op het terrein. De enorme, roestkleurige scheepschroeven lagen aan de zijkant te wachten op transport. En nu was het een trieste aanblik van een lege fabriek. Wat Philips was voor Eindhoven, was Lips voor Drunen. En dan heeft de fabriek nog lang gestaan. De ijzergieterij in Vaassen, waar mijn vader later ging werken is er helemaal niet meer. Alleen de wijknaam en de straatnamen daar zijn de stille getuigen van die bloeiende, vroegere jaren. Afbramerij, Vormerij, Gieterij… Ik meen zelfs te weten welke praatjesmaker er nu in het huis woont op de plek waar mijn vaders kantoor was.

Het voelt altijd heel leeg om een plek te bezoeken waar je fijne herinneringen aan hebt. De plekken worden steeds onherkenbaarder. De nieuwe bewoners doen maar wat. Hebben geen enkel benul van wat zich er vroeger in hun huis afspeelde. Ons oude huis ziet er raar uit. Een dakkapel en een houten schutting. En geen rondje meer. De schade die de tijd aanricht…

Het valt wel mee.

Ineens doe ik op mijn vijftigste mee aan de training voor de badmintoncompetitie. Per ongeluk haakte ik drie weken geleden aan, en nu kennen ze me al. Ik ben wel de enige die geen competitie speelt want daar heb ik geen zin in. Te druk met sport kijken op zondag. Maar hier ga ik ouderwets kapot. Mijn conditie is goed, maar je moet ineens zoveel dingen anders doen, dat trekken mijn hersenen niet. Als ik net het eerste snap, moet ik weer op het volgende letten en vervolgens hou ik ook mijn racket niet goed vast. Als je dat allemaal tegelijk goed probeert te doen dan ziet dat er heel raar uit.

De trainer is een pro. Die hoort of je goed slaat, hij hoeft het niet eens te zien. Hij doet alles voor, elke stap, elke draai, elke slag. Hij ziet alles wat niet goed gaat. Als hij in de buurt komt gaat het nog minder goed. En dan die warming-up! De meest onmogelijke bewegingen. Buikspieroefeningen, zo snel dat je geen adem kunt halen, bij elkaar 100 keer.

Even volhouden, dan zal het wel beter gaan. Volgende week word ik 51, en al heb ik veel rugproblemen gekend, dat is het eigenlijk wel. Ik ben een kilo of 8 te zwaar maar voor de rest doet mijn lichaam het nog heel behoorlijk. Geen blessures gelukkig. Ik verbaas me er nog wel eens over, maar je hebt het deels ook zelf in de hand, de mate waarin je aftakelt. Goed, op je 50e hoor je niet meer alle hoge tonen, je hebt een leesbril nodig, je wordt grijs, je krijgt een wat zwakkere plasstraal en de seks speelt zich steeds meer in je hoofd af dan in het echt, maar er zijn momenten dat je even niet in de gaten hebt dat je geen 25 meer bent. Ik wil maar zeggen: het valt allemaal wel mee.

Het verleden wis je niet uit.

Ik betrapte mezelf gisteren op raar gedrag. Laat ik even beginnen bij het begin, 38 jaar geleden. Eind 1982 kwam ik hier wonen en halverwege klas twee van de plaatselijke Mavo haakte ik aan. Een klas vol zonderlingen vond ik, hoewel ze dat van mij ook vonden met mijn zachte g. Maar dat maakte niet uit, een maandje later vond ik ze al niet zo vreemd meer. Er zat bij mij in de klas een jongen waar ik nogal tegenop keek. Hij leek alles te durven, en stond aan de top van de jongens voor wie je moest oppassen. Hij noemde mij alleen bij mijn achternaam, dat versterkte mijn ontzag voor hem nog eens extra. Ook de Ambonezen hadden ontzag voor hem, en doorgaans moest je met hen ook geen ruzie krijgen, wilde je tenminste niet het halve kamp (zo noemden wij dat) achter je aan krijgen. Hij was een branieschopper en zijn gezicht deed me een beetje denken aan dat van Mick Jagger. Slechts een keertje kwam er een klein deukje in zijn imago, toen een een nerd uit een andere klas het aan de stok met hem kreeg en plotseling geen nerd bleek te zijn door hem een schop onder zijn hol te geven, waardoor Mick, laat ik hem zo noemen, afdroop. Later kwam Mick bij de mariniers en daarna kwam hij bij een speciale arrestatie-eenheid van de politie. Ik had het dus goed ingeschat.

Hij had nog een oudere broer, die zat toen in de hoogste klas, en Mick schepte wel eens over hem op. Hoe sterk die dan wel niet moest wezen. Beide jongens wonen nog steeds in het dorp, Mick zie ik nooit omdat die kennelijk altijd geheime operaties uitvoert, maar zijn broer heeft een dochter die bij mijn dochter in de klas zit. Sterker nog, die spelen met elkaar. En dus, gisteren op het afscheidsfeest van de klas, stonden daar alle ouders, en ook de broer van Mick. Ik had hem al wel eens eerder gesproken, maar ook nu ging ik naast hem staan. Deze jongen had het tot officier bij de Marechaussee geschopt, net iets minder indrukwekkend dan Mick, maar toch. Hij was inmiddels 55 en ik 50. Vroeger op school onbereikbaar voor mij maar nu, ouder geworden was hij beter toegankelijk. En dan ga ik daar een beetje naast staan en wat onverschillig met hem praten, alsof ik helemaal geen ontzag voor zijn verleden heb, en hij praatte gewoon terug. Tja. Hij kende me niet eens vroeger, maar ik wist destijds dat je met hem niet hoefde te spotten. Nu lachte hij om mijn grapjes.

