Wenen deel II

Wenen schijnt een prachtige stad te zijn. Ik heb me laten vertellen dat het een van de mooiste ter wereld is. Ik zou het niet weten, ik zat op een industrieterrein en de stadstoer was afgeblazen wegens storm en regen. Ik lag trouwens toch al de halve dag ziek op mijn hotelkamer, zonder werkende wifi, zonder stopcontact bij het bed, zonder roomservice. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de receptie me toch thee is komen brengen toen ik zei dat ik ziek was. Ik heb precies twee foto’s gemaakt. Eén van mijn parkeerplaatsnummer op Schiphol, en eentje van de Bentley/Lamborghini dealer in Wenen. Dat was het.

Oh ja, de eerste avond was ik er nog wel bij, toen werden we met een taxi in het donker naar een restaurant gereden, en heb ik Wiener Schnitzel gegeten. Ophef om niks, smaakt net zo als hier. Ik kreeg het zelfs nog aan de stok met een van m’n collega’s omdat ze vond dat ik niet goed gekleed was voor het diner. Zij komt uit Hongarije en is traditioneel, en ik kom uit de klei en ben traditioneel. Ik had dus mijn nieuwe vest aan, dat volgens haar een trainingsvest was. Zij vond dat ik mijn collega’s moest respecteren door er goed uit te zien. Op de terugweg zat ik met haar alleen in de taxi. Ik zei, en hij dan? Ja, hij, jij bent toch niet hij? Ik verwachtte dit niet van jou, jij bent altijd netjes. Het verandert toch niet of ik het team respecteer? Wel, daar gaar het niet om, bla bla bla x 500.

Ik heb haar bedankt voor de beste taxirit ooit, en zij zei dat ze misschien had overdreven. Ze zou de volgende dag ten overstaan van alle collega’s excuses maken. Dat heeft ze niet gedaan, maar ik had mijn zwarte overhemd aangetrokken en tijdens het ontbijt kwam ze zeggen dat ik er fantastisch uitzag. Daarna werd ik ziek. Toen ik een dag later weer min of meer opgeknapt was en aan de vergadertafel verscheen, had ik mijn vest weer aan. Ik vroeg haar of het goed was. Dat was het. Oostblok vrouwen, ik mag ze graag.

Kwal

Ik keek gisteren een Netflix serie, iets met gevaarlijke dieren van Azië. Het waren er 72 die streden om de titel “het gevaarlijkste dier van Azië” Nou, dan duurt de avond lang hoor! Ik moest behoorlijk veel doorspoelen omdat ik ook nog ergens naar bed moest, maar om half één had ik uitsluitsel, een verrekte kwal had gewonnen. Als je in zijn tentakels terecht komt, sterf je binnen twee minuten, volgens een overlevende.

Het was nogal Amerikaans aangedikt, maar ik wilde het einde weten. Dus ik maar spoelen door al die reptielen, weekdieren, insecten, geleedpotigen, vogels, zoogdieren en amfibieën. En aan het eind wint dan zo’n miezerig kwalletje. Daar zit je dan drie uur naar te kijken. Ik voelde mezelf knikkebollen, zo lang duurde het. Maar wat nu als een grote haai tegen de kwal aanzwemt? Of als een zoutwaterkrokodil wordt aangevallen door een nest hornaars? Of als een tijgermug een tijger steekt? En waarom heeft zo’n fucking kwal zoveel gif nodig als hij toch maar kleine visjes vangt? Je maakt mij trouwens niet wijs dat zo’n kwal beseft wat hij aan het doen is. En al helemaal niet dat hij zojuist uitgeroepen werd tot Azië’s gevaarlijkste.

Toko

Gisteren had ik voor tussen de middag iets bij de toko gehaald. Voor het eerst van mijn leven was ik in de toko, al ga ik er vanuit dat toko gewoon winkel betekent. Ik zoek het even op, momentje… Ja, klopt. Het viel me wat tegen eerlijk gezegd, en ik probeerde het nog wat op te leuken met Surinaamse sambal, maar dat maakte het eerder slechter dan beter. Het rook niet alleen naar zweetvoeten, het smaakte er ook naar. En toen ik het op had zat ik met een ongekend vol gevoel dat aanhield tot in de avond. Ik was even bang dat ik ziek zou worden. Ik had al foto’s gemaakt van de vitrine en naar huis gestuurd, mijn vrouw heeft Indische roots, vandaar. Nou ja, Indische roots, er schijnt ooit iemand in de familie in Indonesie op vakantie te zijn geweest. Het fijne weet ik er niet van. Maar zij kan uitstekend roedjak, rendang, gadogado en sambaleieren maken. En dat smaakt tien keer beter als die hele toko! En dat heb ik haar ook verteld ’s avonds! Dat heette vroeger “een goede beurt” maken. Ik geloof niet dat je dat tegenwoordig nog kunt zeggen. Desondanks heb ik het toch gezegd.

Kijken in de ziel

Ik keek woensdag in de ziel van drie premiers, Van Agt, Kok en Balkenende. Lubbers kon niet meewerken aan het programma wegens gezondheidsproblemen. Er komt nog een aflevering (10 januari) en ik vind dat u moet kijken. Sla Balkenende maar over, want zijn ziel is dicht. Niks heeft hij te vertellen die man. Kok was ietsje opener en liet vooral merken dat hij gecharmeerd was van Nelson Mandela, iets wat we natuurlijk al wisten. Maar Van Agt, daar draait het programma op, m’n beste. Wat een man. Liever was hij minister van justitie gebleven dan premier geworden, maar de plicht riep. Naar eigen zeggen doet hij er niet meer toe binnen de partij, en stemde hij de laatste keer groenlinks, en walgt hij van het nationalisme van Buma. Gegarandeerd mooie verhalen die hooguit door Joseph Luns overtroffen konden worden -ik ben benieuwd of we nog kaviaar krijgen hier- , verteld met opmerkelijk heldere stem voor iemand van 86 en prachtig taalgebruik. Alleen daarom al.

Gert-Jan Verbeek

Het was een zwaarbevochten zege, die van PSV op FC Twente vandaag. De concurrentie had punten gemorst, en eigenlijk dacht ik dat het een vrij makkelijke overwinning voor PSV zou worden. Maar dat werd het niet. Er was uiteindelijk een eigen doelpunt van Twente voor nodig in blessuretijd om PSV de volle winst te bezorgen. Einduitslag 4-3 en 8 punten voorsprong op de nummer twee, drie en vier.

De laatste jaren ben ik wat fanatieker, samen met mijn zoontje. Wij zijn niet helemaal objectief, wij zijn PSV-fans. En dus zijn wij wat blijer bij succes en wat bedrukter bij tegenslag dan iemand die het allemaal geen bal interesseert. Komt de kersverse trainer van FC Twente na de wedstrijd aan het woord. Gert-Jan Verbeek. Zo nuchter als een patient voor een operatie. Eerst het verhaaltje over het verloop van de wedstrijd, en dan heel nuchter: Maar dat wil allemaal niet zeggen dat PSV het niet verdiende om te winnen, want zij waren de bovenliggende partij. Zonder een spoortje van zuur in zijn gezicht. Ik heb daar respect voor. Als je zo dicht bij een punt was, en je verliest het in de laatste minuut. Ik zou iedereen de schuld geven. De scheidsrechter, het publiek, de geluksfactor, de paus, als het maar niet aan mezelf lag. Zo niet Gert-Jan met zijn ongekamde haar. Nee hoor, niks aan de hand. Gewoon door.
gert-jan verbeek

Na gedane arbeid

bloemen

Het was een zomaar een zondag, maar wel een die dicht tegen perfectie aanzat. Ik was niet te laat naar bed gegaan, en werd fit wakker om een uur of negen. Ik deed veel, zonder echt moe te worden. Zo heb ik de boormachine moeten hanteren en hangt de tuin nu vol bloemen en heb ik nieuwe tuinposters opgehangen omdat de oude nogal verschoten waren. Ik heb de barbecue schoongemaakt, met vijl en ontvetter, ik heb mijn auto gewassen en gestofzuigd, ben twee keer met de hond naar het bos geweest, en al die tijd scheen de zon.

Na gedane arbeid is het goed rusten. Niet zomaar een spreekwoord, er zit zeker waarheid in. Dan moet het natuurlijk wel over arbeid gaan die je voor jezelf verricht en niet voor een baas, maar dan kun je ook tevreden kijken naar je opgeknapte tuin, je schone auto, het glimmende rooster van de barbecue, of zelfs de tevreden op een tuinstoel liggende hond.

C’est ça

Mijn moeder had wat oude schoolboeken van mij gevonden. Franse les, vanaf Mavo 2. Ongelofelijk wat ik toen al leerde. Volzinnen in het Frans, ik zou het nu amper meer kunnen. Ik ben ze weer aan het lezen, avec plaisir deze keer, terwijl het vroeger een verplichting was. Een doffe ellende, dat Frans, hoewel ik er met name door de vakanties wel aardig bedreven in raakte.

Nu heb ik weer de kans het op te halen. Het irriteert mij al jaren dat het zo is weggezakt. Zeker als ik in Frankrijk mijn mond open doe, begin te praten en tot de ontdekking kom dat ik geen werkwoord meer weet te vervoegen. Als ik nu begin, ben ik nog op tijd voor van de zomer. Ik zal de boel eens even versteld doen staan over vier maanden. Als ze tenminste niet in het Engels terug gaan praten, zoals de Fransen de laatste jaren steeds meer doen als ze je gehakkel niet meer aan kunnen horen.

Had ik vroeger maar zoveel interesse gehad in schoolboeken, dan zou ik nu zeker drs. Mack geweest zijn. Maar nee, ik moest zo nodig alles afraffelen. Hoe sneller klaar, hoe beter en na het proefwerk gelijk alles weer vergeten. Mijn Engels is wel weer stukken beter geworden sinds mijn laatste baan. Ik heb zelfs een baan gehad waarin mijn Duits werd uitgedaagd, maar die baan hield ik maar een maand vol. En sinds ik blog is mijn Nederlands ook weer op orde. Dus dat blijf ik maar doen.

c'est ca