Ik realiseerde me wel dat het raar was. Niet dat hij er iets van heeft gemerkt, maar ik probeerde toch indruk op hem te maken. Nou ja, het verleden wis je kennelijk niet zomaar uit.

Geen idee

Sinds wij verhuisd zijn, in december, ben ik een foto van mijn vader kwijt. Hij moet ergens in een doos liggen maar ik heb alle dozen al nagekeken. Het was een uitvergrote zwartwit pasfoto die ik had sinds zijn overlijden, nu alweer 35 jaar geleden. Op zich is het geen ramp, want dezelfde foto staat ook bij mijn moeder, broer en zus, bovendien moet hij gewoon ergens zijn. Maar frappant is het wel. Na de verhuizing waren er een aantal dingen zoek, maar alles behalve deze foto is weer boven water gekomen.

Nu was het vandaag natuurlijk vaderdag, en voor de vijfendertigste keer heb ik al geen cadeautje voor hem meer. Ik weet ook niet wat ik al die keren gegeven zou hebben, hoor. Boeken en luchtjes waarschijnlijk. Veel meer kan ik ook niet verzinnen. Misschien was het dan wel anders gelopen, was ik rijk geworden, en had ik auto’s kunnen uitdelen, net als Elvis.

undefined

Ach ja, ik zou af en toe een ritje met hem in mijn auto gemaakt hebben. Dan zou hij waarschijnlijk onder de indruk zijn geweest van het vermogen van mijn Alfa 3.2 V6, maar hij zou toch de verstandigere auto rijden. (Niet dat ik die Alfa heb, maar nu ik toch aan het fantaseren ben) Inmiddels zou hij 75 zijn, dan rij je sowieso geen Alfa meer. Hij zou al zeker 15 jaar gepensioneerd zijn en ik heb geen idee van hoe zijn vrijetijdsbesteding eruit had gezien. Vakanties in Frankrijk wellicht, misschien was hij met vaderdag wel weg. Geen idee. Dat is wat 35 jaar dood betekent, dat je geen idee meer hebt.

Vanuit een regenachtig Vaassen

Vanuit mijn veranda, in de stromende regen breng ik u het volgende logje. Sinds mijn opa in de jaren 80 altijd achter in zijn tuin zat, onder een afdak van plexiglas golfplaten heb ik een fascinatie voor het buiten zijn en droog blijven. Op vakantie wil ik altijd een mobile home met veranda, maar soms betekent dat gewoon dat ze er een afdakje boven gemaakt hebben wat tegen de zon beschermt, maar amper tegen de regen. Mijn opa zat meestal boontjes te doppen of aardappels te schillen, soms maakte hij een kruiswoordpuzzel. En nu zit ik hier zelf, in korte broek, met de laptop op schoot. De verkoper van dit huis was dan wel een gehaaide jongen door snel nog even 3000 op de prijs te doen nadat ik de vraagprijs had geboden en te zeggen dat hij de andere kijkers dan af zou zeggen, maar ik ben ook niet voor één gat te vangen en heb gezegd dat hij dan zijn launchset moest laten staan. En nu zit ik daar dus op, op een van de duurste launchsets van Nederland, terugdenkend aan de jaren 80 en al die andere momenten dat ik de baas was over de regen.

In de historie van mijn weblog is dit onderwerp meermaals aan de orde geweest, maar ook heb ik het vaak over gras gehad. En nu heb ik ook gras. Ik heb het net nog gemaaid, vlak voor de regenbui losbarstte, en het groeit behoorlijk naar tevredenheid. Alleen die hond ruïneert het soms door erop te plassen. Dan heb je een uur later al een gele plek in je gras. Gelukkig heb ik nu Linda ervan overtuigd dat als ze het ziet, de hond op haar donder te geven. Die vond mij eerst een aansteller, maar inmiddels snapt ze mijn liefde voor gras wel.

Het heeft de afgelopen tijd best veel geregend. De grond is hier alweer een paar dagen vochtig in plaats van kurkdroog. Gerrit Hiemstra haast zich steeds te zeggen dat het de droogte allemaal niet oplost, maar volgens mij zit hij er behoorlijk naast. Je hoort de natuur een zucht van verlichting geven. Ik denk dat hij dat alleen maar zegt om de mensen weer wat munitie mee te geven op verjaardagen. “Het helpt allemaal niks hoor, die regen.” Ik had vroeger een baas die zelfbenoemd natuurexpert was. Dat was uitsluitend gebaseerd op het feit dat hij op de Veluwe geboren was en dus wel meer moest weten dan een bioloog wiens kennis slechts theoretisch was. Die zat ook altijd te beweren dat een flinke bui niks hielp tegen de droogte. Dat had hij van de boeren gehoord, maar verder kon hij het ook niet verklaren. De grond nam het niet op, het water verdampte, het spoelde zo het kanaal in, het ketste weer terug de lucht in, het ging overal heen behalve de grond in. U weet wel, zo’n bui waar heel Afrika naar smacht, en als hij dan valt tovert hij het hele landschap om in een groene oase. Maar dat is allemaal fake, want het helpt niks.

Nu ligt de waarheid altijd in het midden, dat hoorde ik vanochtend weer bij de buren die een verjaardag in de tuin hadden. Een discussie over anderhalve meter, dit slaat nergens op en dat niet, en de overheid zegt ook maar wat, en uiteindelijk zegt iemand: ach, het ook maar net wat je wilt geloven. Alle meningen in één klap teniet gedaan. Mooi vind ik dat, dat iemand die niet wordt gehinderd door enige kennis van zaken zo iedereen aftroeft. En dat vang ik toch maar mooi allemaal op hier in de veranda.